Chapter 1: Romans, Christians, and Barbarians
The Early Middle Ages (500-1000)
Het westelijke christendom steeg langzaam in aanzien. Rond 200 waren er enkele
romeinse steden in Europa, maar veel land lag braak en mensen hadden meer gemeen
met de ‘barbaren’ van over de grenzen. Christelijke koninginnen bekeerde hun mannen:
domestic proselytization. Monniken en nonnen verspreide het christendom via kloosters
en behielden de schriftcultuur. De zwakke papacy stond symbool voor eenheid. De
Karolingers verspreidde het christendom en Karel de Grote werd Romeins keizer. In hun
rijk begon het feodalisme. Rond 500 brokkelde een oud rijk af, rond 1000 kwam welvaart
en handel op.
The Roman Peace (31 BCE – 180 CE) and after
Met Augustus begon de Pax Romana over het hele Romeinse Rijk en er was handel met
China. Oude culturen bleven bestaan onder een Romeinse bovenlaag. De westelijke
provincies waren arm met weinig grondstoffen en werden bewoond door de Kelten. De
oostelijke en zuidelijke provincies waren welvarender met meer grondstoffen. Er was
connectiviteit in het hele rijk met handel en migratie. In de middeleeuwen waren mensen
geobsedeerd met ‘Rome’. Latere heersers zouden zichzelf ‘Romeinse keizers’ noemen. In
de 3e eeuw werd het rijk geteisterd door barbaren, troonstrijd, en ziektes. Het werd gered
door de hervormingen van Diocletianus en Constantijn. Er ontstond een scheiding tussen
oost en west.
Christianity
Voor de middeleeuwen begonnen was heel Europa christelijk geworden. Het was ontstaan
uit het jodendom in de Romeinse provincie Judea. Jesus werd veroordeeld en gekruisigd.
Na zijn tweede dood maakte hij een belofte dat hij terug zou komen. Zijn volgers zagen
hem als verbonden met de vader en deel van god.
Early Christians and the Early Church: De apostel Paulus opende het christendom
voor niet-joden. Het begon als een mysterie godsdienst, maar verschilde op twee vlakken.
De profeet was een echt historisch persoon, en er was één alomvattende god. Vele
volgelingen waren van lage sociale status en voelde zich aangetrokken tot de gelijkheid,
rijkere bekeerlingen konden de kerk financieel steunen. Ze leefde allemaal in steden. De
doop was een heilig sacrament. Het heilige brood en wijn waren de eucharist. Deze
rituelen zorgden voor verbondenheid. Het oude testament werd gevormd van oude
geschriften. Er werden ook heiligen vereerd, hun verhalen stonden in een hagiografie. Er
kwam een geestelijkheid die leken onderwees, een bisschop had controle over een
diocees, daarboven een aartsbisschop in grote steden, waarvan vijf patriarchen in de
grootste steden. De patriarch in Rome werd de paus met gezag over West-Europa.
Christianity and the Empire: Ze offerden niet voor de Romeinse staatsgoden, ze waren
een losstaande groep in het rijk. Met tussenposen werden ze vervolgd. Martelaren
zorgden voor meer zekerheid bij de rest. Keizer Constantijn gaf ze tolerantie in 313.
Latere keizers zorgden met councils voor eenheid in het christenendom. Langzaam
verdween paganism. Theodosius maakte het de Romeinse staatsgodsdienst.
Christianity and Judaism: Na twee gefaalde opstanden mochten joden niet meer in
Jeruzalem komen, vele verhuisden naar andere steden in het rijk, waar ze hun geloof
mochten beoefenen. Terwijl het christendom groeide en de staatsgodsdienst werd
behielden ze tolerantie, maar er werd op hen neergekeken.
Christianity and Classical Culture: Het neoplatonisme ging uit van een god die overal
was, de ziel kon via mysticism het lichaam ontsnappen. Het werden verbonden aan het
christendom, net als klassie ideeën over de allegorie. Het oude testament werd gezien als
een voorspelling van het christendom. Het christendom werd intellectueler. Andere
verwierpen de rede om het geloof uit te leggen, zoals Tertullian.
Christian Theology and Orthodoxy: Er was onderling debat. Op councils werden hier
afspraken over gemaakt, zoals in Nicea, die zorgden voor orthodoxy. Mensen die het
,oneens waren werden een ketter, waaronder het arianisme. Zij hadden veel strijd met de
katholieken. Ambrose, bisschop van Milaan, zorgde voor het moreel gezag van de kerk
over keizers. Jerome vertaalde de bijbel vanuit het Grieks naar het latijn, de vulgaat
bijbel. Augustine, bisschop van Hippo, schreef geschriften tegen heidenen. Met het
neoplatonisme zorgde hij voor een hernieuwde christelijke theologie, waarin de aarde
onderschikt was aan het spirituele en god jesus had gezonden voor een hernieuwde kans
op verlossing. Hij vond dat mensen verdeeld waren in twee groepen, wel of niet in god
geloven, en het menselijk moreel de geschiedenis bepaalde. Vele christenen leefden
celibaat, zoals jesus, maar Augustinus zei dat het huwelijk een goed alternatief was. Zijn
mening over het huwelijk werd canon law in de middeleeuwen.
Barbarians and the Western Empire
De barbaren kwamen van buiten het rijk naar binnen toe. Dit waren de Germanen.
Barbarian Customs and Institutions: In de 4e eeuw staken steeds meer groepen de
Rijn en de Donau over. Ze hadden geen schrift, Tacitus overdreef het aanzien van de
vrouw. Er was handel met het Romeinse Rijk, barbaren mochten in de Romeinse legers,
en sommige groepen mochten er verhuizen. Ze namen de Romeinse cultuur over en
bekeerden naar het arianisme. Vele woonden in dorpen met gespecialiseerde
ambachtslieden. Hun waarden van familie, legergroepen, wetten, en etniciteit bleven
belangrijk in de middeleeuwen. Families zorgden voor warmte en bescherming, na een
moord/verwonding spraken zij een vete uit die meestal werd betaald met wergild. Een
comitatus was een groep van krijgers loyaal aan een warlord en onderdeel van een stam
met een stamhoofd. Wetten waren gebaseerd op gebruiken en verschilde per stam. Ook
het goddelijke kon het recht bepalen, voor mensen met hoge status door compurgation
en voor lage staten trial by ordeal. Dit voorkwam vetes. Deze wetten zouden in de
middeleeuwen strijden met het Romeinse recht om invloed. Machtige stammen vormden
koninkrijken en verzonnen mythes over voorouders. Een raad koos de beste opvolger van
een koning uit zijn familie.
Migration and Settlement: Ze waren al eerder binnen gevallen maar vanaf 370 kwam
dit in een stroomversnelling. Door de komst van de Hunnen waren de Romeinse landen
nog aantrekkelijker. Valens liet de bedreigde Visigoten binnen, maar er ontstond onrust en
ze versloegen hem in 378 bij Adrianopel. Theodosius sloot vrede met hen. Alaric van de
Visigoten viel in 406 opnieuw aan, het westelijke rijk haalde veel troepen van de Rijn
waardoor er daar veel groepen naar binnen konden. De keizers verlieten Rome voor
Ravenna, waarna Rome werd geplunderd in 410. De Visigoten trokken daarna naar Iberië
en stichten een koninkrijk. Angelen, Saxons, en Jutten vertrokken naar Engeland, Franken
en Bourgondiërs naar Gallië, en de Vandalen via Iberië naar Afrika. Ze vestigden zich rond
het oude Carthago en werden zeerovers. Atilla de Hun kwam steeds dichter bij Rome,
maar paus Leo I deed hem omdraaien waarna hij snel stierf. De Hunnen settelden in
lokale dorpjes. Germaanse generaal kregen steeds meer invloed in het West-Romeinse
Rijk. Odovacar zette de laatste keizer daar af in 476. Theodoric van de Ostrogoten
versloeg hem later en vestigde een koninkrijk in Italië.
Decline of the Western Empire
Er zijn hier vele uiteenlopende redenen voor gegeven. Een opstapeling aan redenen is
waarschijnlijk het beste. De keizers waren minder competent; het leger had het moeilijk
tegen de invallen van de barbaren; het westen was economisch zwakker en
grootgrondbezitters deden niet aan innovaties waardoor veel armoede ontstond, adel trok
zich terug op het platteland wat zich door zou zetten tot de middeleeuwen; door ziektes
was de bevolking kleiner geworden waardoor er minder belasting binnenkwam; en ook
het klimaat was kouder en droger. Het Oost-Romeinse Rijk bleef wel nog een millennium
bestaan. Barbaarse stammen vulde de plekken van Romeinse legers en namen adviezen
aan van Romeinse adel. Ook de christelijke kerk nam een deel van de macht van de
keizer over. De Romeinse tradities en cultuur bleven nog eeuwen bestaan.
Conclusion
,Rond 500 waren en barbaarse stammen aan het samenwerken met Latijnse adel; steden
krompen; missionarissen bekeerden heidenen en arianen; en op het platteland steden
nieuwe families in aanzien. Uit deze late oudheid ontstond de middeleeuwen door
Romeinse en barbaarse culturen, afname van Romeinse tradities en infrastructuur, en de
opkomst van de christelijke kerk.
Chapter 2: Early Western Christendom (500-700)
Introduction
Er was fragmentatie in West-Europa. Het christendom was zwak en in tweestrijd, en er
waren nog heidenen. Nadat de barbaren gesetteld waren mengde hun cultuur met die
van de Kelten en Romeinen tot iets nieuws.
Early Medieval Society
Er was een goed klimaat, grote vlaktes met vruchtbare grond, en veel wijde rivieren. De
rivieren zorgden voor verbinding en handel. De romeinen leefden in steden en de Kelten
op het platteland, de laatste hadden goede ambachtslieden. Onder de romeinen werden
de Keltische boeren slaven en horigen. Door een vulkaanuitbarsting in 536 kwam er veel
as in de lucht, waardoor het een eeuw lang kouder was. Steden krompen en boerderijen
werden verlaten. Er ontstonden nieuwe groepen toen de barbaren met hen mixten. Er
kwam een krijgerscultuur. Elites van beide groepen werden de middeleeuwse adel. Er
werden verhalen verteld, waaronder die van Beowulf. Heren hadden meerdere vrouwen
met formele en informele vormen, met of zonder autoriteit over de vrouw. Dit zorgde voor
troonstrijd maar gaf ook kansen aan vrouwen.
Early Medieval Politics
Barbaarse koningen konden werken met romeinse administratie, maar die was vervallen,
net als de handel.
Localism and Kingship: Door het geweld was lokale autoriteit het beste. Lords werden
de baas over het platteland. In steden werden bisschoppen in kathedralen machthebbers.
Beide vroegen belasting en gaven bescherming en gerechtigheid. Bisschoppen handelden
in relieken, mensen trokken ervoor naar kerken. Door lokaalisme hadden koningen minder
macht, ze moesten samenwerken met heren en bisschoppen.
The Italian Peninsula: Ostrogoths, Lombards, and Byzantines: Theodorick van de
Ostrogoten was koning in Italië. Hij zorgde voor vrede en promotie van de romeinse
cultuur. Boëthius vertaalde enkele teksten van Plato en Aristoteles naar het latijn, hij
bedacht ook het trivium en quadrivium, wat de basis legde voor kennis in de
middeleeuwen. Cassiodorus zorgde voor de overlevering en acceptatie van antieke
teksten in de middeleeuwen. Vanaf 530 werd het zuiden aangevallen door Justianus en
vanaf 560 het noorden door de Lombobarden.
Merovingian Francia: Clovis creëerde een Frankisch koninkrijk in Gallië. Bisschop
Gregorius van Tours schreef positief over hem omdat hij, en daardoor alle Franken,
bekeerden naar het katholicisme. Hij werkte samen met de oude grootgrondbezitters, die
later huwde met Frankische elite. De Merovingische dynastie regeerde hun rijk voor twee
eeuwen. Er was weinig vrede omdat alle zoons een deel van het rijk kregen, wat leidde
, tot strijd. Koningschap werd gelokaliseerd. Vaak had de adel veel macht, maar Dagobert I
regeerde sterk over Francia. Hij gaf een abbey een jaarmarkt, wat geloof en handel
stimuleerde. Hij had romeinse administratie
Visigothic Iberia: De koningen hadden romeinse administratie en waren ariaans. In 587
bekeerde de koning, en de elite, naar het katholicisme. Dat leidde tot intergratie met de
bevolking. Joden werden gedwongen tot bekering voor eenheid. De adel kreeg meer
macht en ze werden rond 700 verslagen door de moslims.
The Early Medieval Church
Monasticism: Antonius ging afgezonderd leven in Egypte en anderen met hem. Simeon
leefde op een pilaar. Zij en andere hermit heilige werden als wijs en dichter bij god
gezien. Er kwamen ook socialere groepen van monniken in West-Europa. In Ierland
vervulden kloosters de functies van bisschoppen en maakten monniken pelgrimsreizen.
Er waren ook dubbele kloosters met mannen en vrouwen. Familie kloosters waren
gesticht door een rijk iemand en vervulden functies voor diens familie.
St. Benedict and His Rule: Hij stopte hier meerdere bestaande ideeën in over het
kloosterleven. Hij stichtte kloosters en zijn zus was ook een hermit. Hij schreef een simpel
gewoon leven voor waarin christenen konden aansluiten. Bij een oblatie gaven ouders
hun kinderen aan kloosters om opgevoed te worden. De kloosters waren tegen aardse
verlangens en werden door autocratisch door iemand geleid.
Contributions of Benedictine Monks and Nuns: Deze levenswijze verspreide en er
kwamen individuele kloosters. Ze hadden veel grond en middelen tot educatie, wat ze
een prominente rol gaf. Ze verspreidde het christendom en kopieerde oude geschriften.
Ze werden grootgrondbezitters met administratieve en rekruterende machten.
Pope Gregory the Great (r. 590-604):
Gregorius, monnik en geïnspireerd door de visie van Benedict, schreef een biografie over
hem. Die kreeg veel populariteit, wat mensen aantrok tot de visie van Benedict. In
‘pastoral care’ beschreef hij vele praktische plichten van een bisschop, wat zeer veel
gelezen werd. Hij wilde eerst geen paus worden, maar reorganiseerde daarna de
kerkelijke financiën en steunde goede doelen tegen armoede. Hij had veel macht.
The Conversion of the English: Augustinus werd rond 600 naar Engeland gestuurd
door Gregorius. Samen met koningin Bertha, nazaat Clotilda, van Kent bekeerde hij de
koning en de bevolking van het koninkrijk kent. Canterbury werd een christelijk
hoofdkwartier. Ze streden met het Ierse katholicisme voor invloed in Engeland. Ze
hadden verschillende data voor pasen, de roomse datum won tijdens een synod.
Theodore werd gestuurd als aartsbisschop van Canterbury om de Engelse kerk te
organiseren.
Popular Christianity: Op het platteland kwamen parochies. Minterkerken overzagen
kleinere kerken en gaven pastorale zorg. Het verschil tussen reguliere geestelijkheid met
klooster regels en seculiere geestelijkheid met pastorale zorg was niet duidelijk.
Geestelijke waren voor adelijk en kerken waren grootgrondbezitters. Heidense
gewoontes, feestdagen, en kerken mengde met het christendom.
Intellectual Life
In de teksten na het Romeinse Rijk zat minder diepte en meer grammaticale fouten,
onder andere door Gregorius van Tours en paus Gregorius. Ze waren zich bewust hiervan
en schreven dit in voorwoorden. In Ierland werd perfect Latijn geschreven en Grieks
onderwezen. Ze maakten mooie manuscripten en verspreidde het naar Engeland. In
Benedictine kloosters waren scriptoria, waar boeken werden overgeschreven. Deze twee
kwamen elkaar tegen in Northumbria en zorgde voor de Northumbriaanse renaissance,
hoogstaande cultuur. Bede schreef hier over de geschiedenis van Engeland en is een
belangrijke bron. Deze cultuur werd later over Europa verspreid door missionarissen
The Early Middle Ages (500-1000)
Het westelijke christendom steeg langzaam in aanzien. Rond 200 waren er enkele
romeinse steden in Europa, maar veel land lag braak en mensen hadden meer gemeen
met de ‘barbaren’ van over de grenzen. Christelijke koninginnen bekeerde hun mannen:
domestic proselytization. Monniken en nonnen verspreide het christendom via kloosters
en behielden de schriftcultuur. De zwakke papacy stond symbool voor eenheid. De
Karolingers verspreidde het christendom en Karel de Grote werd Romeins keizer. In hun
rijk begon het feodalisme. Rond 500 brokkelde een oud rijk af, rond 1000 kwam welvaart
en handel op.
The Roman Peace (31 BCE – 180 CE) and after
Met Augustus begon de Pax Romana over het hele Romeinse Rijk en er was handel met
China. Oude culturen bleven bestaan onder een Romeinse bovenlaag. De westelijke
provincies waren arm met weinig grondstoffen en werden bewoond door de Kelten. De
oostelijke en zuidelijke provincies waren welvarender met meer grondstoffen. Er was
connectiviteit in het hele rijk met handel en migratie. In de middeleeuwen waren mensen
geobsedeerd met ‘Rome’. Latere heersers zouden zichzelf ‘Romeinse keizers’ noemen. In
de 3e eeuw werd het rijk geteisterd door barbaren, troonstrijd, en ziektes. Het werd gered
door de hervormingen van Diocletianus en Constantijn. Er ontstond een scheiding tussen
oost en west.
Christianity
Voor de middeleeuwen begonnen was heel Europa christelijk geworden. Het was ontstaan
uit het jodendom in de Romeinse provincie Judea. Jesus werd veroordeeld en gekruisigd.
Na zijn tweede dood maakte hij een belofte dat hij terug zou komen. Zijn volgers zagen
hem als verbonden met de vader en deel van god.
Early Christians and the Early Church: De apostel Paulus opende het christendom
voor niet-joden. Het begon als een mysterie godsdienst, maar verschilde op twee vlakken.
De profeet was een echt historisch persoon, en er was één alomvattende god. Vele
volgelingen waren van lage sociale status en voelde zich aangetrokken tot de gelijkheid,
rijkere bekeerlingen konden de kerk financieel steunen. Ze leefde allemaal in steden. De
doop was een heilig sacrament. Het heilige brood en wijn waren de eucharist. Deze
rituelen zorgden voor verbondenheid. Het oude testament werd gevormd van oude
geschriften. Er werden ook heiligen vereerd, hun verhalen stonden in een hagiografie. Er
kwam een geestelijkheid die leken onderwees, een bisschop had controle over een
diocees, daarboven een aartsbisschop in grote steden, waarvan vijf patriarchen in de
grootste steden. De patriarch in Rome werd de paus met gezag over West-Europa.
Christianity and the Empire: Ze offerden niet voor de Romeinse staatsgoden, ze waren
een losstaande groep in het rijk. Met tussenposen werden ze vervolgd. Martelaren
zorgden voor meer zekerheid bij de rest. Keizer Constantijn gaf ze tolerantie in 313.
Latere keizers zorgden met councils voor eenheid in het christenendom. Langzaam
verdween paganism. Theodosius maakte het de Romeinse staatsgodsdienst.
Christianity and Judaism: Na twee gefaalde opstanden mochten joden niet meer in
Jeruzalem komen, vele verhuisden naar andere steden in het rijk, waar ze hun geloof
mochten beoefenen. Terwijl het christendom groeide en de staatsgodsdienst werd
behielden ze tolerantie, maar er werd op hen neergekeken.
Christianity and Classical Culture: Het neoplatonisme ging uit van een god die overal
was, de ziel kon via mysticism het lichaam ontsnappen. Het werden verbonden aan het
christendom, net als klassie ideeën over de allegorie. Het oude testament werd gezien als
een voorspelling van het christendom. Het christendom werd intellectueler. Andere
verwierpen de rede om het geloof uit te leggen, zoals Tertullian.
Christian Theology and Orthodoxy: Er was onderling debat. Op councils werden hier
afspraken over gemaakt, zoals in Nicea, die zorgden voor orthodoxy. Mensen die het
,oneens waren werden een ketter, waaronder het arianisme. Zij hadden veel strijd met de
katholieken. Ambrose, bisschop van Milaan, zorgde voor het moreel gezag van de kerk
over keizers. Jerome vertaalde de bijbel vanuit het Grieks naar het latijn, de vulgaat
bijbel. Augustine, bisschop van Hippo, schreef geschriften tegen heidenen. Met het
neoplatonisme zorgde hij voor een hernieuwde christelijke theologie, waarin de aarde
onderschikt was aan het spirituele en god jesus had gezonden voor een hernieuwde kans
op verlossing. Hij vond dat mensen verdeeld waren in twee groepen, wel of niet in god
geloven, en het menselijk moreel de geschiedenis bepaalde. Vele christenen leefden
celibaat, zoals jesus, maar Augustinus zei dat het huwelijk een goed alternatief was. Zijn
mening over het huwelijk werd canon law in de middeleeuwen.
Barbarians and the Western Empire
De barbaren kwamen van buiten het rijk naar binnen toe. Dit waren de Germanen.
Barbarian Customs and Institutions: In de 4e eeuw staken steeds meer groepen de
Rijn en de Donau over. Ze hadden geen schrift, Tacitus overdreef het aanzien van de
vrouw. Er was handel met het Romeinse Rijk, barbaren mochten in de Romeinse legers,
en sommige groepen mochten er verhuizen. Ze namen de Romeinse cultuur over en
bekeerden naar het arianisme. Vele woonden in dorpen met gespecialiseerde
ambachtslieden. Hun waarden van familie, legergroepen, wetten, en etniciteit bleven
belangrijk in de middeleeuwen. Families zorgden voor warmte en bescherming, na een
moord/verwonding spraken zij een vete uit die meestal werd betaald met wergild. Een
comitatus was een groep van krijgers loyaal aan een warlord en onderdeel van een stam
met een stamhoofd. Wetten waren gebaseerd op gebruiken en verschilde per stam. Ook
het goddelijke kon het recht bepalen, voor mensen met hoge status door compurgation
en voor lage staten trial by ordeal. Dit voorkwam vetes. Deze wetten zouden in de
middeleeuwen strijden met het Romeinse recht om invloed. Machtige stammen vormden
koninkrijken en verzonnen mythes over voorouders. Een raad koos de beste opvolger van
een koning uit zijn familie.
Migration and Settlement: Ze waren al eerder binnen gevallen maar vanaf 370 kwam
dit in een stroomversnelling. Door de komst van de Hunnen waren de Romeinse landen
nog aantrekkelijker. Valens liet de bedreigde Visigoten binnen, maar er ontstond onrust en
ze versloegen hem in 378 bij Adrianopel. Theodosius sloot vrede met hen. Alaric van de
Visigoten viel in 406 opnieuw aan, het westelijke rijk haalde veel troepen van de Rijn
waardoor er daar veel groepen naar binnen konden. De keizers verlieten Rome voor
Ravenna, waarna Rome werd geplunderd in 410. De Visigoten trokken daarna naar Iberië
en stichten een koninkrijk. Angelen, Saxons, en Jutten vertrokken naar Engeland, Franken
en Bourgondiërs naar Gallië, en de Vandalen via Iberië naar Afrika. Ze vestigden zich rond
het oude Carthago en werden zeerovers. Atilla de Hun kwam steeds dichter bij Rome,
maar paus Leo I deed hem omdraaien waarna hij snel stierf. De Hunnen settelden in
lokale dorpjes. Germaanse generaal kregen steeds meer invloed in het West-Romeinse
Rijk. Odovacar zette de laatste keizer daar af in 476. Theodoric van de Ostrogoten
versloeg hem later en vestigde een koninkrijk in Italië.
Decline of the Western Empire
Er zijn hier vele uiteenlopende redenen voor gegeven. Een opstapeling aan redenen is
waarschijnlijk het beste. De keizers waren minder competent; het leger had het moeilijk
tegen de invallen van de barbaren; het westen was economisch zwakker en
grootgrondbezitters deden niet aan innovaties waardoor veel armoede ontstond, adel trok
zich terug op het platteland wat zich door zou zetten tot de middeleeuwen; door ziektes
was de bevolking kleiner geworden waardoor er minder belasting binnenkwam; en ook
het klimaat was kouder en droger. Het Oost-Romeinse Rijk bleef wel nog een millennium
bestaan. Barbaarse stammen vulde de plekken van Romeinse legers en namen adviezen
aan van Romeinse adel. Ook de christelijke kerk nam een deel van de macht van de
keizer over. De Romeinse tradities en cultuur bleven nog eeuwen bestaan.
Conclusion
,Rond 500 waren en barbaarse stammen aan het samenwerken met Latijnse adel; steden
krompen; missionarissen bekeerden heidenen en arianen; en op het platteland steden
nieuwe families in aanzien. Uit deze late oudheid ontstond de middeleeuwen door
Romeinse en barbaarse culturen, afname van Romeinse tradities en infrastructuur, en de
opkomst van de christelijke kerk.
Chapter 2: Early Western Christendom (500-700)
Introduction
Er was fragmentatie in West-Europa. Het christendom was zwak en in tweestrijd, en er
waren nog heidenen. Nadat de barbaren gesetteld waren mengde hun cultuur met die
van de Kelten en Romeinen tot iets nieuws.
Early Medieval Society
Er was een goed klimaat, grote vlaktes met vruchtbare grond, en veel wijde rivieren. De
rivieren zorgden voor verbinding en handel. De romeinen leefden in steden en de Kelten
op het platteland, de laatste hadden goede ambachtslieden. Onder de romeinen werden
de Keltische boeren slaven en horigen. Door een vulkaanuitbarsting in 536 kwam er veel
as in de lucht, waardoor het een eeuw lang kouder was. Steden krompen en boerderijen
werden verlaten. Er ontstonden nieuwe groepen toen de barbaren met hen mixten. Er
kwam een krijgerscultuur. Elites van beide groepen werden de middeleeuwse adel. Er
werden verhalen verteld, waaronder die van Beowulf. Heren hadden meerdere vrouwen
met formele en informele vormen, met of zonder autoriteit over de vrouw. Dit zorgde voor
troonstrijd maar gaf ook kansen aan vrouwen.
Early Medieval Politics
Barbaarse koningen konden werken met romeinse administratie, maar die was vervallen,
net als de handel.
Localism and Kingship: Door het geweld was lokale autoriteit het beste. Lords werden
de baas over het platteland. In steden werden bisschoppen in kathedralen machthebbers.
Beide vroegen belasting en gaven bescherming en gerechtigheid. Bisschoppen handelden
in relieken, mensen trokken ervoor naar kerken. Door lokaalisme hadden koningen minder
macht, ze moesten samenwerken met heren en bisschoppen.
The Italian Peninsula: Ostrogoths, Lombards, and Byzantines: Theodorick van de
Ostrogoten was koning in Italië. Hij zorgde voor vrede en promotie van de romeinse
cultuur. Boëthius vertaalde enkele teksten van Plato en Aristoteles naar het latijn, hij
bedacht ook het trivium en quadrivium, wat de basis legde voor kennis in de
middeleeuwen. Cassiodorus zorgde voor de overlevering en acceptatie van antieke
teksten in de middeleeuwen. Vanaf 530 werd het zuiden aangevallen door Justianus en
vanaf 560 het noorden door de Lombobarden.
Merovingian Francia: Clovis creëerde een Frankisch koninkrijk in Gallië. Bisschop
Gregorius van Tours schreef positief over hem omdat hij, en daardoor alle Franken,
bekeerden naar het katholicisme. Hij werkte samen met de oude grootgrondbezitters, die
later huwde met Frankische elite. De Merovingische dynastie regeerde hun rijk voor twee
eeuwen. Er was weinig vrede omdat alle zoons een deel van het rijk kregen, wat leidde
, tot strijd. Koningschap werd gelokaliseerd. Vaak had de adel veel macht, maar Dagobert I
regeerde sterk over Francia. Hij gaf een abbey een jaarmarkt, wat geloof en handel
stimuleerde. Hij had romeinse administratie
Visigothic Iberia: De koningen hadden romeinse administratie en waren ariaans. In 587
bekeerde de koning, en de elite, naar het katholicisme. Dat leidde tot intergratie met de
bevolking. Joden werden gedwongen tot bekering voor eenheid. De adel kreeg meer
macht en ze werden rond 700 verslagen door de moslims.
The Early Medieval Church
Monasticism: Antonius ging afgezonderd leven in Egypte en anderen met hem. Simeon
leefde op een pilaar. Zij en andere hermit heilige werden als wijs en dichter bij god
gezien. Er kwamen ook socialere groepen van monniken in West-Europa. In Ierland
vervulden kloosters de functies van bisschoppen en maakten monniken pelgrimsreizen.
Er waren ook dubbele kloosters met mannen en vrouwen. Familie kloosters waren
gesticht door een rijk iemand en vervulden functies voor diens familie.
St. Benedict and His Rule: Hij stopte hier meerdere bestaande ideeën in over het
kloosterleven. Hij stichtte kloosters en zijn zus was ook een hermit. Hij schreef een simpel
gewoon leven voor waarin christenen konden aansluiten. Bij een oblatie gaven ouders
hun kinderen aan kloosters om opgevoed te worden. De kloosters waren tegen aardse
verlangens en werden door autocratisch door iemand geleid.
Contributions of Benedictine Monks and Nuns: Deze levenswijze verspreide en er
kwamen individuele kloosters. Ze hadden veel grond en middelen tot educatie, wat ze
een prominente rol gaf. Ze verspreidde het christendom en kopieerde oude geschriften.
Ze werden grootgrondbezitters met administratieve en rekruterende machten.
Pope Gregory the Great (r. 590-604):
Gregorius, monnik en geïnspireerd door de visie van Benedict, schreef een biografie over
hem. Die kreeg veel populariteit, wat mensen aantrok tot de visie van Benedict. In
‘pastoral care’ beschreef hij vele praktische plichten van een bisschop, wat zeer veel
gelezen werd. Hij wilde eerst geen paus worden, maar reorganiseerde daarna de
kerkelijke financiën en steunde goede doelen tegen armoede. Hij had veel macht.
The Conversion of the English: Augustinus werd rond 600 naar Engeland gestuurd
door Gregorius. Samen met koningin Bertha, nazaat Clotilda, van Kent bekeerde hij de
koning en de bevolking van het koninkrijk kent. Canterbury werd een christelijk
hoofdkwartier. Ze streden met het Ierse katholicisme voor invloed in Engeland. Ze
hadden verschillende data voor pasen, de roomse datum won tijdens een synod.
Theodore werd gestuurd als aartsbisschop van Canterbury om de Engelse kerk te
organiseren.
Popular Christianity: Op het platteland kwamen parochies. Minterkerken overzagen
kleinere kerken en gaven pastorale zorg. Het verschil tussen reguliere geestelijkheid met
klooster regels en seculiere geestelijkheid met pastorale zorg was niet duidelijk.
Geestelijke waren voor adelijk en kerken waren grootgrondbezitters. Heidense
gewoontes, feestdagen, en kerken mengde met het christendom.
Intellectual Life
In de teksten na het Romeinse Rijk zat minder diepte en meer grammaticale fouten,
onder andere door Gregorius van Tours en paus Gregorius. Ze waren zich bewust hiervan
en schreven dit in voorwoorden. In Ierland werd perfect Latijn geschreven en Grieks
onderwezen. Ze maakten mooie manuscripten en verspreidde het naar Engeland. In
Benedictine kloosters waren scriptoria, waar boeken werden overgeschreven. Deze twee
kwamen elkaar tegen in Northumbria en zorgde voor de Northumbriaanse renaissance,
hoogstaande cultuur. Bede schreef hier over de geschiedenis van Engeland en is een
belangrijke bron. Deze cultuur werd later over Europa verspreid door missionarissen