Thema 6 Corticale functiestoornissen en visus
HC22 Anatomie visus en cognitie
Het visuele systeem is het belangrijkste sensorplatform
- 70% vezels naar brein -> sensorische vezels met visuele informatie
- II, III, IV, VI, V, VII allemaal iets met visueel systeem te maken
Het oog (als camera -> analogie)
- Lens
- Iris (als diafragma)
- Retina (als CCD, ontvangst oppervlakte)
- Verdere opticale eigenschappen -> maakt zichzelf schoon en
o Autofocus (wat minder als je een bril nodig hebt)
o Autotracking
o Steady-cam (ingebouwde stabiliteit)
o Grote dynamische range (bij veel en weinig licht)
- Dit bovenstaande komt door het CNS achter de ogen -> neurale eigenschappen
o Te vergelijken met computerchip in de camera
Neurale componenten van visie
- Thalamus (alle zintuigsystemen synapteren in de thalamus)
o Corpus geniculatum laterale -> geeft door aan ->
- Cerebrum
o Primaire en andere visuele cortex
- Hersenstam
o Superior colliculi/pretectum (visueel verwerkingscentrum -> oogmotoriek)
o Nucleus occulomotorius (aangestuurd door hierboven)
o Vestibulaire nucleus (geeft stand hoofd input aan nucleus occulomotorius en pretectum)
DIA 10 TOT 23 OVER OGEN NOG DOORNEMEN
,Oogbol
- Eén binnenste grote bol
o Bedekt door sclera -> taai vlies, buitenste rand oog
o Hieronder vaatvlies -> choroidea -> voor retina (met staafjes, kegeltjes en neuronen)
- Kleinere bol soort van ingedekt aan de voorkant ->
o Wordt afgedekt door de cornea
- Retina
o Licht via cornea, pupil en lens
o Is CNS en heeft veel bloed nodig
Zit dus alleen op plekken waar echt licht kan vallen
Eindigt ten hoogte van ora serrata (gerafelde rand)
- Lens aan spiertjes -> bolling aanpassen -> hoe boller hoe dichterbij
- Glasachtig lichaam vult oog
- Vocht aan de voorkant -> uit corpus ciliare
o Circuleert van achterste oogkamer door iris naar voorste oogkamer (soort van liquor)
o ten hoogte van cirkelvormig kanaal (overgang cornea naar sclera) kanaal van Schlemm
weer afgevoerd
In retina -> fovea -> daar kan je het beste mee zien (centrale zien)
- Soort kuiltje in de retina
- (rondom de fovea zit de macula lutea -> de gele vlek)
- Visuele as -> net een beetje naar binnen gedraaid dus komt zo precies op
de fovea
o Optische as is recht in het verlengde
- Zie plaatje
Visuele veld -> Goldman perimeter
- Van oog meten wat het waarneemt van de buitenkant
- Kijken naar het zwarte midden
o Lichtflitjes in de periferie wel/niet zien
o Bolperimeter -> gezichtsveld van het oog
o Stukje mis je door de neus
, o Bij beide ogen -> verschillen een klein beetje
Visuele assen beiden ogen convergeren een beetje -> naar het midden
toe
- Stereoscopische visie -> beide ogen zien een klein stukje
hetzelfde
- Geldt niet voor alle dieren
o Visjes prooidieren ogen aan twee kanten
o Uil ogen heel stereoscopisch -> kan heel goed diepte
zien
- Plaatje -> centrale zien in beide ogen overlappen door
convergentie
- Dan combineren in hersenen -> plaatje onder
o Centrale zien
o Binoculaire zien -> wat beide ogen zien
o Monoculaire visueel veld -> wat alleen rechts of alleen
links ziet
Projectie op de retina
- Lens tussen -> dus links/rechts en boven/onder
omgedraaid
- Retina holvormig -> vertekening van het beeld
- Retina ook incompleet -> blinde vlek waar n. opticus
binnen komt (afferente axonen)
Fundoscopie -> naar fundus (retina) kijken
Met ophthalmoscoop
- Je ziet de blinde vlek
HC22 Anatomie visus en cognitie
Het visuele systeem is het belangrijkste sensorplatform
- 70% vezels naar brein -> sensorische vezels met visuele informatie
- II, III, IV, VI, V, VII allemaal iets met visueel systeem te maken
Het oog (als camera -> analogie)
- Lens
- Iris (als diafragma)
- Retina (als CCD, ontvangst oppervlakte)
- Verdere opticale eigenschappen -> maakt zichzelf schoon en
o Autofocus (wat minder als je een bril nodig hebt)
o Autotracking
o Steady-cam (ingebouwde stabiliteit)
o Grote dynamische range (bij veel en weinig licht)
- Dit bovenstaande komt door het CNS achter de ogen -> neurale eigenschappen
o Te vergelijken met computerchip in de camera
Neurale componenten van visie
- Thalamus (alle zintuigsystemen synapteren in de thalamus)
o Corpus geniculatum laterale -> geeft door aan ->
- Cerebrum
o Primaire en andere visuele cortex
- Hersenstam
o Superior colliculi/pretectum (visueel verwerkingscentrum -> oogmotoriek)
o Nucleus occulomotorius (aangestuurd door hierboven)
o Vestibulaire nucleus (geeft stand hoofd input aan nucleus occulomotorius en pretectum)
DIA 10 TOT 23 OVER OGEN NOG DOORNEMEN
,Oogbol
- Eén binnenste grote bol
o Bedekt door sclera -> taai vlies, buitenste rand oog
o Hieronder vaatvlies -> choroidea -> voor retina (met staafjes, kegeltjes en neuronen)
- Kleinere bol soort van ingedekt aan de voorkant ->
o Wordt afgedekt door de cornea
- Retina
o Licht via cornea, pupil en lens
o Is CNS en heeft veel bloed nodig
Zit dus alleen op plekken waar echt licht kan vallen
Eindigt ten hoogte van ora serrata (gerafelde rand)
- Lens aan spiertjes -> bolling aanpassen -> hoe boller hoe dichterbij
- Glasachtig lichaam vult oog
- Vocht aan de voorkant -> uit corpus ciliare
o Circuleert van achterste oogkamer door iris naar voorste oogkamer (soort van liquor)
o ten hoogte van cirkelvormig kanaal (overgang cornea naar sclera) kanaal van Schlemm
weer afgevoerd
In retina -> fovea -> daar kan je het beste mee zien (centrale zien)
- Soort kuiltje in de retina
- (rondom de fovea zit de macula lutea -> de gele vlek)
- Visuele as -> net een beetje naar binnen gedraaid dus komt zo precies op
de fovea
o Optische as is recht in het verlengde
- Zie plaatje
Visuele veld -> Goldman perimeter
- Van oog meten wat het waarneemt van de buitenkant
- Kijken naar het zwarte midden
o Lichtflitjes in de periferie wel/niet zien
o Bolperimeter -> gezichtsveld van het oog
o Stukje mis je door de neus
, o Bij beide ogen -> verschillen een klein beetje
Visuele assen beiden ogen convergeren een beetje -> naar het midden
toe
- Stereoscopische visie -> beide ogen zien een klein stukje
hetzelfde
- Geldt niet voor alle dieren
o Visjes prooidieren ogen aan twee kanten
o Uil ogen heel stereoscopisch -> kan heel goed diepte
zien
- Plaatje -> centrale zien in beide ogen overlappen door
convergentie
- Dan combineren in hersenen -> plaatje onder
o Centrale zien
o Binoculaire zien -> wat beide ogen zien
o Monoculaire visueel veld -> wat alleen rechts of alleen
links ziet
Projectie op de retina
- Lens tussen -> dus links/rechts en boven/onder
omgedraaid
- Retina holvormig -> vertekening van het beeld
- Retina ook incompleet -> blinde vlek waar n. opticus
binnen komt (afferente axonen)
Fundoscopie -> naar fundus (retina) kijken
Met ophthalmoscoop
- Je ziet de blinde vlek