Chapter 12: European Society in the Age of the Renaissance (1350-1550)
In de 14e eeuw veranderde de Italiaanse kunst, cultuur en kennis, dit heet de Renaissance. Het
verspreidde over Europa en zorgde onder andere voor de overgang naar de moderne wereld. Vasari
bedacht later de term Renaissance.
How did political and economic developments in Italy shape the Renaissance?
Mensen met geld en macht konden kunstenaars specifieke werken laten maken, het systeem van
patronage, geïnspireerd door de cultuur van het oude Rome.
Trade and Prosperity: Venetië, Genua en Milaan hadden grote vloten waardoor veel goederen
binnenkwamen. Florence lag op een handelsroute waardoor handelaren rijk werden. Er kwamen
veel bankiersfamilies met reikwijdte over heel Europa. Rijke mensen in Italiaanse stadstaten gaven
veel geld uit aan kunst en bouwwerken.
Communes and Republics of Northern Italy: Noordelijke Italiaanse steden waren communes, vrije
mannen geleid door handelaarsgilden. Veel adel was naar de steden verhuisd en getrouwd met rijke
handelaren, er ontstond een oligarchie. Een klein deel van de stad had maar burgerschap en dus
inspraak. Het gewone volk, popolo, kwam vaak in opstand en stichtte republieken, maar de
oligarchen grepen vaak weer de macht. Een signori was een monarchie. In de 15 e en 16e eeuw zette
de elite courts op in stadspaleizen om hun macht en welvaart te laten zien.
City-States and the Balance of Power: De individualiteit en loyaliteit aan de steden hinderde
eenwording. In de 15e eeuw waren de grote machten Milaan, Florence, Venetië, de pauselijke staten
en het koninkrijk Napels, die allen kleinere stadstaten overheersten. Venetië was een oligarchie,
Milaan had de signori familie Sforza en Florence werd bestuurd door raden maar vooral door de
familie de Medici die er in 1569 een erfelijk groothertogdom van maakten. Pausen werden gekozen
om politieke redenen. Als een van de staten te machtig werd vielen de anderen aan, ze zetten een
netwerk van ambassades op. In 1494 viel Frankrijk Italië binnen, Savonarola werd de leider van
Florence en hervormde het naar de bijbel, hij werd onpopulair en de de Medici’s kregen de macht
weer. Italië werd een begeerde plek voor Europese vorsten met regelmatige invallen.
What new ideas were associated with the Renaissance?
Door het bestuderen van de Klassieke tijd kregen de Italianen nieuwe ingevingen, ze dachten in een
nieuwe tijd te leven.
Hummanism: Petrarch en anderen vonden dat mensen opgeleid moesten worden in de Klassieke
literatuur, zij waren humanisten. Bruni linkte het verval van cultuur met de val van de Romeinse
republiek en Julius Caesar. Hij maakte de indeling, oudheid, middeleeuwen en moderne tijd. Ficino
gaf les over Plato in Florence en linkte zijn ideeën met het christendom, hij zag hummanisme als de
link tussen god en aarde. Het gevoel voor individualiteit groeide. Virtù was het kunnen omvormen
van de maatschappij naar eigen wensen, dit werd gelinkt aan mensen die boven hun achtergrond
waren uitgestegen. Er werden boeken geschreven over deze uitzonderlijke mensen. Alberti had veel
bereikt en prijsde zichzelf in zijn autobiografie. Ze dachten net als Plato na over de ideale vormen
van concepten om erover te leren.
Education: Humanisten dachten dat onderwijs in de Klassieke tijd een basis was voor veel beroepen
en ze openden scholen. Ze waren gemixt over onderwijs voor vrouwen. In het boek The Courtier zei
Castiglione dat een gentleman geleerd moest zijn, gaf tips voor versieren en stelde idealen voor
vrouwen, het boek werd veel vertaald en gelezen.
Political Thought: Er werd veel geschreven over goede vorsten maar die waren er in de praktijk
weinig, dus werd er nagedacht over andere staatsvormen. Machiavelli had voor de Fransen in
Florence gewerkt en schreef daarna zijn book The Prince waarin hij zei dat een heersers geweld
moest gebruiken om orde te handhaven, maar niet voor hebzucht. Niemand kon zich voorbereiden
op het lot. Hij vond dat een heersers niet aan de morele standaarden van gewone mensen hoefde
te voldoen. Veel mensen vonden zijn gedachte onacceptabel.
Christian Humanism: Het gedachtegoed van de Renaissance verspreidde naar Noordwest-Europa in
het begin van de 15e eeuw en de christelijke humanisten wilden de kerk hervormen naar oude
teksten met nadruk op rust. Thomas More schreef Utopia over een perfecte samenleving. Erasmus
schreef in de 16e eeuw over vorsten en politiek en vertaalde de bijbel. Hij wilde dat de kerk terug
ging naar vroegere idealen. Het gedachtegoed van de christelijke humanisten was een wortel voor
het protestantisme.
The Printed Word: Door de boekdrukkunst werden de teksten van Erasmus veel sneller verspreid
dan die van Petrarch. In de 15 e eeuw was de vraag naar boeken gestegen. De techniek verspreidde
en er werden enorm veel boeken gedrukt. Ideeën werden sneller verspreid en konden besproken
worden over grote afstanden. Vorsten en de kerk gebruikten het voor propaganda en
aankondigingen maar pasten ook censuur toe, dat had vaak geen zin. Meer mensen leerden lezen
en er werden plaatjes gebruikt. Door pamfletten waren mensen meer geïnformeerd.
, Nieuwe Tijd handboek samenvatting
How did art reflect new Renaissance ideals?
Kunst is een belangrijk aspect van de renaissance.
Patronage and Power: In het begin vroegen groepen in steden kunstwerken aan om hun rijkdom te
laten zien maar in de 15e eeuw werd dit gedaan door rijke individuen. Sommige patronen weer
meer betrokken bij het creëren van het kunstwerk dan andere. Het laat zien dat de maatschappij
een andere focus heeft dan oorlog in de middeleeuwen. Grote gebouwen met luxe eten en dure
kleding werd gebruikt om macht te laten zien in plaats van harnassen.
Changing Artistic Styles: Het veranderde ten opzichte van de middeleeuwen. Religie bleef een
belangrijk thema maar vaak stond ook de patroon en diens familie centraal evenals klassieke
thema’s. Individuele portretten werden meer wereldlijker en realistischer. In Noord-Europa was
religie een belangrijker thema. Vlaamse schilders waren ook populair. Dürer uit Duitsland maakte
hout uitsneden en verbeterde technieken. In het begin van de 16 e eeuw verschoof het artistieke
zwaartepunt van Florence naar Rome met de paus en kardinalen die veel geld uitgaven aan
verfraaiing. Michelangelo ontwierp en schilderde gebouwen, Sanzio beschilderde veel fresco’s,
beide in Rome. Ook Venetië werd een artistiek centrum in de 16 e eeuw. Titian schilderde zonder
voortekening en dus snel en hielp met de ontwikkeling van mannerism, het verstoren van
proporties en kleur voor een dramatisch effect.
The Renaissance artist: Veel kunstenaars kregen publiekelijke lof en het idee dat een kunstenaar
een talent had ontstond. Ze werden nog wel verwacht veel training gehad te hebben. Schilders
waren vrijwel altijd mannen en vrouwen konden alleen deelnemen aan decoratieve en minder
waardige kunsten. Vrouwen die wel schilders werden deelden veel familie en opvoeding elementen,
mochten niet alles schilderen en hadden geen toegang tot academies. Kunstenaars en geleerden
kwamen vaak uit rijke families, voor de meeste mensen ging het leven door zoals eerder.
What were the key social hierarchies in Renaissance Europe?
De sociale klassen van de middeleeuwen hielden stand maar daar werden nieuwe concepten aan
toegevoegd.
Race and Slavery: Er waren onderscheidingen tussen groepen gebaseerd op taal, religie, cultuur,
etniciteit en locatie maar de termen ras, volk en natie werden door elkaar gebruikt. Dit werd vaak
geconceptualiseerd als ‘bloed’ met een erfelijke waarde. Vanaf de 15 e eeuw nam de hoeveelheid
zwarte mensen in Europa toe, vooral als slaafgemaakten op het Iberisch schiereiland. Er ontstond
een combinatie van vrijen en vrijgemaakten die met en tussen de Europeanen leefden, vooral in
havensteden. Een zwart slaafgemaakt kind werd een gewild luxeproduct. Later werd er meer
onderscheid gemaakt tussen huidskleur en begonnen Europeanen zich als wit en superieur te zien.
Wealth and the Nobility: Er ontstond een onderscheid gebaseerd op vermogen, vooral in de steden
waar rijke kooplieden politieke macht hadden. Deze verhoudingen waren meer flexibel als de oude
verhoudingen tussen adel en volk. De adel had nog steeds status en huwde vaak met rijke
handelaars families. Eer was ook belangrijk voor status.
Gender Roles: Aan het einde van de 14e eeuw begon het debat over vrouwen. Auteurs schreven
voor en tegen argumenten. Christine de Pizan, de eerste die rondkwam als schrijfster, schreef over
vrouwenrechten. Door de boekdrukkunst groeide het argument en boeken en prenten verspreidde
zich. In de 16e eeuw verspreidde het debat zich naar het vorstendom, waar door toeval veel
vrouwen vorst of regentes werden. Een huwelijk was belangrijk voor de status van een man.
Vrouwen verdienden minder dan mannen, omdat ze geen huishouden hoefden te onderhouden. De
traditionele verhouding werd als natuurlijk gezien.
How did nation-states develop in this period?
Vanaf de 15e eeuw gebruikten vorsten agressieve methoden om hun overheid te herbouwen.
France: Het land was zwak door de Honderdjarige oorlog en de pest, maar Charles VII herbouwde
de monarchie. Hij kreeg zijn land onder controle, voerde effectieve belasting in en creëerde het
eerste staande leger van Europa. Zijn zoon Louis XI vocht tegen de adel en veroverde Bourgondië
en Anjou. Louis XII trouwde met Anne of Brittany waardoor Brittannië bij het rijk kwam. Francis I
kwam tot een overeenkomst met paus Leo X dat hij de Franse bisschoppen mocht benoemen in het
concordaat van Bologna.
England: De adel greep veel macht, de populatie daalde en de koninklijke familie voerde de War of
the Roses. Edward IV, Richard III en Henry VII zorgden voor rust, orde en hernieuwd prestige. Ze
deden aan diplomatiek waar door ze geen geld van het parlement nodig hadden voor oorlogen. De
royal council had de hoogste macht en Henry VII benoemde daartoe weinig grote heren. Ze kregen
internationale herkenning door een huwelijk met Catherine of Aragon. De Court of Star Chamber
hield de adel onder de duim door onrechtvaardige processen. Toen Henry VII stierf in 1509 was het
land stabiel met een goede economie en erkenning voor de monarch.
, Nieuwe Tijd handboek samenvatting
Spain: Er waren verschillende christelijke staten op het Iberisch schiereiland, en ondanks het
huwelijk van Ferdinand en Isabella bleven hun regio’s administratief gescheiden. Ze verminderden
de macht van de adel en kregen het recht hun eigen bisschoppen te benoemen van de Spaanse
paus Alexander VI. Ze veroverden Granada en eindigden de Reconquista. De joodse gemeenschap
werd gewantrouwd terwijl ze veel toevoegden aan de economie en koninklijke macht. In de 14 e
eeuw steeg het antisemitisme en veel joden werden vermoord, andere bekeerden zich en werden
conversos of New Christians genoemd. Velen hadden prominente posities. Er was veel argwaan en
Isabella en Ferdinand begonnen een inquisitie tegen conversos die het joodse geloof bleven
aanhangen. Er ontstonden ideeën over het ‘joodse bloed’ wat erfelijk was. In 1492 moesten ze het
land verlaten en vele vluchtten. Isabelle en Ferdinand huwden hun kinderen uit voor bondgenoten
tegen Frankrijk.
Chapter 13: Reformations and Religious Wars
Al vanaf de oudheid waren er mensen die problemen hadden met de wereldlijke aspecten van de
kerk en riepen om hervormingen, vanaf de 16e eeuw werd deze roep breder geaccepteerd.
What were the central ideas of the reformers and why were they appealing to different
groups?
Door de brede roep voor hervorming sloegen de ideeën van Martin Luther snel aan.
The Christian Church in the Early Sixteenth Century: Mensen besteedde veel tijd en geld aan het
geloof maar waren ook kritisch. In Tsjechië ontstond een aparte kerk. Mensen waren anticlericalism,
de geestelijkheid had slechte kennis, had meerdere baantjes en was vaak afwezig, er ging zo veel
Duits geld naar Italische geestelijken. In steden ontstond wrok omdat geestelijken niet mee hoefden
te vechten of belasting hoefden te betalen maar toch veel grond hadden.
Martin Luther: Hij was monnik en professor. Hij vond dat de bijbel het belangrijkste was. Toen de
aflatenhandel begon, papier om je zonden mee af te kopen, schreef hij zijn 95 stellingen in 1517
over wat er mis was met de kerk. Het verspreidde snel, hij wilde het niet terugnemen toen de kerk
dit vroeg en bleef om hervorming roepen. Hij werd door Karel V naar Worms geroepen in 1521, hij
nam het nog steeds niet terug en bereikte een groter publiek.
Protestant Thought: De Zwitserse humanist Zwingli vond dat de focus moest liggen op de bijbel en
hervormde langzaam de Zwitserse kerk. Hij en andere hervormers werden protestanten genoemd.
Ze dachten dat je alleen verlost kon worden door te geloven niet door daden, alleen de bijbel heeft
autoriteit en ze vonden dat de kerk een groep van gelovigen was zonder strikte hiërarchie. Luther
dat dat god aanwezig was in het brood en wijn in de kerk, Zwingli niet.
The Appeal of protestant Ideas: Het verspreidde snel over Duitsland en veel mensen sloten zich
erbij aan. Luther had deels dezelfde ideeën als de humanisten. De literatuur als basis trok
geleerden. Mensen waren boos over het geld dat ze aan de kerk betaalden, bij Luther was er geen
kerk systeem. Door de boekdrukkunst verspreidde zijn Duitstalige bijbel snel vanaf 1523 en hij was
goed met woorden. Steden stelde protestantse pastoors aan. Duitse keurvorsten zagen er ook wel
wat in de dat kerk minder macht had in hun gebied.
The Radical Reformation and the German Peasants’ War: Rond 1520 zochten groepen mensen een
kerkelijke identiteit los van een staat. Er zat veel verschillen tussen hen, sommigen deelden bezit.
Deze radicalen werden sociale uitschoppelingen. Ze waren ook voor sociale veranderingen, wat de
arme boeren aansprak. Zij wilden meer rechten en een beter bestaan. Luther trok zijn steun voor
hen terug toen er een rebellie uitbrak in 1525, hij vond dat je niet tegen de staat inging.
Marriage, Sexuality and the Role of Women: Luther en Zwingli waren tegen het celibaat en huwden
beiden. Vrouwen van protestanten werden verwacht christelijke rolmodellen te zijn. Er was een
hiërarchische structuur in het huwelijk maar spirituele gelijkheid. Ze vonden dat een vrouw
onderdanig moest zijn en dat een man goed voor haar moest zijn. Mensen mochten scheiden en
hertrouwen, maar het geurde weinig omdat het sociaal niet geaccepteerd was. Protestanten waren
tegen prostitutie en sloten brothels, maar de prostitutie ging in andere vormen door. Kloosters
werden gesloten en getrouwd zijn was de enige sociale acceptabele status voor vrouwen. Vrouwen
mochten geen geestelijke worden.
How did the political situation in Germany shape the course of the Reformation?
Door de decentralisatie van macht in het Heilige Roomse Rijk kon de reformatie goed verspreiden.
The Rise of the Habsburg Dynasty: De Habsburgers waren erg goed in huwelijkspolitiek. Frederick III
kreeg veel geld door zijn huwelijk van Eleonore van Portugal. Hun zoon Maximilian huwde Maria van