woensdag 29 januari
De Romantiek
Aanleidingen van de Romantiek:
Het begon rond 1750 en was een kenmerk van de 19 e eeuw. De leefwereld
veranderd en de Romantiek zette zich daarvan af. De industrie had een grote
invloed op de mensen en het klimaat, mensen willen hieraan ontsnappen.
Romantici zetten zich ook af tegen de verlichting en de ratio en luisteren naar
hun gevoel. De vele politieke omwentelingen schudde de gemeenschap, mensen
voelden zich ontheemd. De romantici willen leven in een andere wereld.
Basisthema’s Romantiek:
Het is een levensfilosofie met als basis het escapisme. Ze ervaren een breuk
tussen het heden en het verleden en ze verlangen om te leven in het verleden.
Ze willen ontsnappen in hun eigen gevoel en emotie. De individualiteit wordt
belangrijk en een individu kan ook geniaal zijn. Ze willen ook ontsnappen in
mysterie en fantasie. Ze ontsnappen daarnaast ook in de natuur en religie, het
individu kan daarin ‘heel’ worden.
Pre-Romantiek (1750-1820):
In Duitsland kwam de ‘Sturm und Drang’ beweging op. Ze laten hun eigen storm
spreken in gedichten. Rousseau hoort ook in deze tijd, en hij schrijft over de
natuurmens die nog niet is aangetast door het modernisme en nog puur is. In zijn
boekje over opvoeding zegt hij ook dat het belangrijk is om kinderen buiten te
laten spelen. Zelf maakte hij ook veel lange wandelingen in de natuur. Vele
kunstenaars gaan landschappen schilderen. Edmund Burke bedacht de sublime,
een overweldigende en angstaanjagende ervaring in de natuur die je bij blijft en
vormt. Veel mensen gaan de natuur in, wat makkelijker wordt door de aanleg van
wandelpaden.
19e-eeuws klimaatprotest:
In de 19e eeuw werd veel natuur verwoest door de industrialisatie. De uitvinding
van de kunstmest droeg hieraan bij. Er komt een protestreactie op en zelf de
bedenker van de kunstmest waarschuwt over het gebruik ervan. Er zijn ook
andere klimaatprotesten.
Hoog-Romantiek (midden van de 19e eeuw):
Mendelssohn schreef een symfonie geïnspireerd door de Schotse natuur. Friedrich
schildert de natuur, en ‘de wandelaar boven mistige zee’. Blake schreef prachtige
gedichten en verzon ook monsters die hierin voorkwamen. Berlioz maakte een
symfonie van het dagboek van zijn leven, wat de individualiteit laat zien, de
,symphonie fantastique. Gérôme schilderde een schilderij over een
slangenbezweerder, over het willen ontsnappen naar verre plekken.
Romantiek en imperialisme: oriëntalisme:
Imperialisme had te maken met gewelddadige uitbreiding van het gezag en
economische exploitatie. De culturele dimensie werd gebruikt om het gezag te
legitimeren en uit te leggen.
Pieneman schilderde over de onderwerping van een Javaanse prins, waarin de
Nederlanders stralen en de Javanen bukken. Hiermee werd de Nederlandse
macht uitgelegd. De Javaanse Saleh schilderde over de arrestatie van de prins,
wat meer waarheidsgetrouw is.
Toen Napoleon naar Egypte ging nam hij veel wetenschappers mee, dit zodat hij
land voor hem in kaart gebracht kon worden. Hoe meer kennis hij over het land
had hoe makkelijker het was om in te nemen. De etnografie kreeg zo een rol in
de politiek. De studie over volkeren steunde zo de kolonisatie. In Nederland werd
Hugronje, geleerde over Arabië, adviseur voor de Nederlanders in Indië.
Wetenschappers waren dus niet altijd onschuldig.
Representatie in koloniale relatie:
De nadruk lag erop dat Europa ver ontwikkeld was, en de rest van de wereld in
stilstand stond. Europeanen zouden hen beschaving bijbrengen. Er lag ook een
nadruk op de andere biologische gesteldheid en de andere cultuur. Dit gaf
legitimatie voor het gezag. Dit uitte zich in de literatuur, filosofie, en kunst en
vormde een discours. Said bedacht de naam oriëntalisme en vroeg zich af hoe
Europa het oosten afbeeld. Ze schilderden de Oriënt als een irrationele,
gewelddadige plek die op een einde kwam. Dit gaf legitimatie voor het gezag. In
het schilderij van de slangenzweerder was het paleis vervallen en zaten de
mensen er lui bij. Dat ze met slangen bezig waren werd als minderwaardig
gezien.
Discours over Afrika:
Mudimbe zegt dat Europa op twee manieren naar Afrika kijkt. De Hobbes-iaanse
manier, ze zagen Afrika als een stel wilden. En de Rousseau-iaanse manier, ze
hadden bewondering voor de Afrikanen als natuurmensen.
Romantiek en nationalisme: de Duitse staatjes:
In de slag bij Jena van 1806 won Napoleon van Pruissen. Jahn schreef een boek
waarin hij zich afvroeg hoezo ze verloren hadden. Hij zegt dat dit kwam doordat
ze hun geschiedenis vergeten waren. Ze hebben een gemeenschappelijke taal en
verleden, en zijn heel anders dan de Fransen. Hij schrijft daarna over een
geschiedenis van Duitsland. Hij schrijft over Arminius, die hij Hermann noemt,
een Germaanse generaal die van de romeinen won. Literatuur over Arminius
werd daarna heel populair. Hij zei dat ze sterk moesten worden door te turnen,
waardoor er een lichaamscultuur ontstond. Hij zegt dat de Fransen beschaafd zijn
,maar geen cultuur hebben, de Duitsers wel. Hij roept op dat mensen bezig zijn
met literatuur, onder andere van de ‘Sturm und Drang’. Er werd een continuïteit
getrokken tussen het verleden en het heden, onder andere met het begrip
volkseigene.
Er kwam een nadruk in Duitsland op het onderwijs, de Bildung. Ze waren daarin
veel bezig met de kunst en literatuur, met als doel goede Duitsers te worden.
Weimar wordt als ideaal gezien, de dichters van ‘Sturm und Drang’ kwamen er
vandaan en het was ver van Frankrijk. De Duitser wordt ook al kosmopolitische
burger gezien. Humboldt vond dat iedereen zich moest ontwikkelen naar
persoonlijkheid.
De taal was ook belangrijk voor eenheid. De gebroeders Grimm schrijven oude
Duitse sprookjes op. Deze sprookjes waren romantisch maar hadden ook een
politiek element.
Erfenissen van de Romantiek:
De erfenis in Duitsland werd later gebruikt door de nationaalsocialisten, ook in de
esthetisering. Er ontstonden ook jongere subculturen in de 20 e eeuw. In de jaren
60 waren jongeren bezig met het individu, gothic ontstond, en het neo-
nationalisme. De Romantiek was de zoektocht naar een authentieke identiteit in
een veranderende wereld.
, Nieuwste tijd hoorcollege 2
donderdag 30 januari
De wetten van de negentiende eeuw
Nieuw wetenschappelijk denken:
In de 19e eeuw kwam er een nieuwe stroming met veel impact. Het integreerde
denken van de Verlichting en Romantiek. De natuur en maatschappij bestonden
uit elementen, ontwikkelingen volgens wetmatigheden, evolutie denken,
determinisme, en vooruitgangspositivisme.
Natuurwetenschappen:
Er was een bloei door investeringen van staten, de Franse revolutie, en de
industriële revolutie. Er kwamen meer wetenschappers met meer aanzien. Door
de politieke omwentelingen werd een andere manier van denken geaccepteerd.
Kennis wordt gebruikt om de wereld te beheersen, dit heeft verband met
kolonialisme. Ze kijken naar elementaire deeltjes en verbanden daartussen.
Scheikunde:
Lavoisier ontdekte dat ademhaling verbranding was, en dus dat levensprocessen
met wetenschap beschreven kon worden. In 1803 ontdekte Dalton de atomen,
elementen, waarmee chemie in formules was uit te drukken. Woehler maakte in
het lab met inorganische stoffen organische stoffen, dit zorgde voor een ander
denkbeeld. Dit was de basis voor kunstmest waardoor de voedselproductie steeg.
In 1869 ontwierp Mendelev het periodiek systeem, en liet plekken open waar hij
dacht dat nog iets ontdekt zou worden, en dat werd het ook. Wetenschap kon
voorspelt worden.
Biologie en medische wetenschappen:
Cellen waren de elementaire basisdeeltjes levende materie, waarin mensen
natuurwetten volgde. Pasteur ontdekte dat ziektes werden veroorzaakt door
microben, kleine deeltjes. Die waren overal aanwezig. Met Pasteurisatie verhitte
je melk zodat er geen bacteriën in zaten. Hij paste vaccinatie toe met verzwakte
ziekte deeltjes.