Hoofdstuk 1: Een verkenning van de arbeidsmarkt
Aanbod van arbeid: mensen die werken of willen werken. Werknemers + zelfstandigen +
werklozen.
Vraag van arbeid: werkgevers vragen mensen om te komen werken. Werkgevers +
zelfstandigen + vacatures.
Krappe arbeidsmarkt: aanbod arbeid < vraag arbeid
Gevolg: loonstijgingen
Ruime arbeidsmarkt: aanbod arbeid > vraag arbeid
Gevolg: werkloosheid
Vast contract = onbepaalde tijd
Flexibel contract: bepaalde tijd (meestal 1 jaar)
Voorbeelden flexibele banen:
● Nul-uren contract
● Uitzendkrachten (flexibele baan)
● Zzp (flexibele baan)
Hoofdstuk 2: Het aanbod van arbeid
beroepsbevolking
Bruto participatiegraad = potentiële beroepsbevolking x 100%
werkzame beroepsbevolking
Netto participatiegraad = potentiële beroepsbevolking x 100%
Beroepsbevolking: hoeveel % van de mensen tussen 15 & pensioenleeftijd (67) wil
werken.
Potentiële beroepsbevolking: alle mensen die in aanmerking komen om te werken.
Ontmoedigingseffect: bij een slechte economische situatie stoppen werklozen met het
zoeken van een baan omdat ze toch geen kans denken te maken.
Aanzuigeffect: bij een goede economische situatie gaan mensen zich aanbieden omdat ze
denken dat ze meer kans maken op werk.
Voltijd = Fulltime
Deeltijd = Parttime
P
P/a ratio = de verhouding tussen het aantal personen en het aantal arbeidsjaren = a
Deeltijdfactor = het aantal uren dat iemand werkt uitgedrukt in het aantal uren van een
a
voltijdbaan = p
1. Voltijd = a (arbeidsjaren)
2. Mensen = p (personen)