Tentamen: 18 maart 13:00-16:00
Blauwe tapjes + markeringen
Week 1: totstandkoming
Verbintenis: een rechtsverhouding tussen twee partijen, waarbij de ene de ander
een prestatie verschuldigd is. De verbintenis is zowel vorderingsrecht als schuld,
actieve en passieve kant. Een verbintenis is altijd vermogensrechtelijk.
- Vordering, schuldeiser (crediteur)
- Schuld, schuldenaar (debiteur)
HR Quint/Te Poel: een verbintenis kan ook ontstaan indien deze past in het systeem
van de wet en aansluit bij de in de wet geregelde gevallen.
Een natuurlijke verbintenis kan niet worden afgedwongen, maar zodra die voldaan is
kan geld niet teruggevorderd worden o.g.v. onverschuldigde betaling omdat er wel
een rechtsgrond is. Verrekening, retentie en opschorting is niet mogelijk.
Voor het omzetten van een natuurlijke verbintenis in een normale verbintenis is een
overeenkomst nodig. Een mededeling (aanbod) en stilzwijgend aanvaarden is
voldoende. Omzetten kan alleen als de schuldenaar weet dat hij de natuurlijke
verbintenis niet hoeft na te komen.
Goede trouw: op iemand rust onderzoeksplicht, onmogelijkheid van onderzoek belet
niet dat degene die goede reden tot twijfel had, aangemerkt wordt als iemand die de
feiten of het recht behoorde te kennen.
Rechtshandeling: wanneer een rechtsgevolg intreedt doordat het door de handelende
persoon was beoogd. Wil en verklaring.
Opschortende tijdsbepaling of voorwaarde: rechtsgevolgen treden in zodra voldaan
wordt aan de tijdsbepaling of de voorwaarde, zonder terugwerkende kracht.
Ontbindende voorwaarde: rechtsgevolgen treden direct in, maar eindigen zodra er
aan de tijdsbepaling of voorwaarde wordt voldaan.
Derdenbescherming (art. 3:36) alleen als derde niet de werkelijkheid kenden, maar in
vertrouwen op schijn heeft gehandeld.
Goede trouw: hoe nadeliger het uitpakt voor degene die de verklaring heeft gedaan,
en hoe voordeliger het is voor de wederpartij, hoe minder snel er sprake is van
gerechtvaardigd vertrouwen.
Redelijkheid en billijkheid kunnen de werking van art. 3:35 buiten werking stellen.
Rompovereenkomst: ovk die ontstaat wanneer er over de belangrijkste dingen is
onderhandeld, en akkoord is gegaan. Twee factoren: de essentie moet zijn
opgenomen, het moet aangevuld kunnen worden met r&b en de bedoeling van de
partijen moet duidelijk zijn.
Als onderhandelingen tegen het einde worden afgebroken, kan de ander
nakoming vorderen.
HR Plas/Valburg: 3 stadium voor afbreken van onderhandelingen in de
precontractuele fase:
- Stadium 1: vrijheid om onderhandelingen af te breken
- Stadium 2: afbreken mag nog maar niet zonder kostenvergoeding
, - Stadium 3: bij vertrouwen dat in ieder geval enigerlei overeenkomst uit bij de
onderhandelingen resulteert: afbreken mag niet vanwege strijd met R&B, dan is
er ook plaats voor vergoeding van gederfde winst of nakoming
Totstandkomingsvertrouwen moet zijn gewekt.
HR CBB/JPO 2005: partijen zijn vrij onderhandeli
ngen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de
wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere
omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Hierbij moet rekening
gehouden worden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die
onderhandelingen afbreekt, ook dient er gekeken te worden naar onvoorziene
omstandigheden.
Baris/Riezenkamp: “Sinds het arrest gaat men er algemeen van uit dat de
precontractuele fase niet door de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162,
maar door de (strengere) eisen van redelijkheid en billijkheid wordt geregeerd.”
Degene die handelt met een ander over een contract, moet voorkomen dat hij deze
sluti onder invloed van onjuiste veronderstelling van zaken.
Onderzoeksplicht voor feiten die eenvoudig zijn te ontdekken, het moet iig geprobeerd
zijn.
- partijen door in onderhandeling te treden over het sluiten van een
overeenkomst tot elkaar komen te staan in een bijzondere door goeder trouw
beheerste rechtsverhouding die meebrengt dat zij hun gedrag mede moeten
laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij.
HR Afgebroken Onderhandelingen: Zelfs wanneer er geen sprake is van een
situatie waarin het afbreken van onderhandelingen niet naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, er zich alsnog omstandigheden kunnen
voordoen op grond waarvan de partije die de onderhandelingen afbreekt, verplicht is
(deel van) de kosten die de wederpartij heeft gemaakt, te vergoeden.
Algemene voorwaarden
Wettelijke regeling die (niet-)consumenten beschermen tegen algemene voorwaarden.
Factoren:
1. Een of meer bedingen
2. Voor meermalig gebruik bestemd
- Bewijslast bij partij jegens wie de voorwaarden zijn gehanteerd
3. Bedingen die de kern aangeven van de prestatie zijn geen algemene voorwaarden
- Kernbeding = essentiële punten van een overeenkomst
Pas gebonden aan algemene voorwaarden bij aanbod en aanvaarding, er mag sprake
zijn van vormvrije wilsverklaring.
De wederpartij is ook aan de AV gebonden, wanneer hij deze heeft aanvaard maar
niet heeft gelezen.
De (Europese) rechter heeft de mogelijkheid om AV achteraf te kunnen vernietigen:
1) Onredelijk bezwarende bedingen (art. 6:233 sub a BW)
Moet worden gekeken naar de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de
wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn genomen, de wederzijdse kenbare
belangen van de partijen en de overige omstandigheden van het geval
(gezichtspunten). Vaste lijsten opgesteld. alles of niets bepaling = volledig geldig of
volledig ongeldig.
- Zwarte lijst (art. 6:236): bedingen die automatisch als oneerlijk worden
beschouwd, tegenbewijs is niet mogelijk.
, - Grijze lijst (art. 6:237): bedingen die vermoedelijk oneerlijk zijn, tegenbewijs wel
mogelijk. Bewijslast bij de gebruiker.
- Blauwe lijst (richtlijn): indicatieve en niet uitputtende lijst van bedingen die als
oneerlijk kunnen worden aangemerkt. Lijst biedt slechts steun aan het oordeel
dat het betrokken beding als onredelijk bezwarend is te beschouwen.
Reflexwerking = het toepassen van een regel op personen of groepen waar het
oorspronkelijk niet voor bedoeld is. Er is een reflexwerking voor andersoortige
wederpartijen. De lijsten zorgen er dan niet voor dat het beding van rechtswege
onredelijk bezwarend is, maar het is wel een argument in de beoordeling.
2) (on)mogelijkheid tot kennisname (art. 6:234 lid 1 BW)
Gebruiker heeft aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid geboden om van
de algemene voorwaarden kennis te nemen hij heeft informatieplicht (basisnorm).
Voldoen door:
1. Terhandstelling van algemene voorwaarde
- Elektronische terhandstelling moet zodanig zijn dat voor de wederpartij duidelijk
is welke voorwaarden van toepassing zijn, de wederpartij eenvoudig van de
voorwaarden kan kennisnemen, voorwaarden kunnen worden opgeslagen en
voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisgeving.
- Als de overeenkomst fysiek tot stand is gekomen, is er voor elektronische
terhandstelling uitdrukkelijke toestemmig van de wederpartij vereist.
2. Mededelen dat en waar de voorwaarden kunnen worden ingezien, en dat de
gebruiker deze kosteloos zal verzenden op verzoek.
Indien niet aan de vereisten van art. 6:233 sub a/b BW is voldaan, is het beding
vernietigbaar. Dit gebeurt met terugwerkende kracht.
Grote wederpartijen mogen geen beroep doen op de vernietigingsgronden (art. 6:235
BW).
HR Geurtzen/Kampstaal: art. 6:233 sub b jo. 6:234 BW is niet limitatief, het is een
open norm. Niet voldoen leidt tot vernietigbaarheid tenzij de wederpartij bekend was
of kon zijn met de AV.
HR Slachtafval van Haas: algemene voorwaarden dienen zonder noemenswaardige
inspanning gevonden te kunnen worden op of via de website waarnaar op de factuur
is verwezen.
WG-opdrachten
Casus 1:
Ja dit is mogelijk o.g.v. HR CBB/JPO 2005. Uit dit arrest komt de volgende rechtsregel
voort: partijen zijn vrij onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het
gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de
overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval
onaanvaardbaar zou zijn. Hierbij moet rekening gehouden worden met de mate
waarin en de wijze waarop de partij die onderhandelingen afbreekt, ook dient er
gekeken te worden naar onvoorziene omstandigheden.
Hier wordt ook gekeken naar HR Plas/Valburg. Uit dit arrest blijkt dat er 3 stadia zijn
voor het afbreken van onderhandelingen in de precontractuele fase:
- Stadium 1: vrijheid om onderhandelingen af te breken
- Stadium 2: afbreken mag nog maar niet zonder kostenvergoeding
, - Stadium 3: bij vertrouwen dat in ieder geval enigerlei overeenkomst uit bij de
onderhandelingen resulteert: afbreken mag niet vanwege strijd met R&B, dan is
er ook plaats voor vergoeding van gederfde winst of nakoming.
In casu is er sprake van stadium 2, hierbij moeten zijn kosten worden vergoed. Hier is
dat €8000 voor het beveiligingsadvies. De gederfde winst wordt niet vergoed omdat
het niet onaanvaardbaar is om de onderhandelingen af te breken op grond van het
gerechtvaardigde vertrouwen.
Correctie:
Er is geen overeenkomst tot stand gekomen, dit moet met aanbod en aanvaarding
(art. 6:217). In casu is er een aanbod gedaan door de Nees, maar deze is niet
aanvaard door de Stichting omdat deze nog niet goed genoeg was en omdat deze de
onderhandelingen heeft afgebroken.
Er is dus sprake van een precontractuele fase.
Uit de casus blijkt dat er geen afspraken zijn gemaakt over de eventuele vergoeding
van kosten, hieruit blijkt dat er geen voorovereenkomst tussen de partijen gemaakt
is.
Ook zijn er geen afspraken gemaakt over de essentiële punten, dus is er geen
rompovereenkomst tot stand gekomen.
Baris/Riezekamp: partijen door in onderhandeling te treden over het sluiten van een
overeenkomst tot elkaar komen te staan in een bijzondere door goeder trouw
beheerste rechtsverhouding die meebrengt dat zij hun gedrag mede moeten laten
bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij.
In Plas/Valburg heeft de HR drie fasen onderscheiden in de precontractuele fase. De
partijen bevinden zich niet in de eindfase. Er is namelijk geen sprake
van totstandkomingsvertrouwen dat is opgewekt. Uit CBB/JPO blijkt dat partijen niet
vrij meer zijn onderhandelingen af te breken als er sprake is van
totstandkomingsvertrouwen, als dit er is bevinden de partijen zich in stadium 3. In
casu is dit niet het geval. De gederfde winst van €350.000-, wordt daarom niet
vergoed.
Partijen bevinden zich in stadium 2, het is een stap verder dan de beginfase omdat er
een verzoek tot wijziging is ingediend waarna van Nees kosten gemaakt heeft.
Iedere partij is in beginsel vrij de onderhandelingen af te breken. Het is echter wel
onaanvaardbaar van de stichting om de onderhandelingen af te breken zonder de
gemaakte kosten te vergoeden (Plas/Valburg).
Hoewel er geen afspraken zijn gemaakt over vergoeding van eventuele kosten, heeft
Nees wel kosten gemaakt om aan de eisen van de stichting te voldoen. Van Nees
heeft daarom een vordering tot schadevergoeding van €8000 voor het
beveiligingsadvies.
Casus 2:
Een Rustenburg stuurt per 1 juni een mail naar Stuurman dat hij zijn fiets wilt
verkopen voor €100 euro.
Op 3 juni stuurt Stuurman dat hij het aanbod van Rustenburg aanvaard. Als
Rustenburg dit ziet schrikt die dat hij perongeluk 100 euro in plaats van 300 euro had
geboden voor de fiets. Hij mailt terug dat hij er 300 euro voor wilt, maar Stuurman
zegt dat er voor 100 euro een overeenkomst is ontstaan.
Uit artikel 6:217 BW blijkt dat een overeenkomst tot stand komt door aanbod en
aanvaarding. Een aanbod/aanvaarding is een eenzijdige rechthandeling. Uit artikel