Sociaalzekerheidsrecht
OG-lesweek 1
Participatie wet wordt uitgevoerd door de gemeente
De rest op het gebied van uitkeringen wordt gedaan door het UWV
Werkloosheidsuitkering
Wordt uitgevoerd via het UWV
Om in aanmerking te komen voor WW-uitkering moet er sprake zijn van arbeidsurenverlies, het moet hierbij
gaan om minimaal verlies van 5 uur of 50% van het gemiddelde aantal arbeidsuren. Er hoeft dus geen einde
dienstverband te zijn.
Krijg je bij beëindiging arbeidsovereenkomst door werkgever (Let op! Ontslag op staande voet en verwijtbaar
werkeloos is anders)
Hoogte van deze uitkering wordt gebaseerd op laatstverdiende loon, 70% van het maximum dagloon
Aan een werkloosheidsuitkering zit een Referte-eis verbonden (36/52), aantal weken werkt en aantal uren
Nederlandse stelsel van sociale zekerheid
In de sociale zekerheid maken we een onderscheid tussen werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en
sociale voorzieningen. Deze driedeling heeft te maken met:
- De kring van verzekerden (personele werkingssfeer): wie is verzekerd en dus rechthebbend
- De financiering: wie betaald (de overheid, alle inwoners van Nederland, werkgevers en/of
werknemers)
- De uitvoering: waar moet men de uitkering aanvragen en wie verstrekt de uitkering;
- De voorwaarden: wat is de hoogte en de duur van de uitkering en kent de regeling een (partner)
inkomenstoets en/of een vermogenstoets
Onder de werknemersverzekeringen vallen de werkloosheidswet (WW), arbeidsongeschiktheidsverzekering
(WAO), arbeidsongeschikt na ziekte (Wet WIA) en de ziektewet (ZW).
Onder de volksverzekeringen vallen de AOW, de Wet langdurige zorg (WLZ), de algemene nabestaandenwet
(Anw) en de Znw.
De overheid speelt een belangrijke rol bij het opvangen van de verschillende sociale risico’s, dit noemen we de
verzorgingsstaat. In die verzorgingsstaat rust op de overheid de verplichting om de burger te vrijwaren tegen
een gebrek aan gezondheid, een gebrek aan inkomen, enzovoort.
UWV onder verantwoordelijk van ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid, SVB (sociale
verzekeringsbank, overheid; gemeente. Wajong uitgevoerd door UWV
De participatiewet (sociale voorzieningen) wordt uitgevoerd door de gemeente, de kinderbijslagwet wordt
uitgevoerd door de SVB, de wet IOAW wordt uitgevoerd door de gemeente, de toeslagenwet wordt uitgevoerd
door het UWV. Ook de AOW wordt uitgevoerd door de SVB
Onder de werknemersverzekeringen vallen de WW, de WAO, de Wet WIA en de ZW.
Verzekerd als je werknemer bent. Eerst kijken is er sprake van een werknemer uit de definitie halen die in de
wet staat. Onder de volksverzekeringen vallen de AOW, de Wet langdurige zorg (WLZ), de algemene
nabestaandenwet (Anw) en de Znw.
- Recht hebben op WW-uitkering
Werkloos = arbeidsurenverlies + beschikbaarheid
De werkeloosheidswet is er om het verlies aan inkomen van mensen die werkloos worden zoveel mogelijk te
beperken. Om een WW-uitkering te kunnen krijgen moet je van het recht hebben op de uitkering deze ook
geldend kunnen maken. Werknemers die werkloos zijn geworden vanwege een ontslag op bedrijfseconomische
gronden. Een werknemer die als gevolg van een bedrijfseconomische reden dan wel een andere reden,
bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid voor de functie, werkloos wordt, krijgt mogelijk een uitkering op grond van
de WW
1
,Een arbeidsuur is een uur waarover de werknemer loon heeft ontvangen dan wel waarover recht op loon
bestaat. Op grond van artikel 15 Tm 21 WW gelden er 4 eisen.
EIS 1: Werknemer in de zin van de WW
- Als iemand een arbeidsovereenkomst of een ambtelijke aanstelling heeft, dan is diegene dus in de
regel werknemer in de zin van de WW. Van belang is dat iemand in loondienst is. Is voldaan aan de
eisen van art. 7:610 BW dan is de werknemer daardoor automatisch verzekerd voor de WW.
- Op deze regel zijn echter uitzonderingen, de werknemer die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt
art. 3 lid 1 WW. Ook de opgesomde personen in art. 6 lid 1 WW.
EIS 2: Werkloos
- Werkloos zijn in de zin van art. 16 WW betekend dat er sprake dient te zijn van arbeidsurenverlies en
beschikbaarheid. Het gaat hierbij om cumulatieve eisen die kunnen worden geïllustreerd in een
rekensommetje namelijk: werkloos= arbeidsurenverlies + beschikbaarheid.
- 5 uur of meer verlies per week.
- 10 uur of minder dan minstens 50% arbeidsurenverlies.
- Beschikbaar voor de arbeidsmarkt.
EIS 3: De referte-eis
- Artikel 17 WW
- Wordt ook wel als ’26 in 36’-eis of wekeneis genoemd. Houdt in dat er in de periode van 36
kalenderweken direct voorgaand aan de eerst werkloosheid dag in 26 weken als werknemer arbeid
dient te zijn verricht. De werknemer moet dus voldoende hebben gewerkt. Een week telt mee als de
werknemer ten minste één arbeidsuur in die week heeft.
Het gaat er uitsluitend om dat er binnen de periode van 36 weken in 26 weken is gewerkt in de zin dat
er sprake moet zijn van ‘ten minste één arbeidsuur per kalenderweek’.
EIS 4: Er mag geen sprake zijn van een uitsluitingsgrond
- Is een zogenoemde uitsluitingsgrond aanwezig, dan ontstaat het recht op WW niet, art 19 lid 1 WW.
Als iemand voldoet aan de 4 uit 5 eis dan heeft hij recht op een verlengde WW-uitkering, dit houdt in dat de
werknemer in de vijf kalenderjaren direct voorgaand aan het jaar waarin de eerste dag van werkloosheid ligt
minimaal 208 uren per jaar loon moet hebben ontvangen. Artikel 42 lid 2 sub a WW.
Om WW te krijgen moet je deze geldend maken, dit doe je door je aan de verplichtingen te houden, art 22 tm
26 WW. Artikel 27 en 27a WW zijn de sancties van het niet nakomen van de verplichtingen.
- Hoogte van de WW-uitkering
De hoogte van de loongerelateerde WW-basisuitkering bedraagt gedurende de eerste twee maanden 75% van
het maandloon en vanaf de derde maand 70% van het maandloon. Artikel 47 jo artikel 1b WW
Het maandloon bedraagt 21,75 maal het dagloon. Het dagloon is 1/261 deel van het loon dat de werknemer
verdiende in de periode van één jaar (de referteperiode) voorafgaande aan de salarisperiode waarin het
arbeidsverlies is ingetreden. Art 1b lid 1 en 2 WW
Het dagloon kan nooit meer zijn dan het maximumdagloon, maximum dagloon 2023 €256,54 per dag.
Eerste twee maanden 75% van het maandloon
Maandloon 21,75 x dagloon
Dagloon 1/261 van loon over afgelopen jaar
Vanaf derde maand 70% van het maandloon
- De duur en de opbouw van een WW-uitkering
Voldoe je aan de verplichtingen krijg je een uitkering van 3 maanden, om een verlenging te kunnen krijgen
moet je kunnen voldoen aan de 4 uit 5 eis. De duur van deze verlenging bereken je door arbeidsverleden.
2
,Als is voldaan aan de eisen dan heeft de werkloze werknemer een recht op een loongerelateerde WW-
basisuitkering van ten minste drie maanden en ten hoogste 24 maanden te rekenen vanaf de eerste dag
waarop het recht op uitkering is ontstaan. Artikel 42 lid 1 BW
Als iemand voldoet aan de 4 uit 5 eis dan heeft hij recht op een verlengde WW-uitkering, dit houdt in dat de
werknemer in de vijf kalenderjaren direct voorgaand aan het jaar waarin de eerste dag van werkloosheid ligt
minimaal 208 uren per jaar loon moet hebben ontvangen. Artikel 42 lid 2 sub a WW
Verlenging van de basisuitkering is ook mogelijk als men direct voorgaand aan de werkloosheid een volledige
arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. Voor een beroep op de WW voldoen zij aan de jareneis. Artikel 42 lid
2 sub b WW
De duur van de WW-uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden, deze bestaat uit het feitelijke (vanaf 1998)
plus het fictieve (voor 1998) arbeidsverleden van de werknemer. Voor 1980 geboren fictief arbeidsverleden 18
jaar tot 1998. Na 1980 dan is het niet fictief, maar feitelijk. Artikel 42 lid 6
De maximale duur van de WW-uitkering is 24 maanden. De eerste tien jaar arbeidsverleden levert per jaar een
maand uitkering op. Is het arbeidsverleden meer dan 10 kalenderjaren dan wordt de uitkeringsduur verlengd
met een maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden gelegen voor 2016, en een halve maand voor ieder
kalenderjaar arbeidsverleden gelegen vanaf 2016. Artikel 42 lid 2 sub b WW
De uitkomst van de berekening van het arbeidsverleden is inclusief de basisuitkering van drie maanden. Artikel
42 lid 2 WW
- Verplichtingen tijdens het ontvangen van een WW-uitkering
Naast de verplichting voor de werknemer dat hij voorkomt dat hij verwijtbaar werkloos wordt, geldt ook de
verplichting dat hij voorkomt dat hij werkloos is en blijft (art 24 lid 1 sub b WW). De werkloze werknemer moet
dus solliciteren en passende arbeid aanvaarden en deze behouden. De sollicitatieplicht vervalt een jaar voor
het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Daarnaast mag de werknemer de werkloosheidsfondsen niet benadelen (artikel 24 lid 5 WW) naast de
arbeidsverplichtingen heeft de werkloze werknemer een inlichtingenplicht. Dit houdt in dat de werknemer alles
moet melden aan het UWV wat van invloed kan zijn op de hoogte en de duur van de uitkering (art 25 WW). De
overige verplichtingen staan vermeld in artikel 26 WW: bijvoorbeeld het meewerken aan noodzakelijke
scholing of opleiding.
Je kan wel voldoen aan de voorwaarden om het recht op WW te hebben, maar je moet dat recht wel geldend
maken om het ook te ontvangen denk aan verplichtingen.
- De sancties op het niet naleven van de verplichtingen
Als een werkloze werknemer handelt in strijd met een verplichting op grond van artikel 24, 25 of 26 WW moet
het UWV een sanctie opleggen. De wet spreekt in dit geval van een maatregel of boete.
Boetebepaling artikel 27 jo 27a WW het UWV kan daarnaast een maatregel opleggen, bijvoorbeeld wanneer
wordt geweigerd om passende arbeid uit te voeren.
Schending inlichtingenplicht = boete
Verwijtbaar werkloos = weigering WW-uitkering (dus het niet krijgen van uitkering)
Als je weigert passende arbeid te verrichten= dat wat je hebt kunnen krijgen wordt in mindering gebracht in de
WW
- Recht op vakantie tijdens een WW-uitkering
Een werkloze werknemer heeft tijdens heeft per volledig jaar recht op vier weken vakantie met behoud van
uitkering. Dit moet Sem wel vermelden bij het UWV. Daarnaast heeft hij tijdens deze periode geen
sollicitatieplicht artikel 19 lid 1 lid k jo. Lid 9 WW.
3
, - Als zzp’er aan de slag tijdens ontvangen van WW-uitkering
Artikel 77a WW, de startersregeling, maakt het mogelijk dat een werkloze werknemer toestemming krijgt
gedurende maximaal een half jaar met behoud van uitkering een bedrijf op te starten of werkzaamheden in de
zelfstandige uitoefening van een beroep te gaan verrichten. De toestemming kan worden verleend indien
aannemelijk is dat de werknemer inde toekomst met die werkzaamheden structureel in zijn bestaan kan gaan
voorzien. De werknemer zal dus een businessplan moeten overleggen aan het UWV.
De werknemer mag in deze periode nog niet actief opdrachten werven of een website beheren. Hij mag dus
nog niet echt starten met het bedrijf. Na toestemming van het UWV vangt de startersperiode van 6 maanden
aan. Gedurende deze startersperiode wordt de uitkering van 70% verminderd met 29%. Op dat moment is het
wel toegestaan om acquisitie (aanwinnen/verwerven) te doen. De inkomsten die de startende ondernemer in
deze periode werft, mag hij houden (artikel 47b WW). Na afloop van de periode van 6 maanden, of als de
zelfstandige geen beroep kan doen op de startersregeling eindigt de WW-uitkering als de werknemer zich
volledig wenst toe te leggen op het eigen bedrijf en daardoor de hoedanigheid van werknemer verliest (artikel
8 lid 1 WW).
Gaat de werknemer gedeeltelijk verder als zelfstandig en stelt hij zich daarnaast gedeeltelijk beschikbaar, dan
gaat de wet uit van een ‘fictief’ inkomen (art 5 WW). De startende zelfstandige kan pas weer een beroep op de
WW doen als hij zijn bedrijf geheel beëindigt.
- Niet in acht nemen van opzegtermijn door werkgever
Als de voor werkgever geldende opzegtermijn niet in acht genomen wordt in de vaststellingsovereenkomst, zal
dit leiden tot een wachttijd voor WW-uitkering. Die wachttijd is dan gelijk aan het deel van de opzegtermijn dat
niet gehanteerd is.
Uw werkgever moet rekening houden met de opzegtermijn, als hij de einddatum van uw arbeidsovereenkomst
vaststelt. Als hij dit niet doet, dan krijgt u de eerste tijd nog geen WW. Want wij gaan bij uw WW-aanvraag
namelijk uit van de opzegtermijn waar u en de werkgever eigenlijk rekening mee hadden moeten houden (dit
heet de fictieve opzegtermijn)
Artikel 19 lid 3 WW
Het ontvangen van een transitievergoeding heeft geen invloed op de hoogte van je WW-uitkering
- WW-uitkering krijgen bij vso/vaststellingsovereenkomst
Op initiatief van de werkgever, er moet blijken dat er geen verwijt kan worden gemaakt aan een dringende
reden voor de beëindiging.
Geen dringende reden en beschikbaarheid, je moet beschikbaar zijn voor inzet op de arbeidsmarkt
Meestal heb je na het accepteren van een vaststellingsovereenkomst gewoon recht op een WW-uitkering. Het
is daarvoor wel van belang dat jouw ontslag in de vaststellingsovereenkomst op een juiste wijze omschreven
wordt. Zo moet er duidelijk in de vaststellingsovereenkomst staan dat het initiatief van het ontslag is uitgegaan
van jouw werkgever en dat er geen sprake is geweest van een ontslag op staande voet of verwijtbaar gedrag
aan jouw kant. Maar een ontslag met wederzijds goedvinden levert dus in het algemeen geen problemen op bij
het UWV als je na het ontslag een WW-uitkering gaat aanvragen.
Hoorcollege 1 – WW-uitkering
Er is verschil tussen recht hebben op een WW en geldende WW hebben (bij het recht hebben op WW zitten
voorwaarden waardoor de WW geldig wordt.) Het geldend maken van WW is praktisch hetzelfde als de
hoeveelheid die je op de bankrekening krijgt.
Wanneer recht op WW (cumulatieve voorwaarden):
Verzekerd zijn/werknemer zijn in de zin van de WW, art 3-5 jo/ 8 WW
Werkloos zijn, art 16 WW
Referte-eis, art 17 WW
Geen uitsluitingsgrond, art 19 WW
4