Boekje Risico en Verzekeren
Hoofdstuk 1: Risico
1.1 Risico en onzekerheid
Je kunt werken met het begrip risico en het verschil met het gebruik van het begrip risico
in spreektaal toelichten
In het leven is er sprake van een onzekere situatie: er zijn meerdere mogelijke
uitkomsten en de uitkomst staat niet vast.
Onzekerheid en de economie
Onzekerheid beïnvloedt de economie. Mensen kiezen voortdurend de manier waarop ze
hun schaarse middelen gebruiken. Maar al die verschillende manieren brengen
onzekerheden met zich mee, omdat als je de verkeerde keuze maakt je minder of geen
consumentensurplus ontvangt.
Schaarste = als er productiemiddelen moeten worden opgeofferd om het product
voort te brengen, het ontstaat omdat we oneindig veel behoeftes hebben maar slecht
een beperkte hoeveelheid productiemiddelen hebben om die behoeftes te voorzien
Risico
De uitkomst van een onzekere situatie kan financiële gevolgen hebben. Als bijvoorbeeld
je scooter wordt gestolen, moet je geld uitgeven voor een nieuwe scooter. Bij onzekerheid
kijken economen daarom naar het risico: de verwachte financiële schade van een
gebeurtenis.
Risico = verwachte (financiële) schade (als bedrag)
Risico = kans op schade (1 op de 10 is 10%) × schade
!! In abstracte gebeurtenissen, zoals diefstal of een slecht cijfer halen, is/noem je de
schade; de schade als gevolg van bijv. een slecht cijfer halen of diefstal (vaak bij diefstal
is de schade de waarde van de nieuwprijs van het product) !!
Risico en spreektaal
Volgens de definitie is risico gelijk aan de schade die naar verwachting geleden wordt.
Het dagelijkse gebruik van het woord ‘risico’ wijkt soms af van deze definitie. Met risico
wordt dan alleen de kans op schade bedoeld; de schade (in geld) zelf speelt geen rol.
Omvang van risico’s
Hoe groot een risico is, wordt bepaald door de twee onderdelen waaruit risico bestaat: de
schade en de kans op schade.
In bron 2 is de kans op scooterdiefstal in het dorp vijf procent en in de stad tien procent.
Daardoor is het risico van scooterdiefstal in het dorp kleiner dan in de stad. Tegelijkertijd
,is het risico van scooterdiefstal hoger voor een scooter van € 1.400 dan een van € 1.000.
Dit geldt voor zowel een stad als voor een dorp.
, Je kunt de rol van informatie bij het inschatten van risico’s uitleggen
Risico’s en onzekerheid
In de praktijk is risico precies berekenen vaak lastig. Er werd gesteld dat de kans op
scooterdiefstal in een stad is. Maar wie zegt ons dat deze kans juist is? Er wordt
geschat op een waarde van de scooter van 1.000 euro. Maar klopt die nieuwprijs wel? Een
andere nieuwprijs geeft ook weer een ander risico.
Risico’s inschatten
In de praktijk worden risico’s geschat. En dat geeft onzekerheid. Deze onzekerheid heeft
gevolgen voor de keuzes die mensen maken. Als een risico verkeerd wordt ingeschat,
worden er verkeerde keuzes gemaakt.
Als consumenten kans op schade hoger in hebben geschat dan dat het daadwerkelijk is,
kan dit ervoor zorgen dat ze van de koop afzien. De consument loopt
consumentensurplus mis en de verkoper maakt geen winst.
Consumentensurplus = ontstaat wanneer consumenten bereid zijn om méér te
betalen dan de geldende prijs = (verschil maximale betalingsbereidheid – prijs) x
afzet x 0,5
Producentensurplus = ontstaat wanneer producenten bereid zijn het product te
leveren voor minder dan de geldende marktprijs = (prijs – verschil minimale
betalingsbereidheid) x afzet x 0,5
Risico en informatie
Om een risico goed in te schatten is informatie nodig. Hoe meer informatie, hoe beter het
risico kan worden ingeschat.
1.2 Vrijwillig en onvrijwillig risico
Je kunt het verschil tussen een vrijwillig risico en een onvrijwillig risico uitleggen.
Er zijn twee soorten risico’s: vrijwillige risico’s en onvrijwillige risico’s.
Vrijwillige risico’s = risico’s die iemand bewust neemt (appen op de fiets, longkanker
door altijd te roken)
Onvrijwillige risico’s = risico dat niet kan worden vermeden, iedereen heeft dit risico,
je kan alleen proberen het risico te verminderen, maar je kan het niet laten
verdwijnen (ongeluk waarin je werd aangereden, longkanker door pech)
Je kunt toelichten dat het onderscheid tussen een vrijwillig risico en een onvrijwillig risico
niet altijd goed te maken is.
1.3 Rente en risico
Je kunt de risico-opslag van de rente uitleggen en toelichten dat de risico-opslag groter is
bij een langere tijdsperiode.
Tijd heeft een prijs: de rente. Voor een consument is de rente de prijs die hij betaald krijgt
voor het uitstellen van consumptie (sparen); voor een producent is de rente de prijs die
hij betaald krijgt voor het uitstellen van een investering.
Hoofdstuk 1: Risico
1.1 Risico en onzekerheid
Je kunt werken met het begrip risico en het verschil met het gebruik van het begrip risico
in spreektaal toelichten
In het leven is er sprake van een onzekere situatie: er zijn meerdere mogelijke
uitkomsten en de uitkomst staat niet vast.
Onzekerheid en de economie
Onzekerheid beïnvloedt de economie. Mensen kiezen voortdurend de manier waarop ze
hun schaarse middelen gebruiken. Maar al die verschillende manieren brengen
onzekerheden met zich mee, omdat als je de verkeerde keuze maakt je minder of geen
consumentensurplus ontvangt.
Schaarste = als er productiemiddelen moeten worden opgeofferd om het product
voort te brengen, het ontstaat omdat we oneindig veel behoeftes hebben maar slecht
een beperkte hoeveelheid productiemiddelen hebben om die behoeftes te voorzien
Risico
De uitkomst van een onzekere situatie kan financiële gevolgen hebben. Als bijvoorbeeld
je scooter wordt gestolen, moet je geld uitgeven voor een nieuwe scooter. Bij onzekerheid
kijken economen daarom naar het risico: de verwachte financiële schade van een
gebeurtenis.
Risico = verwachte (financiële) schade (als bedrag)
Risico = kans op schade (1 op de 10 is 10%) × schade
!! In abstracte gebeurtenissen, zoals diefstal of een slecht cijfer halen, is/noem je de
schade; de schade als gevolg van bijv. een slecht cijfer halen of diefstal (vaak bij diefstal
is de schade de waarde van de nieuwprijs van het product) !!
Risico en spreektaal
Volgens de definitie is risico gelijk aan de schade die naar verwachting geleden wordt.
Het dagelijkse gebruik van het woord ‘risico’ wijkt soms af van deze definitie. Met risico
wordt dan alleen de kans op schade bedoeld; de schade (in geld) zelf speelt geen rol.
Omvang van risico’s
Hoe groot een risico is, wordt bepaald door de twee onderdelen waaruit risico bestaat: de
schade en de kans op schade.
In bron 2 is de kans op scooterdiefstal in het dorp vijf procent en in de stad tien procent.
Daardoor is het risico van scooterdiefstal in het dorp kleiner dan in de stad. Tegelijkertijd
,is het risico van scooterdiefstal hoger voor een scooter van € 1.400 dan een van € 1.000.
Dit geldt voor zowel een stad als voor een dorp.
, Je kunt de rol van informatie bij het inschatten van risico’s uitleggen
Risico’s en onzekerheid
In de praktijk is risico precies berekenen vaak lastig. Er werd gesteld dat de kans op
scooterdiefstal in een stad is. Maar wie zegt ons dat deze kans juist is? Er wordt
geschat op een waarde van de scooter van 1.000 euro. Maar klopt die nieuwprijs wel? Een
andere nieuwprijs geeft ook weer een ander risico.
Risico’s inschatten
In de praktijk worden risico’s geschat. En dat geeft onzekerheid. Deze onzekerheid heeft
gevolgen voor de keuzes die mensen maken. Als een risico verkeerd wordt ingeschat,
worden er verkeerde keuzes gemaakt.
Als consumenten kans op schade hoger in hebben geschat dan dat het daadwerkelijk is,
kan dit ervoor zorgen dat ze van de koop afzien. De consument loopt
consumentensurplus mis en de verkoper maakt geen winst.
Consumentensurplus = ontstaat wanneer consumenten bereid zijn om méér te
betalen dan de geldende prijs = (verschil maximale betalingsbereidheid – prijs) x
afzet x 0,5
Producentensurplus = ontstaat wanneer producenten bereid zijn het product te
leveren voor minder dan de geldende marktprijs = (prijs – verschil minimale
betalingsbereidheid) x afzet x 0,5
Risico en informatie
Om een risico goed in te schatten is informatie nodig. Hoe meer informatie, hoe beter het
risico kan worden ingeschat.
1.2 Vrijwillig en onvrijwillig risico
Je kunt het verschil tussen een vrijwillig risico en een onvrijwillig risico uitleggen.
Er zijn twee soorten risico’s: vrijwillige risico’s en onvrijwillige risico’s.
Vrijwillige risico’s = risico’s die iemand bewust neemt (appen op de fiets, longkanker
door altijd te roken)
Onvrijwillige risico’s = risico dat niet kan worden vermeden, iedereen heeft dit risico,
je kan alleen proberen het risico te verminderen, maar je kan het niet laten
verdwijnen (ongeluk waarin je werd aangereden, longkanker door pech)
Je kunt toelichten dat het onderscheid tussen een vrijwillig risico en een onvrijwillig risico
niet altijd goed te maken is.
1.3 Rente en risico
Je kunt de risico-opslag van de rente uitleggen en toelichten dat de risico-opslag groter is
bij een langere tijdsperiode.
Tijd heeft een prijs: de rente. Voor een consument is de rente de prijs die hij betaald krijgt
voor het uitstellen van consumptie (sparen); voor een producent is de rente de prijs die
hij betaald krijgt voor het uitstellen van een investering.