Markt
Qvraag en aanbod = aP + b
P = prijs
Maximale winst MO = MK
Maximale omzet MO = 0
Break even point GO = GTK
(kostendekkend) TO = TK
Consumentensurplus = evenwichtshoeveelheid x (maximale betalingsbereidheid –
evenwichtsprijs) x 0,5
Producentensurplus = evenwichtshoeveelheid x (evenwichtsprijs – minimale
prijs) x 0,5
Totaal surplus = consumentensurplus + producentensurplus
Welvaartsverlies = totaal surplus volkomen concurrentie – totaal surplus de
onvolkomen concurrentie
TO = totale opbrengsten = prijs x afzet
TK = totale kosten = aQ + b
A = variabele kosten per geproduceerde eenheid
B = vaste kosten (TCK)
Q = aantal producten
= GTK x afzet
TW = totale winst = TK – TO
= (GTK – GO/P) x afzet
GO = P = gemiddelde = TO : afzet
opbrengsten
GTK = gemiddelde totale = TK : afzet Q
kosten
GCK = gemiddelde = TCK : afzet Q
constante kosten
GVK = gemiddelde = TVK : afzet Q
variabele kosten
MK = marginale kosten = extra totale kosten : extra geproduceerde eenheid
= delta TK : delta Q
= delta TVK : delta Q
MO = marginale = extra totale opbrengsten : extra verkochte eenheid
opbrengsten = delta TO : delta Q
Prijselasticiteit = % verandering van de vraag : % verandering in de prijs
Inkomenselasticiteit = % verandering van de vraag : % verandering in het
inkomen
Ruilen over tijd
Begrotingssaldo/ = uitgaven – inkomsten (mag 3% van bbp) (over bepaalde
overheidssaldo periode)
Financieringstekort = begrotingstekort - aflossingen
Staatschuld = totale schuld van de overheid (mag 60% van bbp)
Risico en informatie
Risico = verwachte schade = kans op schade x schade
(mogelijke) schade = kosten van slechte gebeurtenis (– opbrengsten bij slechte
gebeurtenis)
RIC = NIC : PIC x 100
Verwachte/gemiddelde = kans op situatie met opbrengst 1 x opbrengst bij situatie 1
opbrengsten ( + kans op situatie met opbrengst 2 x opbrengst bij situatie
2)
Verwachte/gemiddelde = kans op kosten x kosten (zelfde als verwachte schade)
kosten
Verwachte/gemiddelde = verwachte opbrengsten – verwachte kosten
winst = kans op de eerste gebeurtenis x (gemiddelde opbrengst –
gemiddelde kosten) + kans op de tweede gebeurtenis x
(gemiddelde opbrengst – gemiddelde kosten) ...
Verwachte uit te keren = kans op schade x (schade-uitkering = schadebedrag –
schade per eigenrisico)
, verzekeringsnemer/risico
per verzekeringsnemer
(verzekeraar)
Totaal risico (verzekeraar) = = kans op schade × schade(uitkering) × aantal mensen
verwachte schade van een
gehele groep
Premie (voor = totale kosten / aantal mensen = waarde van het risico
kostendekking)
Premie die verzekeraar = waarde van het risico + de opslag voor kosten en winst
hanteert
TO (verzekeraar) = premie × aantal verzekeringsnemers
TK (verzekeraar) (vooraf = verwachte schade per verzekeringsnemer × aantal
ingeschat) verzekeringsnemers + overige kosten
TK (verzekeraar) (achteraf = aantal verzekeringsnemers die de schade hebben
ingeschat) opgelopen x de schade-uitkering
Verwachte winst/verlies = (premie – risico per verzekeringsnemer 1) x aantal
verzekeraar verzekeringsnemers (– overige kosten) + (premie – risico per
verzekeringsnemer 2)
Voor winst moet gelden: Premie > risico verzekeringsnemer (GO > GTK)
Premie × aantal verzekeringsnemers ≥ risico
verzekeringsnemer × aantal verzekeringsnemers (TO > TK)
Welvaart en groei
Hoofdstuk 1
Bruto toegevoegde waarde = totale opbrengsten - kosten ingekochte (hulp)goederen en
diensten
Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen
NBP = NBI Netto binnenlands product = netto binnenlands inkomen
NBP/NBI = BBP/BBI - afschrijvingen
NBP/NBI = optelsom van alle primaire inkomens
NBP/NBI = optelsom van alle netto toegevoegde waardes
BBP/BBI = ((prijs x afzet) – kosten alle ingekochte goederen en
berekeningsmethode 1: diensten) + alle ambtenarensalarissen
objectieve methode
BBP/BBi = netto binnenlands inkomen + afschrijvingen
berekeningsmethode 2:
subjectieve methode
BBP/BBI = Y + afschrijvingen
berekeningsmethode 3: = C + I + O + (E – M) + afschrijvingen identiteit bedrijven
bestedingsmethode = C + B + S + afschrijvingen identiteit gezinnen
Loonquote = loon / nbi × 100%
Arbeidsinkomensquote (AIQ) = arbeidsinkomen (loon + winst zelfstandige met
eenmanszaak) / nbi × 100%
Hoofdstuk 2
Dekkingswaarde/percentage = exportwaarde : importwaarde x 100%
(hoeveel euro export per 1 euro import =
dekkingspercentage : 100)
Marco-economische Y+M=C+I+O+E
Qvraag en aanbod = aP + b
P = prijs
Maximale winst MO = MK
Maximale omzet MO = 0
Break even point GO = GTK
(kostendekkend) TO = TK
Consumentensurplus = evenwichtshoeveelheid x (maximale betalingsbereidheid –
evenwichtsprijs) x 0,5
Producentensurplus = evenwichtshoeveelheid x (evenwichtsprijs – minimale
prijs) x 0,5
Totaal surplus = consumentensurplus + producentensurplus
Welvaartsverlies = totaal surplus volkomen concurrentie – totaal surplus de
onvolkomen concurrentie
TO = totale opbrengsten = prijs x afzet
TK = totale kosten = aQ + b
A = variabele kosten per geproduceerde eenheid
B = vaste kosten (TCK)
Q = aantal producten
= GTK x afzet
TW = totale winst = TK – TO
= (GTK – GO/P) x afzet
GO = P = gemiddelde = TO : afzet
opbrengsten
GTK = gemiddelde totale = TK : afzet Q
kosten
GCK = gemiddelde = TCK : afzet Q
constante kosten
GVK = gemiddelde = TVK : afzet Q
variabele kosten
MK = marginale kosten = extra totale kosten : extra geproduceerde eenheid
= delta TK : delta Q
= delta TVK : delta Q
MO = marginale = extra totale opbrengsten : extra verkochte eenheid
opbrengsten = delta TO : delta Q
Prijselasticiteit = % verandering van de vraag : % verandering in de prijs
Inkomenselasticiteit = % verandering van de vraag : % verandering in het
inkomen
Ruilen over tijd
Begrotingssaldo/ = uitgaven – inkomsten (mag 3% van bbp) (over bepaalde
overheidssaldo periode)
Financieringstekort = begrotingstekort - aflossingen
Staatschuld = totale schuld van de overheid (mag 60% van bbp)
Risico en informatie
Risico = verwachte schade = kans op schade x schade
(mogelijke) schade = kosten van slechte gebeurtenis (– opbrengsten bij slechte
gebeurtenis)
RIC = NIC : PIC x 100
Verwachte/gemiddelde = kans op situatie met opbrengst 1 x opbrengst bij situatie 1
opbrengsten ( + kans op situatie met opbrengst 2 x opbrengst bij situatie
2)
Verwachte/gemiddelde = kans op kosten x kosten (zelfde als verwachte schade)
kosten
Verwachte/gemiddelde = verwachte opbrengsten – verwachte kosten
winst = kans op de eerste gebeurtenis x (gemiddelde opbrengst –
gemiddelde kosten) + kans op de tweede gebeurtenis x
(gemiddelde opbrengst – gemiddelde kosten) ...
Verwachte uit te keren = kans op schade x (schade-uitkering = schadebedrag –
schade per eigenrisico)
, verzekeringsnemer/risico
per verzekeringsnemer
(verzekeraar)
Totaal risico (verzekeraar) = = kans op schade × schade(uitkering) × aantal mensen
verwachte schade van een
gehele groep
Premie (voor = totale kosten / aantal mensen = waarde van het risico
kostendekking)
Premie die verzekeraar = waarde van het risico + de opslag voor kosten en winst
hanteert
TO (verzekeraar) = premie × aantal verzekeringsnemers
TK (verzekeraar) (vooraf = verwachte schade per verzekeringsnemer × aantal
ingeschat) verzekeringsnemers + overige kosten
TK (verzekeraar) (achteraf = aantal verzekeringsnemers die de schade hebben
ingeschat) opgelopen x de schade-uitkering
Verwachte winst/verlies = (premie – risico per verzekeringsnemer 1) x aantal
verzekeraar verzekeringsnemers (– overige kosten) + (premie – risico per
verzekeringsnemer 2)
Voor winst moet gelden: Premie > risico verzekeringsnemer (GO > GTK)
Premie × aantal verzekeringsnemers ≥ risico
verzekeringsnemer × aantal verzekeringsnemers (TO > TK)
Welvaart en groei
Hoofdstuk 1
Bruto toegevoegde waarde = totale opbrengsten - kosten ingekochte (hulp)goederen en
diensten
Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen
NBP = NBI Netto binnenlands product = netto binnenlands inkomen
NBP/NBI = BBP/BBI - afschrijvingen
NBP/NBI = optelsom van alle primaire inkomens
NBP/NBI = optelsom van alle netto toegevoegde waardes
BBP/BBI = ((prijs x afzet) – kosten alle ingekochte goederen en
berekeningsmethode 1: diensten) + alle ambtenarensalarissen
objectieve methode
BBP/BBi = netto binnenlands inkomen + afschrijvingen
berekeningsmethode 2:
subjectieve methode
BBP/BBI = Y + afschrijvingen
berekeningsmethode 3: = C + I + O + (E – M) + afschrijvingen identiteit bedrijven
bestedingsmethode = C + B + S + afschrijvingen identiteit gezinnen
Loonquote = loon / nbi × 100%
Arbeidsinkomensquote (AIQ) = arbeidsinkomen (loon + winst zelfstandige met
eenmanszaak) / nbi × 100%
Hoofdstuk 2
Dekkingswaarde/percentage = exportwaarde : importwaarde x 100%
(hoeveel euro export per 1 euro import =
dekkingspercentage : 100)
Marco-economische Y+M=C+I+O+E