Belastingrecht
,H1. Waarom belastingen?
Profijtbeginsel = automobilisten betalen wegenbelasting en niet-automobilisten betalen
geen wegenbelasting. Zij hebben immers geen profijt van de wegen.
Draagkrachtbeginsel = gaat er van uit dat de sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen
dragen. Dus hoe hoger je inkomen, hoe meer belasting je moet betalen.
‘De vervuiler betaald’ principe = is bijvoorbeeld van toepassing als de overheid belasting
heft op milieuvervuilende activiteiten.
Soorten belastingen
Inkomstenbelasting (IB): deze belasting moet worden betaald over het inkomen van een natuurlijk
persoon. Deze inkomstenbelasting is afhankelijk van de hoogte van het inkomen, maar ook
persoonlijke omstandigheden spelen een rol, zoals individuele ziektekosten.
Vennootschapsbelasting (VPB): wordt betaald over de winst van rechtspersonen.
Loonbelasting (LB): wordt berekend over het loon van een werknemer. Is een voorheffing op de
inkomstenbelasting.
Omzetbelasting (OB): omzetbelasting of btw wordt in rekening gebracht door ondernemers.
Omzetbelasting wordt geheven over de levering van goederen en diensten door ondernemers. Onder
levering van een goed wordt onder andere de verkoop van een goed verstaan.
Dividendbelasting (Div): betalen we over de winstuitkering op aandelen, ofwel over dividend. Ook
dividendbelasting is, net als de loonbelasting, een voorheffing op de inkomstenbelasting.
Erfbelasting: moet worden betaald over een erfenis.
Schenkingsbelasting: betalen we als we een schenking krijgen.
Kansspelbelasting: betalen we over gewonnen prijzen(geld).
Overdrachtsbelasting (OVB): betalen we bij de verkrijging van een onroerend goed. Bijvoorbeeld
de koop van een huis.
Motorrijtuigenbelasting: wordt betaald bij het hebben van een auto of motorrijwiel.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM): betalen we bij registratie van een auto
over motorrijwiel.
Accijnzen: accijns wordt geheven op bijvoorbeeld tabak- en alcoholproducten .
Milieuheffingen/belasting op milieugrondslag: belasting op leidingwater, kolenbelasting en
energiebelasting zijn milieuheffingen.
Provinciale belastingen en gemeentelijke belastingen: voorbeelden van rijksbelastingen zijn de
loon- en inkomstenbelasting, de omzetbelasting en de vennootschapsbelasting. Maar ook
gemeenten en provincies en waterschappen heffen belastingen. Gemeentelijke heffingen zijn
bijvoorbeeld hondenbelasting, de provincie kent enkele milieuheffingen en de waterschappen heffen
met name verontreinigingsheffingen.
, Vindplaatsen belastingwetgeving
Materiële belastingwetgeving = waarover betaal je belasting + hoeveel
Voorbeeld:
- Wet op de inkomstenbelasting
- Wet op de omzetbelasting
- Successiewet
Formele belastingwetgeving = hoe komt de belasting bij de overheid?
Voorbeeld:
- Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)
Uitvoeringsregelingen en uitvoeringsbesluiten worden gemaakt door de Minister van
Financiën.
Vertrouwensbeginsel = gaat uit van het vertrouwen dat de belastingplichtige mag ontlenen
aan gedragingen van de overheid. (Voorbeeld: aan een toezegging door een medewerker van de
Belastingdienst. Als die medewerker ‘ja’ zegt, kan de Belastingdienst niet ineens ‘nee’ doen.)
Gelijkheidsbeginsel = gaat uit van de gelijke behandeling van gelijke gevallen. (Voorbeeld: als
bij 50 ondernemers bij exact dezelfde investering een zogenoemde investeringsaftrek wordt verleend aan 49
ondernemers en aan één ondernemer niet, dan kan deze ene ondernemer zich beroepen op het
gelijkheidsbeginsel.)
, H2. Formeel belastingrecht
Materieel en formeel belastingrecht
Materieel belastingrecht = worden aangegeven hoe de te betalen belasting wordt bepaald.
In deze wetten wordt vermeld wíe belastingplichtig is, waaróver belasting moet worden
betaald en hoevéél.
Materieel recht vinden we in:
- Wet Inkomstenbelasting
- Wet Vennootschapsbelasting
- Wet Loonbelasting
- Wet Omzetbelasting
Formeel belastingrecht = behandeld de manier waaróp de aanslagen worden vastgesteld,
hóe en wannéér we aangifte moeten doen, en wanneer moet worden betááld. Ook worden
in het formele belastingrecht verplichtingen (die wij als belastingbetaler hebben)
beschreven.
De regels van het formele belastingrecht zoeken we ten eerste in de Algemene wet
bestuursrecht (Awb). Belastingrecht is namelijk een onderdeel van het bestuursrecht.
Ten tweede zoeken we de formele regelgeving in het meer specifieke AWR, oftewel
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Deze wet is alleen op de rijksbelastingen gericht. Tot
de rijksbelastingen behoren de hiervoor genoemde Wet OB, IB, VPB en LB.
Woon- en vestigingsplaats, partner
In de Wet IB is aangegeven dat natuurlijke personen belastingplichtig zijn voor de
inkomstenbelasting. Deze natuurlijke personen moeten dan volgens de Wet IB in Nederland
wonen. Ook als deze natuurlijke personen niet in Nederland wonen, maar hun inkomen wel
in Nederland verdienen, zijn zij belastingplichtig voor de Wet IB.
Hetzelfde geldt voor de Wet VPB. Vennootschapsbelasting wordt geheven van lichamen (nv
of bv onder andere). Het gaat dan om lichamen die in Nederland zijn gevestigd. Ook in
andere belastingwetten is van belang waar de belastingplichtigen wonen of gevestigd zijn.
Als er twijfel ontstaat over de woonplaats of vestigingsplaats van een persoon, kun je vinden
in art. 4, lid 1 AWR; ‘Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld’. Wat onder omstandigheden wordt verstaan wordt niet
toegelicht. Van belang bij de woonplaats is niet alleen de inschrijving van het
bevolkingsregister van de gemeente, maar ook de woonplaats van de familie of het gezin
van de belastingplichtige en de plaats waar de sociale activiteiten worden verricht.
In verschillende materiele belastingwetten wordt het begrip ‘partner’ genoemd. In dit
lesboek is het begrip ‘partner’ met name van belang voor de Wet IB. In H3, dan de IB
behandeld, wordt dan ook ingegaan op het begrip ‘partner’ van art. 5a AWR.
,H1. Waarom belastingen?
Profijtbeginsel = automobilisten betalen wegenbelasting en niet-automobilisten betalen
geen wegenbelasting. Zij hebben immers geen profijt van de wegen.
Draagkrachtbeginsel = gaat er van uit dat de sterkste schouders de zwaarste lasten kunnen
dragen. Dus hoe hoger je inkomen, hoe meer belasting je moet betalen.
‘De vervuiler betaald’ principe = is bijvoorbeeld van toepassing als de overheid belasting
heft op milieuvervuilende activiteiten.
Soorten belastingen
Inkomstenbelasting (IB): deze belasting moet worden betaald over het inkomen van een natuurlijk
persoon. Deze inkomstenbelasting is afhankelijk van de hoogte van het inkomen, maar ook
persoonlijke omstandigheden spelen een rol, zoals individuele ziektekosten.
Vennootschapsbelasting (VPB): wordt betaald over de winst van rechtspersonen.
Loonbelasting (LB): wordt berekend over het loon van een werknemer. Is een voorheffing op de
inkomstenbelasting.
Omzetbelasting (OB): omzetbelasting of btw wordt in rekening gebracht door ondernemers.
Omzetbelasting wordt geheven over de levering van goederen en diensten door ondernemers. Onder
levering van een goed wordt onder andere de verkoop van een goed verstaan.
Dividendbelasting (Div): betalen we over de winstuitkering op aandelen, ofwel over dividend. Ook
dividendbelasting is, net als de loonbelasting, een voorheffing op de inkomstenbelasting.
Erfbelasting: moet worden betaald over een erfenis.
Schenkingsbelasting: betalen we als we een schenking krijgen.
Kansspelbelasting: betalen we over gewonnen prijzen(geld).
Overdrachtsbelasting (OVB): betalen we bij de verkrijging van een onroerend goed. Bijvoorbeeld
de koop van een huis.
Motorrijtuigenbelasting: wordt betaald bij het hebben van een auto of motorrijwiel.
Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM): betalen we bij registratie van een auto
over motorrijwiel.
Accijnzen: accijns wordt geheven op bijvoorbeeld tabak- en alcoholproducten .
Milieuheffingen/belasting op milieugrondslag: belasting op leidingwater, kolenbelasting en
energiebelasting zijn milieuheffingen.
Provinciale belastingen en gemeentelijke belastingen: voorbeelden van rijksbelastingen zijn de
loon- en inkomstenbelasting, de omzetbelasting en de vennootschapsbelasting. Maar ook
gemeenten en provincies en waterschappen heffen belastingen. Gemeentelijke heffingen zijn
bijvoorbeeld hondenbelasting, de provincie kent enkele milieuheffingen en de waterschappen heffen
met name verontreinigingsheffingen.
, Vindplaatsen belastingwetgeving
Materiële belastingwetgeving = waarover betaal je belasting + hoeveel
Voorbeeld:
- Wet op de inkomstenbelasting
- Wet op de omzetbelasting
- Successiewet
Formele belastingwetgeving = hoe komt de belasting bij de overheid?
Voorbeeld:
- Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)
Uitvoeringsregelingen en uitvoeringsbesluiten worden gemaakt door de Minister van
Financiën.
Vertrouwensbeginsel = gaat uit van het vertrouwen dat de belastingplichtige mag ontlenen
aan gedragingen van de overheid. (Voorbeeld: aan een toezegging door een medewerker van de
Belastingdienst. Als die medewerker ‘ja’ zegt, kan de Belastingdienst niet ineens ‘nee’ doen.)
Gelijkheidsbeginsel = gaat uit van de gelijke behandeling van gelijke gevallen. (Voorbeeld: als
bij 50 ondernemers bij exact dezelfde investering een zogenoemde investeringsaftrek wordt verleend aan 49
ondernemers en aan één ondernemer niet, dan kan deze ene ondernemer zich beroepen op het
gelijkheidsbeginsel.)
, H2. Formeel belastingrecht
Materieel en formeel belastingrecht
Materieel belastingrecht = worden aangegeven hoe de te betalen belasting wordt bepaald.
In deze wetten wordt vermeld wíe belastingplichtig is, waaróver belasting moet worden
betaald en hoevéél.
Materieel recht vinden we in:
- Wet Inkomstenbelasting
- Wet Vennootschapsbelasting
- Wet Loonbelasting
- Wet Omzetbelasting
Formeel belastingrecht = behandeld de manier waaróp de aanslagen worden vastgesteld,
hóe en wannéér we aangifte moeten doen, en wanneer moet worden betááld. Ook worden
in het formele belastingrecht verplichtingen (die wij als belastingbetaler hebben)
beschreven.
De regels van het formele belastingrecht zoeken we ten eerste in de Algemene wet
bestuursrecht (Awb). Belastingrecht is namelijk een onderdeel van het bestuursrecht.
Ten tweede zoeken we de formele regelgeving in het meer specifieke AWR, oftewel
Algemene wet inzake rijksbelastingen. Deze wet is alleen op de rijksbelastingen gericht. Tot
de rijksbelastingen behoren de hiervoor genoemde Wet OB, IB, VPB en LB.
Woon- en vestigingsplaats, partner
In de Wet IB is aangegeven dat natuurlijke personen belastingplichtig zijn voor de
inkomstenbelasting. Deze natuurlijke personen moeten dan volgens de Wet IB in Nederland
wonen. Ook als deze natuurlijke personen niet in Nederland wonen, maar hun inkomen wel
in Nederland verdienen, zijn zij belastingplichtig voor de Wet IB.
Hetzelfde geldt voor de Wet VPB. Vennootschapsbelasting wordt geheven van lichamen (nv
of bv onder andere). Het gaat dan om lichamen die in Nederland zijn gevestigd. Ook in
andere belastingwetten is van belang waar de belastingplichtigen wonen of gevestigd zijn.
Als er twijfel ontstaat over de woonplaats of vestigingsplaats van een persoon, kun je vinden
in art. 4, lid 1 AWR; ‘Waar iemand woont en waar een lichaam is gevestigd, wordt naar de
omstandigheden beoordeeld’. Wat onder omstandigheden wordt verstaan wordt niet
toegelicht. Van belang bij de woonplaats is niet alleen de inschrijving van het
bevolkingsregister van de gemeente, maar ook de woonplaats van de familie of het gezin
van de belastingplichtige en de plaats waar de sociale activiteiten worden verricht.
In verschillende materiele belastingwetten wordt het begrip ‘partner’ genoemd. In dit
lesboek is het begrip ‘partner’ met name van belang voor de Wet IB. In H3, dan de IB
behandeld, wordt dan ook ingegaan op het begrip ‘partner’ van art. 5a AWR.