Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

ECO - praktische economie havo boek economische groei samenvatting

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
41
Geüpload op
25-05-2025
Geschreven in
2024/2025

onwijs overzichtelijke samenvatting met begrippen erdoor heen verwerkt + moeilijke onderdelen uitgewerkt!

Niveau
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Boekje Economische Groei
1.1 Micro-economie en macro-economie

Je kunt het onderscheid tussen micro-economie en macro-economie toelichten.
In andere modules hebben we vraag en aanbod op individuele markten besproken, zoals
de markt voor elektrische auto’s, de markt voor smartphones en de taximarkt. Dit is het
onderwerp van de micro-economie. In deze module en in de module Conjunctuur en
economisch beleid bekijken we de economie als geheel. Hoe werken alle markten
tezamen? Wat is de invloed van de overheid op de gehele economie? Dat is het
onderwerp van de macro-economie.

 Micro-economie = deel van de economische wetenschap dat de werking van
individuele markten bestudeert, bepaalde specifieke onderdelen van een economie
 Macro-economie = deel van de economische wetenschap dat de werking een
economie als geheel bestudeert

Je kunt de definitie van geaggregeerde waarden uitleggen.
Geaggregeerde waarden
Bij macro-economie wordt gekeken naar macro-economische kengetallen:
economische waarden die de economie als geheel beschrijven. Macro-economische
kengetallen zijn meestal geaggregeerde waarden: de optelsom van alle onderliggende
individuele waarden. Een aantal macro-economische kengetallen is al besproken, zoals
‘de’ export, ‘de’ import, ‘de’ vraag naar arbeid en ‘het’ aanbod van arbeid. Daarbij
worden de waarden van de onderliggende markten opgeteld. De export van Nederland is
bijvoorbeeld de optelsom van de export van alle individuele markten in Nederland.
Macro-economische kengetallen hebben zodoende een micro-economische basis.

 Macro-economische kengetallen = geaggregeerde waarden die een economie als
geheel beschrijven. zoals ‘de’ export, ‘de’ import, ‘de’ vraag naar arbeid en ‘het’
aanbod van arbeid
 Geaggregeerde waarden = alles bij elkaar opgeteld, optelsom van onderliggende
individuele waarden

Bruto binnenlands product
Een belangrijk macro-economisch kengetal zijn we in hoofdstuk 3 van de module Heden,
verleden en toekomst al tegengekomen: het bruto binnenlands product (bbp). Dit is
gedefinieerd als de waarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten in
een jaar. Het geeft aan wat een land in een jaar voortbrengt. Dat wordt ook wel
het nationaal inkomen genoemd.
Het bbp is een indicator voor de omvang van de economie van een land.
Economische groei meten we met het begrip bbp = bruto binnenlands product.

 Bruto binnenlands product = opbrengstwaarde van alle geproduceerde goederen en
diensten minus de waarde van de daarvoor gebruikte grondstoffen en ingekochte
diensten
Oftewel de totale toegevoegde waarde van alle in een land geproduceerde
goederen en diensten
 BBP per hoofd (echt per hoofd, dus niet beroepsbevolking) = het nominaal bbp van
een land : het aantal inwoners, dit wordt besproken in 4.1
 Nationaal inkomen = netto binnenlands inkomen

Rente en inflatie

,In de module Heden, verleden en toekomst zijn twee belangrijke economische waarden
besproken: de rente (de marktprijs van tijd) en de inflatie. Deze economische waarden
hebben grote invloed op het functioneren van de gehele economie.



1.2 Berekenen
Als ze vragen: van het bbp:
leg uit dat er toegevoegde waardede objectieve
ontstaat bij ... dan methode
is het antwoord:
de totale opbrengst/omzet is groter dan de inkoopkosten.
Berekenen van het bbp
Het bbp kan op drie manieren berekend worden:

1. Vanuit de productie: de objectieve methode
2. Vanuit het inkomen: de subjectieve methode
3. Vanuit de bestedingen: de bestedingsmethode.

De objectieve methode telt de toegevoegde waarde op van alles wat er in een jaar in
een land wordt voortgebracht; bij de subjectieve methode wordt de totale beloning van
alle productiefactoren in een jaar berekend en bij de bestedingsmethode worden alle
bestedingen van een land in een jaar bij elkaar opgeteld. Dit geeft drie keer dezelfde
uitkomst: het bbp.

 Objectieve methode = methode om het bbp te berekenen via de toegevoegde waarde
 Subjectieve methode = methode om het bbp te berekenen via de beloning van
productiefactoren
 Bestedingsmethode = methode om het bbp te berekenen via de bestedingen

Je kunt de berekening van het bbp met de objectieve methode uitleggen.
Berekeningsmethode 1: de objectieve methode
Bij de objectieve methode om het bbp te berekenen kijk je naar de totale waarde die in
een land door productie in een jaar wordt toegevoegd. Dit is de toegevoegde waarde.
‘Objectief’ geeft aan dat het hier om objecten gaat. Om de auto te produceren, heeft de
fabrikant goederen en diensten ingekocht, zoals plaatstaal, bedradingen, voorruiten... De
auto is meer waard dan de opgetelde waarde van de gebruikte goederen en diensten; de
autofabrikant heeft waarde toegevoegd. Het verschil tussen de waarde van het
eindproduct en de waarde van de ingekochte goederen en diensten is de bruto
toegevoegde waarde. Voor een individuele aanbieder komt de bruto toegevoegde
waarde uit op:

 Toegevoegde waarde = waarde die door productie aan een product wordt toegevoegd
 Bruto toegevoegde waarde (per aanbieder) = TO – kosten ingekochte (hulp)goederen
en diensten
 Inkoopkosten = de bedrijfskosten exclusief de rentekosten, arbeidskosten en
huurkosten
Een (inkoop)prijs is dus opgebouwd uit de inkoopkosten en de kosten van de
productiefactoren + afschrijvingen (= bruto toegevoegde waarde) van de
producen
!! De salarissen van de diensten worden alleen meegerekend met de kosten van de
ingekochte goederen en diensten als het gaat om een zzp’er die zelf de facturen
uitschrijft voor (speciaal) ingekochte diensten = uitzendarbeid, niet als het gaat om
salarissen die aan personeel voor arbeid worden betaalt. !!

Afschrijvingen
In hoofdstuk 2 van de module Vraag en aanbod is besproken dat er twee soorten kapitaal
zijn: financieel kapitaal en fysiek kapitaal. Voorbeelden van fysiek kapitaal zijn
grondstoffen, halffabricaten, machines en bedrijfsauto’s. Door de tijd heen neemt de
waarde van deze kapitaalgoederen af. Anders gezegd: er wordt op kapitaalgoederen
afgeschreven. Als een nieuwe bedrijfsauto bijvoorbeeld € 35.000 kost, naar verwachting

, zeven jaar meegaat en dan geen waarde meer heeft, is de afschrijving gemiddeld €
35. = € 5.000 per jaar. Productie voegt dus niet alleen waarde toe, maar
veroorzaakt ook waardevermindering. Bij de bruto toegevoegde waarde wordt geen
rekening gehouden met deze waardevermindering. Als dat wel wordt gedaan, is het
resultaat de netto toegevoegde waarde:

 Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen
 Afschrijving = waardevermindering van kapitaalgoederen, !! het valt onder de totale
kosten !!
! Bruto nationaal product (BNP) = meet de waarde van alle goederen en diensten die door
Een aanbieder
inwoners van eenheeft
landbijvoorbeeld in eenworden,
geproduceerd jaar een ongeacht
totale omzet vandeze
waar € productie plaatsvind.
2 miljoen. Om deze omzet te behalen heeft hij voor € 1,2 miljoen
aan goederen
! Bruto binnenlandsen diensten ingekocht.
product = meet Zijn bruto toegevoegde
de waarde van alle goederen en diensten dat binnen de
grenzen
waardevan
is € een land –worden
2 miljoen geproduceerd.
€ 1,2 miljoen HierinVoor
= € 0,8 miljoen. zit dus
zijn ook de productie van buitenlandse
bedrijven
productiedie in ons
heeft land produceren.
hij gebruikgemaakt van Nbp is het
arbeid, bbp min
financieel de afschrijvingen.
kapitaal
en fysiek kapitaal. Op zijn kapitaalgoederen schrijft de aanbieder in
! De winsten
totaal en verdiende
€ 0,2 miljoen loon van
af, waardoor die productie
zijn netto gaat
toegevoegde via de inkomensrekening op de
waarde
betalingsbalans weer naar het buitenland.
gelijk is aan € 0,8 miljoen – € 0,2 miljoen = € 0,6 miljoen.

Afschrijvingen = kosten van productie met fysiek kapitaal
Netto toegevoegde waarde = opbrengst toegv. waarde
productie
Toegevoegde waarde van de overheid
Niet alleen aanbieders voegen waarde toe, de overheid doet dat ook. De toegevoegde
waarde van de overheid zit daarom ook in het bbp. Maar hoe meet je de waarde van wat
de overheid voortbrengt? Voor een individuele aanbieder is de toegevoegde waarde gelijk
aan het verschil tussen de TO en de waarde van de ingekochte goederen en diensten. De
waarde van de ingekochte goederen en diensten door de overheid kan bepaald worden.
Daarin verschilt de overheid niet van een aanbieder op een markt. Maar welke TO geldt
bij de overheid?


Ambtenaren werken niet voor een bedrijf, dus de overheid ‘produceert’ wel
allerlei diensten maar er kan geen TO van berekend kan worden. Daarvoor is de
volgende oplossing bedacht: kijk naar de beloning van de productiefactor arbeid. Want
het salaris van een ambtenaar is een goede afspiegeling van zijn toegevoegde waarde.
Kortom: de toegevoegde waarde van de overheid is gelijk aan de optelsom van alle
ambtenarensalarissen. Daarom is hun loon de toegevoegde waarde van de
overheid.

Je kunt het verschil tussen het bbp en het nbp toelichten.
Het bbp volgens de objectieve methode
Nu bepaald is hoe de toegevoegde waarden van alle aanbieders en van de overheid
berekend worden, kan het bruto binnenlands product berekend worden. Volgens de
objectieve methode gaat dat als volgt:

 Bruto binnenlands product (bbp) = optelsom bruto toegevoegde waardes + alle
ambtenarensalarissen
 BBP = ((prijs x afzet) – kosten alle ingekochte goederen en diensten) + alle
ambtenarensalarissen

Als van het bbp alle afschrijvingen worden afgetrokken, ontstaat het netto binnenlands
product (nbp): de optelsom van alle netto toegevoegde waarden die in een land
gedurende een jaar worden gecreëerd. In formule:

 Netto binnenlands product (nbp) = bbp – afschrijvingen

,  Afschrijving = bbp – nbp

!! Winst is niet hetzelfde als de bruto toegevoegde waarde. W = TO – TK en bruto
toegevoegde waarde = TO – inkoopkosten (hier vallen alle kosten onder dus de rente
kosten, inkoopkosten en afschrijvingen.

!! Als je de eindwaardes (TO van 1 geproduceerd product, meel of het uiteindelijke
broodje) zou op tellen voor het BBP zou je dubbel gaan tellen en valt het BBP te hoog
uit, dat dus niet doen.




De prijs van 1 uiteindelijk product (consument koopt de fiets) is even hoog als de opgetelde toegevoegde
waarde in dat product, omdat in ieder plek in de productieketen er waarde vanaf 0 wordt toegevoegd wat zich
ophoopt tot de prijs. Maar de totale omzet (dus de prijs x afzet opgeteld van iedere plek in de keten en dus
economie) in een land is niet gelijk aan de totale bruto toegevoegde waarde, omdat op elke TO plek in de
keten er een toegevoegde waarde zit dat vanuit eerdere plekken in de keten nu dubbel geteld wordt. Deze
dubbeltelling is dus gelijk aan de inkoopkosten. Want iemand anders zijn omzet, kunnen mijn inkoopkosten
zijn, wat dus geen extra bruto toegevoegde waarde is, maar wel wordt berekend in omzet.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
Niveau
Vak
School jaar
5

Documentinformatie

Geüpload op
25 mei 2025
Aantal pagina's
41
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.40
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
noripost

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
noripost
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
43
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen