Thema 3 Membranen en transportprocessen
HC08 Membranen en transport
Prokaryoot (bacterie
- Plasma membraan die cel enclosed
Eukaryoot (humaan) -> heel veel membranen
- Intern membraan enclosing intracellulair compartement
- Lysosoom
- Peroxisome
- Endoplasmatisch reticulum
- Mitrochondrien
- Golgi apparat
- Plasma membraan
- Vesicles
Alle celmembranen opgebouwd uit (dubbel lipidelaag)
- Lipiden (bilaag 5 nm)
- Eiwitten (proteine moleculen)
Hydorfiele koppen naar buiten, hydrofiele staarten (twee)
naar binnen
Deze lipiden zijn amfipatische fosfolipiden
Fosfolipiden vomen liposomen
- Binnen water
Vloeibaarheid van membranen -> muis en mens eiwitten expiriment
Lipiden bewegen in membranen -> flexie rotatie en diffusie (geen filp-flop)
Cholesterol (bijna volledig hydrofoob lipide met één OH groep) zorgt voor rigiditeit membraan
- Zorgt dat lipiden minder goed kunnen draaien
- Ongeveer 20%
Functie van membraan eiwitten
- Transporters
- Ankereiwitten
- Receptoren
- Enzymen
Aminozuren in eiwitten naar buiten gericht in celmembraan zodat het goed vast
blijft zitten in het hydrofobe binnenkant van het membraan -> alfa structuur
- Samen meerdere eiwitten soort port vormen
Transport over membraan
- Passieve diffusie
- Passieve gefaciliteerde diffusie
- Actief transport
- Bulk tansport (exo- en endocytose)
, Passieve diffusie -> stoffen spontaan door celmembraan heen -> volgen concentratiegradient (groen en
blauw)
- Kleine moleculen -> hydrofobe stofjes
Zuurstof
Dioxide
Stikstof
Steroid hormonen
- Kleine ongeladen moleculen
Water
Glycerol
Ethanol
Passieve gefaciliteerde diffusie -> transporters -> eiwitten die kunnen
transporteren (geel)
Transporter bindt aan stof, verandert van vorm, wordt naar binnen de cel
getrokken (met concentratiegradient) -> geldt voor ongeladen stoffen!
- Aminozuren
- Glucose
- Nucleotide
Voor geladen stoffen regulatie heel nauw (i.v.m. lading cel) -> ionen-> passieve gefaciliteerde diffusie
(rood)
- Door kanalen die open gaan door signaal
- Als kanalen open volgens elektrochemische gradiënt
Worden gedreven door concentratiegradient
Maar kunnen worden tegen gehouden door elektrische krachten
- Celmembraan binnenkant negatief, buitenkant positief
Kalium(+) naar buiten met concentratiegradient maar een beetje geremd door de
negatieve lading aan de binnenkant celmembraan
Tegen concentratiegradient in -> actief transport (kost energie)
- Transport gekoppeld aan ATP pomp (wordt ADP en Pi en
transport kan plaatsvinden
- Of gekoppeld aan de gradient van een andere stof
Symport (samen) en antiport (tegen richting in)
Coupling uphill movement to downhill movement
of ion
Darm geen passief transport want dan tussen maaltijden door -> glucose weer terug in de darm
Daarom gekoppeld (Na+) transport -> actief transport
- Na+ is laag in de cel, hoog in het lumen
- Symport en antiport zijn dus actief gekoppeld transport
Glucose weer afgegeven
- Gefaciliteerde diffusie (met transporter) glucose volgt
concentratiegradienten
Concentratie Na+ behouden (laag in de cel) door natriumkaliumpomp (ATP)
- 3 Natrium cel uit, 2 Kalium cel in
HC08 Membranen en transport
Prokaryoot (bacterie
- Plasma membraan die cel enclosed
Eukaryoot (humaan) -> heel veel membranen
- Intern membraan enclosing intracellulair compartement
- Lysosoom
- Peroxisome
- Endoplasmatisch reticulum
- Mitrochondrien
- Golgi apparat
- Plasma membraan
- Vesicles
Alle celmembranen opgebouwd uit (dubbel lipidelaag)
- Lipiden (bilaag 5 nm)
- Eiwitten (proteine moleculen)
Hydorfiele koppen naar buiten, hydrofiele staarten (twee)
naar binnen
Deze lipiden zijn amfipatische fosfolipiden
Fosfolipiden vomen liposomen
- Binnen water
Vloeibaarheid van membranen -> muis en mens eiwitten expiriment
Lipiden bewegen in membranen -> flexie rotatie en diffusie (geen filp-flop)
Cholesterol (bijna volledig hydrofoob lipide met één OH groep) zorgt voor rigiditeit membraan
- Zorgt dat lipiden minder goed kunnen draaien
- Ongeveer 20%
Functie van membraan eiwitten
- Transporters
- Ankereiwitten
- Receptoren
- Enzymen
Aminozuren in eiwitten naar buiten gericht in celmembraan zodat het goed vast
blijft zitten in het hydrofobe binnenkant van het membraan -> alfa structuur
- Samen meerdere eiwitten soort port vormen
Transport over membraan
- Passieve diffusie
- Passieve gefaciliteerde diffusie
- Actief transport
- Bulk tansport (exo- en endocytose)
, Passieve diffusie -> stoffen spontaan door celmembraan heen -> volgen concentratiegradient (groen en
blauw)
- Kleine moleculen -> hydrofobe stofjes
Zuurstof
Dioxide
Stikstof
Steroid hormonen
- Kleine ongeladen moleculen
Water
Glycerol
Ethanol
Passieve gefaciliteerde diffusie -> transporters -> eiwitten die kunnen
transporteren (geel)
Transporter bindt aan stof, verandert van vorm, wordt naar binnen de cel
getrokken (met concentratiegradient) -> geldt voor ongeladen stoffen!
- Aminozuren
- Glucose
- Nucleotide
Voor geladen stoffen regulatie heel nauw (i.v.m. lading cel) -> ionen-> passieve gefaciliteerde diffusie
(rood)
- Door kanalen die open gaan door signaal
- Als kanalen open volgens elektrochemische gradiënt
Worden gedreven door concentratiegradient
Maar kunnen worden tegen gehouden door elektrische krachten
- Celmembraan binnenkant negatief, buitenkant positief
Kalium(+) naar buiten met concentratiegradient maar een beetje geremd door de
negatieve lading aan de binnenkant celmembraan
Tegen concentratiegradient in -> actief transport (kost energie)
- Transport gekoppeld aan ATP pomp (wordt ADP en Pi en
transport kan plaatsvinden
- Of gekoppeld aan de gradient van een andere stof
Symport (samen) en antiport (tegen richting in)
Coupling uphill movement to downhill movement
of ion
Darm geen passief transport want dan tussen maaltijden door -> glucose weer terug in de darm
Daarom gekoppeld (Na+) transport -> actief transport
- Na+ is laag in de cel, hoog in het lumen
- Symport en antiport zijn dus actief gekoppeld transport
Glucose weer afgegeven
- Gefaciliteerde diffusie (met transporter) glucose volgt
concentratiegradienten
Concentratie Na+ behouden (laag in de cel) door natriumkaliumpomp (ATP)
- 3 Natrium cel uit, 2 Kalium cel in