Thema 7 Het cytoskelet en de extracellulaire matrix
HC24 Cytoskelet
Leerdoelen ->
- Functies cytoskelet benoemen
- Verschillende componenten, karakteristieken en functies
- Werking verklaren van stoffen die reageren met
cytoskeletelementen
Actine (periferie) en microtubili deel cytoskelet zie plaatje
Ingewikkeld netwerk van draadvormige moleculen in het cytoplasma
- Cytoskelet -> skelet van de cellen
- Ook de spieren van de cellen
- Ook belangrijk voor de lokalisatie van organellen en transport van moleculen in de cel
Segregatie van chromosomen -> splitsingen van een cel in 2 dochtercellen
Drie verschillende klassen (onderscheiding door diameter)
- Microfilamenten (actine)
- Intermediaire filamenten
- Microtubuli
Intermediaire filamenten
- Cytoplasmatisch
Keratine in epitheliale celllen
Vimentines en vimentin gerelateerd in
bindweefsel, spier en gliacellen
Neurofilamenten in zenuwcellen
- Nuclear
Nucleeare lamins in alle dierlijke cellen
Belang intermediaire filamenten
- Epidermolysis bullosa simplex (EBS)
- 1 op 30.000 tot 50.000
- Milde tot ernsitge symptomen
- Autosomaal dominant
- Blaarvorming op de huid door wrijven of krabben
- KRT5 of KRT14 gen mutatie -> zijn keratinegenen kunnen leiden tot EBS
- Plaatje A EBS (epidermis deels los van dermis), plaatje B gezond
Door mutaties in keratine-eiwitten die minder goed functioneren
Keratine eiwitten
- Lopen overal door de cel heen
- Connect met desmosomen
- Als cellen uitgerekt zorgen keratinefilamenten/intermediaire filamenten stress wordt verdeeld
en cel scheurt niet
Bij EBS minder stevig -> kunnen minder stress opvangen en cellen scheuren kapot
Syndroom dat lijkt op EDS -> pectine koppelt filaenten
, - Plectine vormt een koppeling tussen intermediaire filamenten en microtubuli/actine filamenten
- Ook spierdistrofie en neurodegeneratie
- Pectine stabiliseert intermediaire filamenten en koppelt ze aan microtubuli/actine filamenten
Plectine groen
Intermediaire filamentne blouw
Microtubuli rood
Hutchingson-Gilford Progeria syndroom
- Ook door mutatie intermediaire filament
- Zeer versnelde verouderen
- Groei achterstand, prominente ogen,
smalle neus, kaalheid, verouderde huid, gewrichtsafwijkingen, weinig subcutaan vet
- 1 op 4 miljoen
- Autosomaal dominant
- LMNA gen -> lamine A eiwit
Nuclear gelocaliseerd intermediar filament
Zit vlak onder de nucleaire envelop (wel in de kern)
Daaraan binden eiwitten waar chromatine aan Lamina A
intermediare filamenten
Zorgt netwerkstructuur met chromatine
Rol DNA replicatie
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Transcriptie factoren
Replicatiefactoren
Celkernen met dit vertonen meer euchromatine dan normaal
Al dit speelt rol versnelde veroudering
- Meest kenmerkende mutatie bij HGPS (plaatje staat niet in powerpoint)
Gen bestaat uit verschillende exonen -> afgelezen en splicing
Bij translatie wordt preLamine A gevormd -> aan de C terminale kant
Wordt gebruikt voor posttranslationele modificatie
Protease methylering -> laatste 3 aminozuren afgeknipt
Ontstaat carboxylterminaal uiteinde
Dit signaal zorgt ander protease knippen dat die C einde met cyl groep
erafgeknipt wordt
Protease
Bij mutatie in het C 3’ gedeelte plaats
Basepaarsubstitutie -> zorgt niet aminzouurverandering maar criptische splice-
site
Er wordt preglomine (?) gevormd -> soort verkorte vorm pre lamina A
Wordt ook gefamesyleerd -> gemethyleerd
Laatste drie aminozurene
Maar iets mist dus kan niet afgeknipt worden
- Hierdoor progreine gen
- Bindt veel sterker aan kernmembraam
Structuur intermediaire filamenten
- Monomeren alfa helix
Aminozuursequentie voor alle intermediaire filamenten min of meer gelijk
HC24 Cytoskelet
Leerdoelen ->
- Functies cytoskelet benoemen
- Verschillende componenten, karakteristieken en functies
- Werking verklaren van stoffen die reageren met
cytoskeletelementen
Actine (periferie) en microtubili deel cytoskelet zie plaatje
Ingewikkeld netwerk van draadvormige moleculen in het cytoplasma
- Cytoskelet -> skelet van de cellen
- Ook de spieren van de cellen
- Ook belangrijk voor de lokalisatie van organellen en transport van moleculen in de cel
Segregatie van chromosomen -> splitsingen van een cel in 2 dochtercellen
Drie verschillende klassen (onderscheiding door diameter)
- Microfilamenten (actine)
- Intermediaire filamenten
- Microtubuli
Intermediaire filamenten
- Cytoplasmatisch
Keratine in epitheliale celllen
Vimentines en vimentin gerelateerd in
bindweefsel, spier en gliacellen
Neurofilamenten in zenuwcellen
- Nuclear
Nucleeare lamins in alle dierlijke cellen
Belang intermediaire filamenten
- Epidermolysis bullosa simplex (EBS)
- 1 op 30.000 tot 50.000
- Milde tot ernsitge symptomen
- Autosomaal dominant
- Blaarvorming op de huid door wrijven of krabben
- KRT5 of KRT14 gen mutatie -> zijn keratinegenen kunnen leiden tot EBS
- Plaatje A EBS (epidermis deels los van dermis), plaatje B gezond
Door mutaties in keratine-eiwitten die minder goed functioneren
Keratine eiwitten
- Lopen overal door de cel heen
- Connect met desmosomen
- Als cellen uitgerekt zorgen keratinefilamenten/intermediaire filamenten stress wordt verdeeld
en cel scheurt niet
Bij EBS minder stevig -> kunnen minder stress opvangen en cellen scheuren kapot
Syndroom dat lijkt op EDS -> pectine koppelt filaenten
, - Plectine vormt een koppeling tussen intermediaire filamenten en microtubuli/actine filamenten
- Ook spierdistrofie en neurodegeneratie
- Pectine stabiliseert intermediaire filamenten en koppelt ze aan microtubuli/actine filamenten
Plectine groen
Intermediaire filamentne blouw
Microtubuli rood
Hutchingson-Gilford Progeria syndroom
- Ook door mutatie intermediaire filament
- Zeer versnelde verouderen
- Groei achterstand, prominente ogen,
smalle neus, kaalheid, verouderde huid, gewrichtsafwijkingen, weinig subcutaan vet
- 1 op 4 miljoen
- Autosomaal dominant
- LMNA gen -> lamine A eiwit
Nuclear gelocaliseerd intermediar filament
Zit vlak onder de nucleaire envelop (wel in de kern)
Daaraan binden eiwitten waar chromatine aan Lamina A
intermediare filamenten
Zorgt netwerkstructuur met chromatine
Rol DNA replicatie
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Transcriptie factoren
Replicatiefactoren
Celkernen met dit vertonen meer euchromatine dan normaal
Al dit speelt rol versnelde veroudering
- Meest kenmerkende mutatie bij HGPS (plaatje staat niet in powerpoint)
Gen bestaat uit verschillende exonen -> afgelezen en splicing
Bij translatie wordt preLamine A gevormd -> aan de C terminale kant
Wordt gebruikt voor posttranslationele modificatie
Protease methylering -> laatste 3 aminozuren afgeknipt
Ontstaat carboxylterminaal uiteinde
Dit signaal zorgt ander protease knippen dat die C einde met cyl groep
erafgeknipt wordt
Protease
Bij mutatie in het C 3’ gedeelte plaats
Basepaarsubstitutie -> zorgt niet aminzouurverandering maar criptische splice-
site
Er wordt preglomine (?) gevormd -> soort verkorte vorm pre lamina A
Wordt ook gefamesyleerd -> gemethyleerd
Laatste drie aminozurene
Maar iets mist dus kan niet afgeknipt worden
- Hierdoor progreine gen
- Bindt veel sterker aan kernmembraam
Structuur intermediaire filamenten
- Monomeren alfa helix
Aminozuursequentie voor alle intermediaire filamenten min of meer gelijk