COLLEGE 1
CIVIELRECHTELIJK STELSEL VAN DE JUSTITIËLE JEUGDZORG
Het jeugdrecht behelst voornamelijk het jeugdstrafrecht, maar ook civiele zaken vallen hieronder.
Civielrechtelijk = jeugdbeschermingskant (ondertoezichtstelling, uithuisplaatsingen)
Strafrechtelijk = in aanraking gekomen met justitie
(V)OTS, uithuisplaatsing
Je hebt de gesloten uithuisplaatsing: iemand wordt in een gesloten instelling geplaatst voor een
bepaalde duur door de kinderrechter. Je hebt ook de open uithuisplaatsing. Een andere vorm is de
besloten uithuisplaatsing, maar die ga je in de wet niet terug vinden. Tot slot heb je dan ook de open
plekken in de zin van perspectief biedende pleeggezinnen of gezinshuizen. Hier kunnen kinderen ook
in terecht komen, soms na een gesloten plaatsing. Ook is er nog een andere vorm, de voorwaardelijke
machtiging. Komt niet vaak voor, maar houdt in dat er afspraken worden gemaakt met de jongere.
Zoals: als jij naar school gaat en je houdt aan de aanwijzingen van de gezinsmanager etc., wordt er
geen gebruik gemaakt van de voorwaardelijke machtiging. Doe je dit niet, word je alsnog geplaatst.
Nieuwe Jeugdwet (2015)
Het basisidee van de nieuwe jeugdwet was decentralisatie (het uitbesteden van zaken van Den Haag
naar de gemeenten), het moest daarmee laagdrempeliger worden, er moest een preventieve werking
van uitgaan en het idee was ‘één gezin, één plan’. Voorheen was het nogal versnipperd en je zag dat
er heel veel hulpverlening binnen één gezin voor een of meerdere kinderen aanwezig was. Ouders
konden hierdoor de bomen door het bos niet meer zien door de vele hulpverleners. Dat was vanuit
jeugdbescherming dus ook het idee, één gezin, één plan, zodat er één aanspreekpunt is en één
gezinsmanager. Daarmee werd ook de jeugdreclassering (die voorheen apart was van de
gezinsvoogden) samengevoegd. Daar begon het eerste probleem: een aantal jeugdbeschermers bleek
niet geschikt om vanuit jeugdreclassering ook de civiele taken erbij te nemen of andersom. De
jeugdbeschermers in kwestie werden dus eigenlijk op beide rechtsgebieden uitgerust.
- Werkt het?
o In de praktijk moeten we het ermee doen, maar het heeft haken en ogen. Niet alleen
financieel, omdat gemeenten worstelen met het bekostigen ervan, maar het is wel
laagdrempeliger. Maar je bent wel afhankelijk van welke jeugdbeschermer je krijgt, er
zitten goede en slechte jeugdbeschermers tussen.
- Werkt het preventief?
o In het begin is er schoorvoetend omgegaan met vragen van
kinderbeschermingsmaatregelen, met name de uithuisplaatsingen. Ook daar moest
een beetje aan gewend worden vanuit gemeenten. Het gaat inmiddels wel al wat
beter, maar iedereen moest er in het begin aan wennen.
Partijen die betrokken zijn in dit proces
- Raad voor de Kinderbescherming: doet verzoek tot kinderbeschermingsmaatregel. Maar het is
niet zo dat een OTS per se noodzakelijk is voor een gesloten of open uithuisplaatsing. Er zijn
ook situaties waarbij beide ouders (gescheiden, allebei gezag) een instemmingsverklaring
hebben getekend dat hun kind gesloten uit huis geplaatst wordt. Dan is er geen rol van de
Raad voor de Kinderbescherming op dat moment en die is ook niet aanwezig op de zitting.
Vaak is er wel een OTS en daarop volgend een uithuisplaatsing. Dat is vanuit de Raad voor de
Kinderbescherming.
- Openbaar Ministerie: gebeurt zelden dat OM via een officier van justitie een verzoek doet tot
uithuisplaatsing. Het kan wel. Een officier is vaak niet op de hoogte van deze optie van het
civielrecht.
- Ouders: gebeurt ook zelden.
, Colleges Forensische Orthopedagogiek en Recht 2
Criterium voor een gesloten uithuisplaatsing
De kern is dat het kind in kwestie ernstig bedreigd moet worden in de ontwikkeling en opvoeding. Dat
is wat nodig is om überhaupt toe te komen aan een ingrijpende maatregel. Of een vermoeden ervan,
kan ook al voldoende zijn. Het hoeft dus niet altijd hard te zijn. Er wordt vaak gekeken wat er op papier
wordt gesteld als feit, maar in de praktijk lijkt dit veel minder scherp.
Voorbeeld: vooral bij meisjes werd dan ergens in het verzoekschrift geroepen ‘loverboy problematiek’
maar het is lastig om dat hard te maken. Als je dat in een verzoek zegt, gaan de alarmbellen rinkelen
bij de kinderrechter en wordt er vrij snel gezegd dat er over wordt gegaan tot een uithuisplaatsing.
Je moet heel goed kijken dat er wel onderbouwing wordt gegeven aan dingen die worden geroepen in
een verzoekschrift. Kinderen hebben vaak een lange hulpverleningsgeschiedenis en daar wordt dan
vaak lukraak uit geknipt en geplukt.
Naast het bovenstaande criterium van ernstige bedreiging moet ook zorg noodzakelijk zijn (zijn er
geen alternatieven?) en blijken dat één of beide ouders het niet aankunnen. Dit is ook weer een
probleem, want vaak blijkt dat bij gescheiden ouders één ouder wel het aankan en de andere ouder
niet. Je moet goed kijken wat uiteindelijk in het belang van het kind is en wat de minderjarige zelf wil.
Voorbeelden van ernstige bedreiging/ontwikkelingsbedreiging
Bij uithuisplaatsing wordt er vaak gedacht aan hele ernstige problematiek. Zoals thuis seksueel geweld
of drugsproblematiek. Dat kan, maar soms is structurele overtreding van de leerplichtwet al
voldoende voor een uithuisplaatsing. Dat hangt een beetje af van de situatie en de persoon.
Bijvoorbeeld: een kind dat al maanden op bed ligt en niet naar school gaat, dan kan het kind gesloten
uit huis geplaatst worden. Maar let wel: een kinderrechter die besluit tot machtiging tot een gesloten
uithuisplaatsing, geeft dat uit handen aan de gezinsmanager (gecertificeerde instelling) met de
mogelijkheid om dit te doen en die hoeft dit niet te gebruiken. Het is dus niet definitief.
Wie is de gezinsmanager?
Die zit bij Bureau Jeugdbescherming Amsterdam (BJA), maar ook voor de LVB bij de William Schrikker
stichting. Dit is een instelling die gespecialiseerd is in kinderen met lage intelligentie (< 80). Maar ook
Leger des Heils voor mensen zonder vaste woon- en verblijfplaats.
Let wel: er is altijd de optie dat er alleen maar een OTS of een VOTS is. Daarbij worden advocaten niet
betrokken, dat heeft te maken met toevoegingen. Via de Raad voor Rechtsbijstand krijgt een
minderjarige een advocaat kosteloos toegewezen in geval van een gesloten uithuisplaatsing. Probleem
bij OTS is dat advocaten daar geen toevoer meer in krijgen. Je kan proberen als advocaat een
toevoeging aan te vragen, maar dit krijg je vaak niet. Alternatief is dat je de ouders gaat bijstaan, maar
soms zijn daar tegengestelde belangen met het kind. Er is geen procespartij in zaken omtrent
ondertoezichtstelling, onduidelijk is waarom dit zo is. Soms kan wel de kinderrechter benaderd
worden met de vraag of je als advocaat meekan naar de zitting en dan is het aan de kinderrechter om
een advocaat wel of niet te horen.
Verschil gesloten en open uithuisplaatsing
Een open plaatsing is een plaatsing in een open instelling, kan een pedagogische setting zijn. Denk
bijvoorbeeld aan een pleeggezin, een gezinsvervangend huis etc. Er zijn plekken waar kinderen bij
elkaar zitten in een gezinshuis en waar de deuren niet op slot zijn. Van daaruit gaan ze bijvoorbeeld
naar school en werk. Een gesloten plaatsing is in een gesloten instelling, zoals de Koppeling, waar de
deuren wel op slot zijn. Jongeren kunnen geen kant op. Een gesloten plaatsing is dus veel ingrijpender.
Vraag: hebben alle kinderen met een machtiging gesloten uithuisplaatsing recht op een advocaat?
- Ja, dat klopt. Alle kinderen die gesloten uit huis zijn geplaatst, krijgen een advocaat
toegewezen ter bewaring van hun belangen. Het is namelijk een heel ingrijpend verzoek.
Ouders kunnen ervoor kiezen, ieder voor zich, om een advocaat te nemen om hun eigen
belangen te vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld omdat er strijd is tussen hun en hun kind over