Stel je voor, je ligt op een lange tafel met je hoofd, armen en benen vastgebonden.
Daarnaast worden je ogen met klemmetjes opengehouden. Naast je staat een man met een
witte lange jas, een paar handschoenen, een mondkapje en in zijn handen heeft hij een flesje
met een grote X erop. Vervolgens druppelt hij langzaam er wat van in je oog. Het stofje
irriteert verschrikkelijk, maar je kunt er helemaal niets aan doen. Je weet niet wanneer de
pijn stopt en bent bang dat je de rest van je leven pijn lijdt. Waarschijnlijk kun je je dit niet
voorstellen, maar toch maken tientallen proefdieren dit dagelijks mee.
Dierproeven moeten verboden worden.
Dieren zijn niet in alle opzichten gelijk aan de mens. De resultaten van de proef kunnen
daardoor vaak onbetrouwbaar zijn. Dat heeft als gevolg dat de medicijnen die op de markt
terechtkomen aan de hand van dierproeven, schadelijk en gevaarlijk kunnen zijn voor de
mens. Veel stoffen die op dieren worden getest hebben een andere uitwerking op mensen.
Dit kan leiden tot slechte bijwerkingen en uitslagen. Dit is helaas pas bekend als deze stoffen
regelmatig gebruikt worden door de mens. Dan is het al te laat. Het gevolg hiervan is dat er
bijverschijnselen optreden bij mensen en een nieuwe lading proefdieren om dit probleem
weer eens op te lossen.
Daarnaast kunnen dierproeven worden vervangen door alternatieven. Bij alternatieven gaat
het erom dat er in het proces geen gebruik gemaakt wordt van proefdieren. Alternatieven
zijn in de meeste gevallen ook veel preciezer dan dierproeven. Denk maar aan auto’s die
worden getest op botsingen. Een aantal jaren geleden werden voornamelijk varkens en apen
in de gordels vastgemaakt. Ze lieten vervolgens de auto’s botsen. Aan de hand van deze
botsing konden onderzoekers zien wat de dieren allemaal braken, kneusden en andere
vormen van schade opliepen. Tegenwoordig worden er poppen gebruikt die zijn aangesloten
op computers. Deze methode geeft precieze metingen weer. Ze kunnen aan de hand van de
poppen bijvoorbeeld meten hoe hard de klap was. Dit is een heel goed voorbeeld van een
alternatief voor een dierproef. De proefdieren zijn hier compleet vervangen en is het
alternatief ook nog eens nauwkeuriger.
Ook worden er veel meer proefdieren gefokt dan er nodig zijn. Jaarlijks worden zo’n 750.000
van de 1 miljoen proefdieren gebruikt. De 250.000 proefdieren die overblijven worden
gevangengehouden of vernietigd zonder gebruikt te worden. Ze worden als het ware
gedood, omdat ze niet meer nuttig zijn voor de wetenschap. Dat is toch belachelijk?
Aan de ene kant kunnen er geen proeven gedaan worden op mensen, omdat mensen meer
angst hebben en meer pijn gaan lijden dan een proefdier. Aan de andere kant kun je niet
zeggen wat een dier wel of niet voelt. Dit is een vorm van antropomorfisme. Je kent hierbij
menselijke eigenschappen toe aan niet-menselijke wezens.
Dierproeven zijn gericht op het geluk van de gezondheid van de mensen. Als je geen dieren
opoffert, offer je mensen op. Door dierproeven kunnen onderzoekers medicijnen creëren die
mensen kunnen gebruiken. Het is dan zo getest dat het geen schade moet doen aan de
mens. Dierproeven zijn dan wel gericht op de gezondheid van de mensen, maar hoe zit dat
dan met het geluk van de gezondheid van de dieren? Met dierproeven haal je juist het geluk