Wat is evolutie?
Evolutie is de geleidelijke verandering van soorten door de tijd heen.
Het verklaart hoe nieuwe soorten ontstaan en andere verdwijnen.
Belangrijke begrippen
Begrip Uitleg
Soort Organismen die samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
Populatie Groep individuen van dezelfde soort binnen een gebied
Genotype Informatie in DNA
Fenotype Uiterlijk + gedrag (resultaat van genotype + omgeving)
Natuurlijke Organismen met voordelige eigenschappen overleven en planten zich
selectie voort
Mutatie Verandering in DNA (kan positief, negatief of neutraal zijn)
Variatie Verschillen binnen een soort
Soortvorming Het ontstaan van nieuwe soorten, vaak door isolatie
Natuurlijke selectie (Darwin)
• Er is variatie binnen elke soort.
• Door selectiedruk (omgeving, roofdieren, etc.)
overleven de best aangepaste individuen.
• Ze geven hun gunstige genen door aan de
volgende generatie.
• Na veel generaties verandert de populatie =
evolutie.
Mutaties & variatie
• Mutaties = bron van nieuwe eigenschappen
• Ze ontstaan spontaan tijdens DNA-replicatie
• Meestal ongunstig of neutraal, soms gunstig (→ selectievoordeel)
, Soortvorming (speciatie)
Soortvorming kan optreden door:
• Geografische isolatie (bijv. eiland → andere omgeving)
• Reproductieve isolatie (geen voortplanting meer mogelijk tussen groepen)
OEFENTOETS
Meerkeuzevragen (1 punt per vraag)
1. Wat is géén voorbeeld van natuurlijke selectie?
A. Een giraf met langere nek eet meer bladeren
B. Een mens kiest koeien met hoge melkproductie om te fokken
C. Bacteriën met resistentie overleven een antibioticakuur
D. Een vis die goed kan schuilen wordt minder snel gepakt
2. Wat is een mutatie?
A. Een verandering in gedrag
B. Een fout tijdens celdeling
C. Een verandering in het DNA
D. Een aanpassing aan de omgeving
3. Waarom leidt isolatie tot soortvorming?
A. Groepen kunnen niet meer met elkaar concurreren
B. Er ontstaan nieuwe soorten door gebrek aan mutatie
C. De groepen blijven genetisch identiek
D. Ze ontwikkelen zich los van elkaar en worden genetisch verschillend
4. Wat is een voorbeeld van kunstmatige selectie?
A. Katten die in de natuur overleven
B. Boeren die kippen kiezen met veel eieren
C. Dolfijnen die samen jagen
D. Beren die winterslaap houden
5. Welke bewering klopt?
A. Alleen fenotype verandert, genotype nooit
B. Evolutie gebeurt binnen één leven
C. Soortvorming gebeurt plotseling
D. Evolutie verloopt over meerdere generaties