Samenvatting periode 2.1 Grensoverschrijdende overheid
Lesweek 1 Parlement en regering; Wetgeving:
OG-leerdoelen
Parlementaire stelsel is een regeringsvorm waarbij de macht verantwoording schuldig is aan
het parlement. Het parlementaire systeem wordt onderscheiden van het presidentieel
systeem.
Landen met een parlementair systeem kunnen zowel een monarchie als een republiek zijn,
men spreekt dan van resp.
Onder het parlementaire systeem ontleent de uitvoerende macht (de regering)
haar mandaat aan het vertrouwen van het parlement. Meestal bestaat er een volledige
scheiding tussen het staatshoofd en de regeringsleider (premier), die verantwoording aflegt
aan het parlement.
Mandaat: handelen in naam van een ander, maar je draagt niet de verantwoordelijkheid mee
Een wet in formele zin (bijv. BW) is een regeling die tot stand gebracht wordt door regering
en Staten-Generaal tezamen via de grondwettelijke wetgevingsprocedure.
Alle besluiten van regering en Staten-Generaal via de grondwettelijke procedure zijn wetten
in formele zin. Art 82 GW
Regering: koning en ministers
Staten-Generaal: eerste en tweede kamer (parlement)
Onder een wet in materiele zin verstaat men iedere algemene, burgers bindende
rechtsregel, op overtreding waarvan straf is gesteld. Bijv. verordeningen van besturen van
waterschappen.
Is een algemeen bindend voorschrift, Een gemeentelijke verordening is een op gemeentelijk
niveau vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Het is een wetgevende regeling op
gemeentelijk niveau. De belangrijkste en meest omvattende gemeentelijke verordening in
een bepaalde gemeente wordt in Nederland vaak aangeduid als Algemene Plaatselijke
Verordening.
Een kaderwet (of raamwet) is een wet die de algemene principes, verantwoordelijkheden en
procedures regelt, maar geen gedetailleerde regels bevat. Een kaderwet bevat een raamwerk
de kaders. In Nederland zijn kaderwetten gewoonlijk wetten in formele zin die verder
uitgewerkt worden door Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen met
nadere bepalingen.
Het voordeel van een kaderwet is, dat er aan de ene kant een degelijke wettelijke basis
gegeven wordt aan belangrijke bepalingen, maar dat de details van die bepalingen kunnen
worden aangepast aan veranderde omstandigheden, zonder dat er een wetswijziging door
het parlement behandeld en goedgekeurd moet worden.
1
,Voorbeelden:
- De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) is een kaderwet die regels bevat voor werkgevers
en werknemers om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen.
- De Wet milieubeheer is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan
beschreven.
PPVJ 1
- 1813-1815 Tot stand komen grondwet
- 1840 Invoering strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid
- 1848 Invoering politieke ministeriële verantwoordelijkheid (grote verandering op Art 42 GW)
- 1853 Aprilbeweging
- 1866-1868 Kwestie Mijer en Luxemburgse kwestie
Hoorcollege
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstraat: Taken en bevoegdheden zijn
over verschillende niveaus verdeeld (Staat, provincie, gemeente)
Staat bestaat uit regering (art 42 lid 1) en ministers
Provincie bestaat uit Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, Commissaris van de Koning
Gemeente bestaat uit Gemeenteraad, College van B&W, burgemeester
(Art 7 Provinciewet, art 6 Gemeentewet)
Taken en bevoegdheden van de Tweede Kamer:
- Zorgt mede met de 1e Kamer voor de vertegenwoordigen van het gehele Nederlandse volk
(Art 50 GW)
- Zorgt mede voor de vaststelling van wetten (Art 81 GW)
- Politieke controle van de regering
- Jaarlijkse begroting van ontvangsten en uitgaven (Art 105 GW)
Taken en bevoegdheden regering:
- Dagelijks bestuur
- Zorgt mede voor de vaststelling van wetten (Art 81 GW)
- Bestuur wetgeving: Algemene Maatregelen van Bestuur AMvB (Art 89 GW)
Deze kunnen zonder statengeneraal (dus zonder 1e en 2e kamer) gemaakt worden
Bij een koninklijk besluit, zoals benoemd in art 89 GW, gaat het altijd om een besluit van de
regering.
- Toezicht en handhaving
- Beschikkingen (bijv. benoemingen en vernietiging)
- Jaarlijkse begroting van ontvangsten en uitgaven (Art 105 GW)
Trias Politica
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Rechterlijke macht
De verhouding tussen het parlement en de regering is grotendeels ongeschreven, maar geldt wel
Het parlementair stelsel betekent dat het beslissingsrecht over het te voeren beleid
uiteindelijk bij het parlement ligt. Dit houdt in dat de ministers, die dit beleid
voorbereiden en uitvoeren, het vertrouwen van het parlement moeten hebben.
2
, We spreken van een coalitie als twee of meer partijen in de Tweede Kamer het
kabinet steunen. Dat is nodig omdat het kabinet het vertrouwen van de Tweede
Kamer moet hebben om goed te kunnen functioneren.
Toetsingsverbod door de Nederlandse rechter (Art 120 GW)
Het lagere mag getoetst worden aan het hogere, er mag niet getoetst worden aan de grondwet.
Zo mag je een gemeentelijke verordening wel toetsen aan een provinciale verordening, maar een
provinciale verordening niet aan de Grondwet. Bij het maken van de wet zou de wetgever namelijk
zelf al aan de Grondwet moeten toetsen, een rechter zou dat dus niet meer hoeven doen.
Totstandkoming van een wet in formele zin
Initiatiefwet, De Tweede Kamer komt met een wetsvoorstel
Voorstel kan ook vanuit de regering komen, door of vanwege de Koning
Lesweek 2 FUNDAMENTELE RECHTEN EN INTERNATIONAAL RECHT:
OG-leerdoelen
Fundamentele rechten:
Ook wel mensenrechten of grondrechten genoemd, rechten die ieder mens
toekomen en die geacht worden de grondslag te zijn voor alle rechten die door wet
en gewoonte worden gesteld. Dus rechten van de gehele mensheid of van bepaalde
groepen mensen. (Het EVRM is bijv. een fundamenteel recht, ook de GW)
Fundamentele rechten zijn norm-adressaat voor een ieder
Fundamentele rechten beperken: Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de
openbare orde. De beperking van een fundamenteel recht is dus mogelijk door de overheid. Een
grondrecht/fundamenteel recht kan alleen worden beperkt op het moment dat de Grondwet dat via
een specifieke clausulering toestaat. Er moet dus een specifieke bepaling zijn die de bevoegdheid
geeft het grondrecht te beperken. (Art 4 Grondwet)
Er zijn ook 2e en 3e generatie fundamentele rechten, deze bevatten sociale en culturele rechten
Competentie voorschriften, het gaat hierbij om ‘wie’ het fundamentele recht mag beperken.
Bij een klassiek fundamenteel recht wordt van de overheid verwacht zich hier zo
min mogelijk mee te bemoeien. Hooguit om deze rechten te beschermen. Klassieke
grondrechten bieden de burgers met name bescherming tegen de overheid, zoals
het recht van vrije meningsuiting.
De wet openbare manifestaties (WOM) regelt de uitoefening van de 3 grondrechten
1. Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (Art 6 Grondwet)
2. Het recht tot vergadering gericht op interne menings- en besluitvorming (Art 9
Grondwet)
3. Het recht tot betoging een meningsuiting in het openbaar (Art 9 Grondwet)
Het WOM biedt ook bevoegdheden deze grondrechten onder strikte voorwaarden te
beperken of zelfs te verbieden of te beëindigen.
Omdat de vrijheden van godsdienst en levensovertuiging, vergadering en betoging
grondrechten zijn, is in de WOM niet gekozen voor een vergunningenstelsel, maar voor een
3
Lesweek 1 Parlement en regering; Wetgeving:
OG-leerdoelen
Parlementaire stelsel is een regeringsvorm waarbij de macht verantwoording schuldig is aan
het parlement. Het parlementaire systeem wordt onderscheiden van het presidentieel
systeem.
Landen met een parlementair systeem kunnen zowel een monarchie als een republiek zijn,
men spreekt dan van resp.
Onder het parlementaire systeem ontleent de uitvoerende macht (de regering)
haar mandaat aan het vertrouwen van het parlement. Meestal bestaat er een volledige
scheiding tussen het staatshoofd en de regeringsleider (premier), die verantwoording aflegt
aan het parlement.
Mandaat: handelen in naam van een ander, maar je draagt niet de verantwoordelijkheid mee
Een wet in formele zin (bijv. BW) is een regeling die tot stand gebracht wordt door regering
en Staten-Generaal tezamen via de grondwettelijke wetgevingsprocedure.
Alle besluiten van regering en Staten-Generaal via de grondwettelijke procedure zijn wetten
in formele zin. Art 82 GW
Regering: koning en ministers
Staten-Generaal: eerste en tweede kamer (parlement)
Onder een wet in materiele zin verstaat men iedere algemene, burgers bindende
rechtsregel, op overtreding waarvan straf is gesteld. Bijv. verordeningen van besturen van
waterschappen.
Is een algemeen bindend voorschrift, Een gemeentelijke verordening is een op gemeentelijk
niveau vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Het is een wetgevende regeling op
gemeentelijk niveau. De belangrijkste en meest omvattende gemeentelijke verordening in
een bepaalde gemeente wordt in Nederland vaak aangeduid als Algemene Plaatselijke
Verordening.
Een kaderwet (of raamwet) is een wet die de algemene principes, verantwoordelijkheden en
procedures regelt, maar geen gedetailleerde regels bevat. Een kaderwet bevat een raamwerk
de kaders. In Nederland zijn kaderwetten gewoonlijk wetten in formele zin die verder
uitgewerkt worden door Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen met
nadere bepalingen.
Het voordeel van een kaderwet is, dat er aan de ene kant een degelijke wettelijke basis
gegeven wordt aan belangrijke bepalingen, maar dat de details van die bepalingen kunnen
worden aangepast aan veranderde omstandigheden, zonder dat er een wetswijziging door
het parlement behandeld en goedgekeurd moet worden.
1
,Voorbeelden:
- De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) is een kaderwet die regels bevat voor werkgevers
en werknemers om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen.
- De Wet milieubeheer is een kaderwet waarin de uitgangspunten van het milieubeleid staan
beschreven.
PPVJ 1
- 1813-1815 Tot stand komen grondwet
- 1840 Invoering strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid
- 1848 Invoering politieke ministeriële verantwoordelijkheid (grote verandering op Art 42 GW)
- 1853 Aprilbeweging
- 1866-1868 Kwestie Mijer en Luxemburgse kwestie
Hoorcollege
Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstraat: Taken en bevoegdheden zijn
over verschillende niveaus verdeeld (Staat, provincie, gemeente)
Staat bestaat uit regering (art 42 lid 1) en ministers
Provincie bestaat uit Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, Commissaris van de Koning
Gemeente bestaat uit Gemeenteraad, College van B&W, burgemeester
(Art 7 Provinciewet, art 6 Gemeentewet)
Taken en bevoegdheden van de Tweede Kamer:
- Zorgt mede met de 1e Kamer voor de vertegenwoordigen van het gehele Nederlandse volk
(Art 50 GW)
- Zorgt mede voor de vaststelling van wetten (Art 81 GW)
- Politieke controle van de regering
- Jaarlijkse begroting van ontvangsten en uitgaven (Art 105 GW)
Taken en bevoegdheden regering:
- Dagelijks bestuur
- Zorgt mede voor de vaststelling van wetten (Art 81 GW)
- Bestuur wetgeving: Algemene Maatregelen van Bestuur AMvB (Art 89 GW)
Deze kunnen zonder statengeneraal (dus zonder 1e en 2e kamer) gemaakt worden
Bij een koninklijk besluit, zoals benoemd in art 89 GW, gaat het altijd om een besluit van de
regering.
- Toezicht en handhaving
- Beschikkingen (bijv. benoemingen en vernietiging)
- Jaarlijkse begroting van ontvangsten en uitgaven (Art 105 GW)
Trias Politica
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Rechterlijke macht
De verhouding tussen het parlement en de regering is grotendeels ongeschreven, maar geldt wel
Het parlementair stelsel betekent dat het beslissingsrecht over het te voeren beleid
uiteindelijk bij het parlement ligt. Dit houdt in dat de ministers, die dit beleid
voorbereiden en uitvoeren, het vertrouwen van het parlement moeten hebben.
2
, We spreken van een coalitie als twee of meer partijen in de Tweede Kamer het
kabinet steunen. Dat is nodig omdat het kabinet het vertrouwen van de Tweede
Kamer moet hebben om goed te kunnen functioneren.
Toetsingsverbod door de Nederlandse rechter (Art 120 GW)
Het lagere mag getoetst worden aan het hogere, er mag niet getoetst worden aan de grondwet.
Zo mag je een gemeentelijke verordening wel toetsen aan een provinciale verordening, maar een
provinciale verordening niet aan de Grondwet. Bij het maken van de wet zou de wetgever namelijk
zelf al aan de Grondwet moeten toetsen, een rechter zou dat dus niet meer hoeven doen.
Totstandkoming van een wet in formele zin
Initiatiefwet, De Tweede Kamer komt met een wetsvoorstel
Voorstel kan ook vanuit de regering komen, door of vanwege de Koning
Lesweek 2 FUNDAMENTELE RECHTEN EN INTERNATIONAAL RECHT:
OG-leerdoelen
Fundamentele rechten:
Ook wel mensenrechten of grondrechten genoemd, rechten die ieder mens
toekomen en die geacht worden de grondslag te zijn voor alle rechten die door wet
en gewoonte worden gesteld. Dus rechten van de gehele mensheid of van bepaalde
groepen mensen. (Het EVRM is bijv. een fundamenteel recht, ook de GW)
Fundamentele rechten zijn norm-adressaat voor een ieder
Fundamentele rechten beperken: Bij de wet kan dit recht worden beperkt in het belang van de
openbare orde. De beperking van een fundamenteel recht is dus mogelijk door de overheid. Een
grondrecht/fundamenteel recht kan alleen worden beperkt op het moment dat de Grondwet dat via
een specifieke clausulering toestaat. Er moet dus een specifieke bepaling zijn die de bevoegdheid
geeft het grondrecht te beperken. (Art 4 Grondwet)
Er zijn ook 2e en 3e generatie fundamentele rechten, deze bevatten sociale en culturele rechten
Competentie voorschriften, het gaat hierbij om ‘wie’ het fundamentele recht mag beperken.
Bij een klassiek fundamenteel recht wordt van de overheid verwacht zich hier zo
min mogelijk mee te bemoeien. Hooguit om deze rechten te beschermen. Klassieke
grondrechten bieden de burgers met name bescherming tegen de overheid, zoals
het recht van vrije meningsuiting.
De wet openbare manifestaties (WOM) regelt de uitoefening van de 3 grondrechten
1. Het recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging (Art 6 Grondwet)
2. Het recht tot vergadering gericht op interne menings- en besluitvorming (Art 9
Grondwet)
3. Het recht tot betoging een meningsuiting in het openbaar (Art 9 Grondwet)
Het WOM biedt ook bevoegdheden deze grondrechten onder strikte voorwaarden te
beperken of zelfs te verbieden of te beëindigen.
Omdat de vrijheden van godsdienst en levensovertuiging, vergadering en betoging
grondrechten zijn, is in de WOM niet gekozen voor een vergunningenstelsel, maar voor een
3