Thema 5 Hersenstam (bewustzijn, slaap en syncope)
HC18 Hersenstam en autonoom zenuwstelsel
Hersenzenuwen
- Olfactorius en opticus (I en II) niet écht hersenzenuwen -> zijn meer extensies CNS
o Komt door manier van ontwikkelen
Diencephalon wordt een ballonnetje -> wordt het oog
Bulbus/tractus olfactorius uit telencephalon -> middels fila olfactoria
verbinding met het oppervlak
- Axonen hersenzenuwen normaal komen/eindigen -> craniale nucleus
o Craniale nucleus (III-XII) in hersenstam
o Craniale zenuw axonen van verschillende craniale nuclei (III, V, VII, X)
o Sommige craniale nuclei ontvangen axonen uit meerdere craniale zenuwen
Nucleus ambiguus innerveert slikspieren
Maar via verschillende axonen van hersenzenuwen naar slikspieren toe
- Motorische hersenzenuwkern -> spieren liggen ipsilateraal (behalve bij n. trochlearis)
- Vezeltypes van hersenzenuwen hoef je niet te weten
- Beloop -> functie -> hoe ze lopen door openingen in de schedel moet je weten
Corticale innervatie craniale nucleus -> contralateraal of ook bilateraal
Vanuit hersenschors, kruisen in hersenstam
- mV Trigeminus Kouwen
- dVII Facialis (dorsaal) Aangezichtsspieren
- vVII Facialis (ventraal) Aangezichtsspieren
- IX, X Ambiguus Slikken
- XI Accesorius Sternocleidomastoidius en trapezius
- XII Hypoglossus Tong
Splitsing van de neurale buis
- Dorsaal (alaar) -> sensorisch
- Ventraal (basaal) -> motorisch
- De morfogenen uit de vloer- en dakplaat zorgen voor de splitsing -> beïnvloeden
eindbestemming neuronen bij ontwikkeling
In de hersenstam komen ze anders te liggen -> door openklappen van hersenstam (zie plaatje)
Kolommen van Herrick -> organisatie
- Ruggenmerg -> MMC, LMC, PMC, HMC
In de hersenstam komen er twee bij want er komen extra
functies bij -> hieronder hoef je niet te weten
- Motorisch (basaal) -> branchiomotorkolom -> afgeleiden van de kieuwspieren
- Sensorisch (alaar) -> speciaal sensorisch (auditoir, vestibulair)
Herrick’s kolommen
- Blauw -> sensorisch
- Geel/rood -> motorisch
- Groen -> is intermediair grijs -> maar heet hier reticulaire formatie
,Reticulaire formatie (tegmentum hersenstam)
- Rostraal RF (halverwege de pons en daarboven) ->
o Regelen functie cerebrum en thalamus
o Zo staat van opwinding en aandacht -> hoe
makkelijk zijn de thalamus en cortex te exciteren
- Caudaal RF (onderste helft pons en daaronder)->
o Autonome en motorische functie
Functies van RF -> rostraal
- Mesencephalon en bovenkant pons
o Exciteerbaarheid brein
Door diffuse modulatoire systemen (tijdens HC limbisch) in de RF
- Onderhoud een alerte bewuste status in het cerebrum
o Filtert 99% stimuli weg -> cortex belangrijke 1% (vooral repetitief en zwakke stimuli)
o In samenwerking met diencephalon (thalamus)
Bewustzijn -> lastig te definiëren
- Wat we doen als we bewust zijn
o Alle acties van somatomotor, sensorisch, geheugen en emotionele systemen
- Mate van bewustzijn
o Alertness, Attention, Awareness
- Rostrale RF grote rol in alertness en wat attention ->
o Ook wel Ascending Reticular Activating System (ARAS)
o Regelt exciteerbaarheid diencephalon en cerebrum
Caudale RF ->
- Lager deel pons en medulla oblongata
o Doet ook exciteerbaarheid brein
Diffuse modulerende systemen (zelfde als rostraal)
Doet vooral afdalend -> exciteerbaarheid motorneuronen ->
- Autonome functies
o Ademhaling, bloeddruk, hartslag, mictie
o Dalende analgese regulatie -> reactie op pijn
- Motorische functies
o Spiertonus (hoe levendig reflexen)
o Oogbeweging
Ademhaling in reticulaire formatie -> door twee CPG
- Dorsale respiratoire groep -> inademing
- Ventrale respiratoire groep -> uitademing
Activiteit van deze twee CPG geregeld door
- Pontine respiratoire groep (PRG)
o Pneumotaxisch centrum (ademhaling aan)
o Apneu centrum (ademhaling uit)
, o Doet samen rate en diepte van ademhaling
Ademhaling veel door het CPG
- Normale ademhaling
o In -> diafragma + wand abdomen
o Uit -> ontspannen -> gaat door elasticiteit thorax (passief)
- Actieve ademhaling
o In -> hetzelfde maar ook nog externe intercostale spieren
o Uit -> hetzelfde maar ook interne intercostale spieren en samentrekken abdomen
- Extreem harde ademhaling -> ook nog accessoire spieren
o Sternocleidomastoidius, scalenus, pectoralis major/minor etc
Effort voor ademhaling kost soms meer zuurstof dan een ademhaling genereert -> astma-aanval
Pontine Respiratoire groep onder invloed van veel factoren -> zie plaatje
- Hoge centrums hersenen (+ en -)
- Medullaire chemoreceptoren lage pH, hoge CO2 (+)
- Carotis en aorta chemoreceptoren -> daling O2 (+)
- Proprioceptoren in spieren en gewrichten (+)
- Receptoren voor aanraking, temperatuur, pijn (+)
- Hering-Breuer reflex -> stretch receptoren in longen (-)
In werkelijkheid nog veel ingewikkelder
Neurotransmitter systemen
Groot -> regelsystemen
- GABA (50%)-> inhiberend
o Ingebouwd systeem dat alles rustig houdt
o Want normaal zijn axonen spontaan actief -> zou anders massaal actief worden als ze
niet uitgedoofd worden
- Dan glutamate (30%) en acetylcholine (20%) ook nog bij groot
o CBS-s glutamate
- Motoriek, sensorisch, geheugen, emotioneel
- Vaak chemische synapsen en iotropische receptoren
- Snel en kort effect -> PSP
Klein -> Diffuse modulatoire systemen (2%)
- Kleine groepen neuronen verspreid over CNS
- Belangrijk voor de status van het zenuwstelsel
- In reticulaire formatie en diencephalon
- Neurotransmitter
o Choline -> hersen exciteerbaarheid
o Serotonine -> emoties
o Noradrenaline -> arousal (FF) en aandacht (centraal)
o Dopamine -> beloning (verslaving)
- Chemische synapsen en metabotrope receptoren
o Langzamer/langer effect -> variabel door 2nd messenger systeem
HC18 Hersenstam en autonoom zenuwstelsel
Hersenzenuwen
- Olfactorius en opticus (I en II) niet écht hersenzenuwen -> zijn meer extensies CNS
o Komt door manier van ontwikkelen
Diencephalon wordt een ballonnetje -> wordt het oog
Bulbus/tractus olfactorius uit telencephalon -> middels fila olfactoria
verbinding met het oppervlak
- Axonen hersenzenuwen normaal komen/eindigen -> craniale nucleus
o Craniale nucleus (III-XII) in hersenstam
o Craniale zenuw axonen van verschillende craniale nuclei (III, V, VII, X)
o Sommige craniale nuclei ontvangen axonen uit meerdere craniale zenuwen
Nucleus ambiguus innerveert slikspieren
Maar via verschillende axonen van hersenzenuwen naar slikspieren toe
- Motorische hersenzenuwkern -> spieren liggen ipsilateraal (behalve bij n. trochlearis)
- Vezeltypes van hersenzenuwen hoef je niet te weten
- Beloop -> functie -> hoe ze lopen door openingen in de schedel moet je weten
Corticale innervatie craniale nucleus -> contralateraal of ook bilateraal
Vanuit hersenschors, kruisen in hersenstam
- mV Trigeminus Kouwen
- dVII Facialis (dorsaal) Aangezichtsspieren
- vVII Facialis (ventraal) Aangezichtsspieren
- IX, X Ambiguus Slikken
- XI Accesorius Sternocleidomastoidius en trapezius
- XII Hypoglossus Tong
Splitsing van de neurale buis
- Dorsaal (alaar) -> sensorisch
- Ventraal (basaal) -> motorisch
- De morfogenen uit de vloer- en dakplaat zorgen voor de splitsing -> beïnvloeden
eindbestemming neuronen bij ontwikkeling
In de hersenstam komen ze anders te liggen -> door openklappen van hersenstam (zie plaatje)
Kolommen van Herrick -> organisatie
- Ruggenmerg -> MMC, LMC, PMC, HMC
In de hersenstam komen er twee bij want er komen extra
functies bij -> hieronder hoef je niet te weten
- Motorisch (basaal) -> branchiomotorkolom -> afgeleiden van de kieuwspieren
- Sensorisch (alaar) -> speciaal sensorisch (auditoir, vestibulair)
Herrick’s kolommen
- Blauw -> sensorisch
- Geel/rood -> motorisch
- Groen -> is intermediair grijs -> maar heet hier reticulaire formatie
,Reticulaire formatie (tegmentum hersenstam)
- Rostraal RF (halverwege de pons en daarboven) ->
o Regelen functie cerebrum en thalamus
o Zo staat van opwinding en aandacht -> hoe
makkelijk zijn de thalamus en cortex te exciteren
- Caudaal RF (onderste helft pons en daaronder)->
o Autonome en motorische functie
Functies van RF -> rostraal
- Mesencephalon en bovenkant pons
o Exciteerbaarheid brein
Door diffuse modulatoire systemen (tijdens HC limbisch) in de RF
- Onderhoud een alerte bewuste status in het cerebrum
o Filtert 99% stimuli weg -> cortex belangrijke 1% (vooral repetitief en zwakke stimuli)
o In samenwerking met diencephalon (thalamus)
Bewustzijn -> lastig te definiëren
- Wat we doen als we bewust zijn
o Alle acties van somatomotor, sensorisch, geheugen en emotionele systemen
- Mate van bewustzijn
o Alertness, Attention, Awareness
- Rostrale RF grote rol in alertness en wat attention ->
o Ook wel Ascending Reticular Activating System (ARAS)
o Regelt exciteerbaarheid diencephalon en cerebrum
Caudale RF ->
- Lager deel pons en medulla oblongata
o Doet ook exciteerbaarheid brein
Diffuse modulerende systemen (zelfde als rostraal)
Doet vooral afdalend -> exciteerbaarheid motorneuronen ->
- Autonome functies
o Ademhaling, bloeddruk, hartslag, mictie
o Dalende analgese regulatie -> reactie op pijn
- Motorische functies
o Spiertonus (hoe levendig reflexen)
o Oogbeweging
Ademhaling in reticulaire formatie -> door twee CPG
- Dorsale respiratoire groep -> inademing
- Ventrale respiratoire groep -> uitademing
Activiteit van deze twee CPG geregeld door
- Pontine respiratoire groep (PRG)
o Pneumotaxisch centrum (ademhaling aan)
o Apneu centrum (ademhaling uit)
, o Doet samen rate en diepte van ademhaling
Ademhaling veel door het CPG
- Normale ademhaling
o In -> diafragma + wand abdomen
o Uit -> ontspannen -> gaat door elasticiteit thorax (passief)
- Actieve ademhaling
o In -> hetzelfde maar ook nog externe intercostale spieren
o Uit -> hetzelfde maar ook interne intercostale spieren en samentrekken abdomen
- Extreem harde ademhaling -> ook nog accessoire spieren
o Sternocleidomastoidius, scalenus, pectoralis major/minor etc
Effort voor ademhaling kost soms meer zuurstof dan een ademhaling genereert -> astma-aanval
Pontine Respiratoire groep onder invloed van veel factoren -> zie plaatje
- Hoge centrums hersenen (+ en -)
- Medullaire chemoreceptoren lage pH, hoge CO2 (+)
- Carotis en aorta chemoreceptoren -> daling O2 (+)
- Proprioceptoren in spieren en gewrichten (+)
- Receptoren voor aanraking, temperatuur, pijn (+)
- Hering-Breuer reflex -> stretch receptoren in longen (-)
In werkelijkheid nog veel ingewikkelder
Neurotransmitter systemen
Groot -> regelsystemen
- GABA (50%)-> inhiberend
o Ingebouwd systeem dat alles rustig houdt
o Want normaal zijn axonen spontaan actief -> zou anders massaal actief worden als ze
niet uitgedoofd worden
- Dan glutamate (30%) en acetylcholine (20%) ook nog bij groot
o CBS-s glutamate
- Motoriek, sensorisch, geheugen, emotioneel
- Vaak chemische synapsen en iotropische receptoren
- Snel en kort effect -> PSP
Klein -> Diffuse modulatoire systemen (2%)
- Kleine groepen neuronen verspreid over CNS
- Belangrijk voor de status van het zenuwstelsel
- In reticulaire formatie en diencephalon
- Neurotransmitter
o Choline -> hersen exciteerbaarheid
o Serotonine -> emoties
o Noradrenaline -> arousal (FF) en aandacht (centraal)
o Dopamine -> beloning (verslaving)
- Chemische synapsen en metabotrope receptoren
o Langzamer/langer effect -> variabel door 2nd messenger systeem