Samenvatting klinische gezondheidspsychologie in de geneeskunde
Hoofdstuk 1
Population health management is een geïntegreerde benadering om de
gezondheid van een hele bevolking te verbeteren door zich te richten op de
systemen en beleidsmaatregelen die invloed hebben op de kwaliteit, toegankelijkheid
en uitkomsten van de gezondheidszorg.
Het moderne veld van ‘population health’ is ontstaan doordat de traditionele manier
van het analyseren en behandelen van ziekte op individueel niveau te limiterend was
om grote, belangrijke ziekten te bestrijden. Denk aan de suggestie van John Snow bij
de cholera epidemie waarbij hij suggereerde om een waterbron te verwijderen
waardoor er minder besmet water in de stad aanwezig was, waardoor minder
mensen ziek werden.
Diseasemanagement bestaat uit een groep samenhangende interventies die zijn
ontworpen om één of meerdere chronische aandoeningen te voorkomen of te
beheersen, met behulp van een systematische, multidisciplinaire aanpak en mogelijk
meerdere behandelmethoden.
Het doel van ziektemanagement is om personen te identificeren die risico lopen op
één of meerdere chronische aandoeningen, om zelfmanagement door patiënten te
bevorderen, en om de ziekte of aandoeningen aan te pakken met een maximaal
klinisch resultaat, effectiviteit en efficiëntie – ongeacht de behandelsetting(s) of
gebruikelijke vergoedingsstructuren.
Population health management omvat een
combinatie van primaire, secundaire en
tertiaire preventie programma’s.
Primaire preventie wordt toegepast op een
gezonde populatie om het ontstaan van een
stoornis of ziekte te voorkomen. Een
voorbeeld van een primaire
preventiestrategie is een programma ter
preventie van tabaksgebruik dat wordt
aangeboden in een kinderkliniek.
Secundaire preventie richt zich op een
populatie met verhoogd risico, om het
volledig optreden van een ziekte te
voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit
het opsporen van asymptomatische
personen met bekende risico’s op
gedragsproblemen of een vroeg stadium van
ziekte. Een voorbeeld hiervan is het
begeleiden van mensen met overgewicht om meer te bewegen en gezonder te eten,
voordat er comorbide aandoeningen ontstaan.
Tertiaire preventie richt zich op mensen die al een diagnose hebben gekregen, om
symptomen en de ernst van de ziekte onder controle te houden. Voorbeelden hiervan
zijn interventies voor mensen met symptomen, zoals gewichtsbeheersing bij mensen
met diabetes, om de gevolgen van de ziekte te beperken.
,Hoofdstuk 4
Het ‘cube’-model (kubusmodel) van Rodolfa en collega’s beschrijft
competentieontwikkeling in de psychologie als een driedimensionaal model, met:
1. Zes basis- (foundational) competentiedomeinen
2. Zes functionele competentiedomeinen
3. Vijf stadia van professionele ontwikkeling
1. Foundational competenties
Dit zijn de fundamentele kennis, vaardigheden, attitudes en waarden die de basis
vormen voor psychologisch werk. De zes domeinen zijn:
• Reflectieve praktijk & zelfevaluatie
• Wetenschappelijke kennis & methoden
• Professionele relaties
• Ethisch-juridische normen & beleid
• Individuele & culturele diversiteit
• Interdisciplinaire systemen
2. Functionele competenties
Deze bouwen voort op de basiscompetenties en betreffen de dagelijkse
professionele taken van psychologen:
• Diagnostiek, assessment & casusconceptualisatie
• Behandeling (interventie)
• Consultatie
• Onderzoek & evaluatie
• Supervisie & onderwijs
• Management & administratie
3. Professionele ontwikkelingsstadia
Competenties worden ontwikkeld over de tijd, van:
• Opleiding (master/PhD)
• Stage
• Postdoctorale supervisie
• Fellowship
• Permanente professionele ontwikkeling
Hoofdstuk 14
Eerstelijnszorg wordt gedefinieerd als zorg die wordt verleend door artsen die
speciaal zijn opgeleid en bekwaam zijn in het bieden van uitgebreide zorg bij het
eerste contact en voortdurende zorg voor personen met ongeïdentificeerde klachten,
symptomen of gezondheidsproblemen, ongeacht de oorsprong, het orgaansysteem
of de diagnose.
Eerstelijnszorg omvat:
• Gezondheidsbevordering
• Ziektepreventie
• Gezondheidsbehoud
• Begeleiding en patiënteneducatie
• Diagnostiek en behandeling van acute en chronische aandoeningen
• In diverse zorginstellingen
Deze zorg wordt meestal uitgevoerd en gecoördineerd door een persoonlijke arts, die
samenwerkt met andere zorgverleners en waar nodig doorverwijst.
Eerstelijnszorg zorgt voor patiëntbelangenbehartiging, streeft naar kosteneffectieve
zorg via coördinatie van diensten, en stimuleert effectieve communicatie met
patiënten. Daarbij wordt de patiënt gezien als partner in de zorg.
,Hoorcollege 1 introductie
Prehistorie: mind and body intertwined. Men wordt ziek wanneer ‘evil spirits’ het
lichaam binnenkomen. Behandeling bestond vooral uit pogingen om de evil spirits uit
het lichaam te verdrijven.
Oude grieken: humorale theorie van ziekten. Ziekten ontstonden wanner de vier
humoren, of circulerende vloeistoffen van het lichaam, uit balans waren.
Behandeling: herstel van het evenwicht tussen de humoren. De vier humoren zouden
geassocieerd zijn met persoonlijkheidstypes; bloed: gepassioneerd temperament,
zwarte gal: droefheid, gele gal: boze instelling, Flegma: relaxte benadering van het
leven.
Middeleeuwen: ziekte wordt beschouwd als een straf van God. Behandeling: Het
verdrijven van kwade krachten door het lichaam te martelen. Later werd het
vervangen door gebed en goed doen.
Renaissance tot heden: betere wetenschappelijke kennis en beoordeling. De praktijk
is afhankelijk van laboratorium resultaten en gerapporteerde of waargenomen
lichamelijke factoren. Diagnose en behandeling zijn gebaseerd op organische en
cellulaire pathologie. Het resultaat: er ontstond een biomedisch model.
Biomedische model:
- Alle ziekten kunnen worden verklaard door afwijkende somatische
lichaamsprocessen, zoals biochemische onevenwichtigheden of
neurofysiologische afwijkingen.
- Gezondheid wordt gezien als biochemisch of fysiek van aard.
- Psychologische en sociale processen zijn grotendeels irrelevant voor het
ziekteproces.
Het biomedische model is ongeschikt om ziekte te begrijpen omdat het ziekten
vermindert tot processen op een laag niveau. Het erkent sociale en psychologische
processen niet als krachtige invloeden, het gaat uit van een geest-lichaam dualisme.
Het legt de nadruk op ziekte in plaats va nop gedrag dat de gezondheid bevordert.
Kan niet ingaan op complexiteit waarmee beroepsbeoefenaars worden
geconfronteerd (bijvoorbeeld: 6 mensen worden blootgesteld aan covid-19 en slechts
3 krijgen het).
Bekeringshysterie:
- Het biomedische standpunt begon te veranderen met de opkomst van de
moderne psychologie.
- Specifieke onbewuste conflicten veroorzaken lichamelijke storingen die
verdrongen psychologische conflicten symboliseren.
- Dit was bedacht door Sigmund Freud.
- Het gaf aanleiding tot het veld van de psychosomatische geneeskunde.
Psychosomatische geneeskunde: het idee dat specifieke ziekten voortkomen uit
interne conflicten van mensen. Dunbar en Alexander brachten
persoonlijkheidspatronen in verband met specifieke ziekten.
- Ulcer-prone personality: iemand met een buitensporige behoefte aan
afhankelijkheid en liefde.
- Afscheiding van zuur in de maag die het slijmvlies van de maag aantast
- Conflict veroorzaakt angst die een fysiologische tol eist
Kritiek: conflict of persoonlijkheidstype is niet voldoende om ziekte te veroorzaken.
,Het biopsychosociaal model stelt dat gezondheid en ziekte het gevolg zijn van een
samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren.
Voordelen:
- Handhaaft dat processen op macroniveau en microniveau voortdurend op
elkaar inwerken om gezondheid en ziekte te beïnvloeden.
- Benadrukt zowel gezondheid als ziekte.
Nadelen:
- Sociaal aspect niet goed vastgelegd in onderzoek
- In de tijd bestuderen, complexe interactiesystemen verkennen.
Klinische implicaties van het biopsychosociale model:
Inzicht in de interacterende rol van biologische, psychologische en sociale factoren
draagt bij aan het stellen van de diagnose.
Nadruk ligt op de relatie tussen patiënt en behandelaar, die verbetert namelijk;
- Het gebruik van (zorg) diensten door de patiënt
- Doeltreffendheid van de behandeling
- Snelheid waarmee ziekte wordt opgelost
,Epidemiologie in Nederland:
- 10,3 miljoen mensen (59%) hebben één of meer chronische ziekten
- Meerderheid hiervan is vrouw
- Ongeveer 32% van de bevolking heeft twee of meer ziekten
(multimorbiditeit)
- Meer dan 95% van de personen ouder dan 75 heeft minstens één
chronische ziekte
- 87% van de personen ouder dan 75 heeft twee of meer chronische ziekten
Disease vs illness
- Disease is iets wat een orgaan heeft, illness is iets wat een mens heeft.
- Disease is iets dat genezen moet worden. Illness is iets dat beheerst moet
worden.
- Ze sluiten elkaar niet uit en komen vaak samen voor.
Illness: wat de patiënt voelt als hij naar de dokter gaat. De ervaring dat men zich niet
goed voelt in vergelijking met de normale toestand. Ziektegedrag en de subjectieve
ervaring.
Disease: wat de patiënt heeft op weg naar huis van de dokterspraktijk. Het is iets van
het orgaan, de cel of het weefsel. Duidelijke tekenen en symptomen die wijzen op
een fysieke aandoening of pathologie.
Psychiatrie:
Focus ligt op geestelijke gezondheidsproblemen. Behandeling van abnormale
emoties en gedrag. Wordt grotendeels gestuurd door DSM-classificatie. Psychiater is
arts. Gebruik van medicijnen om psychische aandoeningen te behandelen.
Klinische psychologie:
Diagnostiek van mentale problemen, bijv. angststoornis, klinische depressie, fobie.
Verstrekking van psychotherapeutische behandeling. Psychologen schrijven geen
medicijnen voor!
Gezondheidspsychologie:
Deel van de psychologie dat voornamelijk betrekking heeft op preventie van ziekte
en bevordering van gezondheid. Bevordering van bepaald gezondheidsgedrag om
ziekten te voorkomen. Gezondheidscompromitterend gedrag: roken,
alcoholmisbruik, snoepen, onveilige seks etc. Gezondheidsbevorderend gedrag:
lichaamsbeweging, fruit- en groenteconsumptie etc.
Medische psychologie:
Focus op patiënten in medische situaties en hun psychologische problemen.
Psychologen werken (voornamelijk) in ziekenhuizen of revalidatiecentra. Patiënten
kunnen alleen een medisch specialist raadplegen na verwijzing door de huisarts. Een
huisarts kan patiënten NIET rechtstreeks doorverwijzen naar een medisch
psycholoog!
Herkenning van symptomen
Herkenning van symptomen hangt van verschillende componenten af.
Individuele verschillen: hypochonders geloven dat normale lichamelijke symptomen
indicatoren van ziekte zijn. Neurotische mensen overdrijven vaak hun symptomen.
Verschillen in aandacht: mensen die op zichzelf gericht zijn, merken sneller
symptomen op. Mensen met meer afleiding en minder aandacht voor zichzelf ervaren
minder symptomen.
, Situationele factoren: saaie situaties maken mensen attenter op symptomen.
Studenten denken dat ze dezelfde ziekte hebben als waarover ze studeren.
Stress: stressgerelateerde fysiologische veranderingen worden geïnterpreteerd als
ziektesymptomen.
Stemming en emoties: beïnvloedt de perceptie van symptomen en de waargenomen
kwetsbaarheid voor ziekte.
Interpretatie van symptomen:
Eerdere ervaring: gemeenschappelijke aandoeningen worden als minder ernstig
beschouwd dan zeldzame aandoeningen.
Verwachtingen: onverwachte symptomen worden genegeerd en verwachte
symptomen worden versterkt.
Ernst van de symptomen: behandeling wordt alleen gezocht wanneer het symptoom
(1) een zeer belangrijk orgaan aantast en/of (2) de mobiliteit beperkt.
Common sense Model of Illness (Leventhal)
Mensen hebben impliciete meningen over hun symptomen en ziekten. Dit resulteert
in ziekte percepties.
Ziekte percepties bevatten basisinformatie over een ziekte;
- Identiteit: naam van de ziekte
- Oorzaken: factoren die vermoedelijk tot de ziekte hebben geleid
- Gevolgen: symptomen, behandelingen en hun gevolgen voor de kwaliteit
van leven
- Tijdslijn: duur van de ziekte die naar verwachting zal duren
- Beheersing of genezing: geloof dat de ziekte kan worden beheerst of
genezen
- Samenhang: hoe goed deze overtuigingen de stoornis weergeven
Hoofdstuk 1
Population health management is een geïntegreerde benadering om de
gezondheid van een hele bevolking te verbeteren door zich te richten op de
systemen en beleidsmaatregelen die invloed hebben op de kwaliteit, toegankelijkheid
en uitkomsten van de gezondheidszorg.
Het moderne veld van ‘population health’ is ontstaan doordat de traditionele manier
van het analyseren en behandelen van ziekte op individueel niveau te limiterend was
om grote, belangrijke ziekten te bestrijden. Denk aan de suggestie van John Snow bij
de cholera epidemie waarbij hij suggereerde om een waterbron te verwijderen
waardoor er minder besmet water in de stad aanwezig was, waardoor minder
mensen ziek werden.
Diseasemanagement bestaat uit een groep samenhangende interventies die zijn
ontworpen om één of meerdere chronische aandoeningen te voorkomen of te
beheersen, met behulp van een systematische, multidisciplinaire aanpak en mogelijk
meerdere behandelmethoden.
Het doel van ziektemanagement is om personen te identificeren die risico lopen op
één of meerdere chronische aandoeningen, om zelfmanagement door patiënten te
bevorderen, en om de ziekte of aandoeningen aan te pakken met een maximaal
klinisch resultaat, effectiviteit en efficiëntie – ongeacht de behandelsetting(s) of
gebruikelijke vergoedingsstructuren.
Population health management omvat een
combinatie van primaire, secundaire en
tertiaire preventie programma’s.
Primaire preventie wordt toegepast op een
gezonde populatie om het ontstaan van een
stoornis of ziekte te voorkomen. Een
voorbeeld van een primaire
preventiestrategie is een programma ter
preventie van tabaksgebruik dat wordt
aangeboden in een kinderkliniek.
Secundaire preventie richt zich op een
populatie met verhoogd risico, om het
volledig optreden van een ziekte te
voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit
het opsporen van asymptomatische
personen met bekende risico’s op
gedragsproblemen of een vroeg stadium van
ziekte. Een voorbeeld hiervan is het
begeleiden van mensen met overgewicht om meer te bewegen en gezonder te eten,
voordat er comorbide aandoeningen ontstaan.
Tertiaire preventie richt zich op mensen die al een diagnose hebben gekregen, om
symptomen en de ernst van de ziekte onder controle te houden. Voorbeelden hiervan
zijn interventies voor mensen met symptomen, zoals gewichtsbeheersing bij mensen
met diabetes, om de gevolgen van de ziekte te beperken.
,Hoofdstuk 4
Het ‘cube’-model (kubusmodel) van Rodolfa en collega’s beschrijft
competentieontwikkeling in de psychologie als een driedimensionaal model, met:
1. Zes basis- (foundational) competentiedomeinen
2. Zes functionele competentiedomeinen
3. Vijf stadia van professionele ontwikkeling
1. Foundational competenties
Dit zijn de fundamentele kennis, vaardigheden, attitudes en waarden die de basis
vormen voor psychologisch werk. De zes domeinen zijn:
• Reflectieve praktijk & zelfevaluatie
• Wetenschappelijke kennis & methoden
• Professionele relaties
• Ethisch-juridische normen & beleid
• Individuele & culturele diversiteit
• Interdisciplinaire systemen
2. Functionele competenties
Deze bouwen voort op de basiscompetenties en betreffen de dagelijkse
professionele taken van psychologen:
• Diagnostiek, assessment & casusconceptualisatie
• Behandeling (interventie)
• Consultatie
• Onderzoek & evaluatie
• Supervisie & onderwijs
• Management & administratie
3. Professionele ontwikkelingsstadia
Competenties worden ontwikkeld over de tijd, van:
• Opleiding (master/PhD)
• Stage
• Postdoctorale supervisie
• Fellowship
• Permanente professionele ontwikkeling
Hoofdstuk 14
Eerstelijnszorg wordt gedefinieerd als zorg die wordt verleend door artsen die
speciaal zijn opgeleid en bekwaam zijn in het bieden van uitgebreide zorg bij het
eerste contact en voortdurende zorg voor personen met ongeïdentificeerde klachten,
symptomen of gezondheidsproblemen, ongeacht de oorsprong, het orgaansysteem
of de diagnose.
Eerstelijnszorg omvat:
• Gezondheidsbevordering
• Ziektepreventie
• Gezondheidsbehoud
• Begeleiding en patiënteneducatie
• Diagnostiek en behandeling van acute en chronische aandoeningen
• In diverse zorginstellingen
Deze zorg wordt meestal uitgevoerd en gecoördineerd door een persoonlijke arts, die
samenwerkt met andere zorgverleners en waar nodig doorverwijst.
Eerstelijnszorg zorgt voor patiëntbelangenbehartiging, streeft naar kosteneffectieve
zorg via coördinatie van diensten, en stimuleert effectieve communicatie met
patiënten. Daarbij wordt de patiënt gezien als partner in de zorg.
,Hoorcollege 1 introductie
Prehistorie: mind and body intertwined. Men wordt ziek wanneer ‘evil spirits’ het
lichaam binnenkomen. Behandeling bestond vooral uit pogingen om de evil spirits uit
het lichaam te verdrijven.
Oude grieken: humorale theorie van ziekten. Ziekten ontstonden wanner de vier
humoren, of circulerende vloeistoffen van het lichaam, uit balans waren.
Behandeling: herstel van het evenwicht tussen de humoren. De vier humoren zouden
geassocieerd zijn met persoonlijkheidstypes; bloed: gepassioneerd temperament,
zwarte gal: droefheid, gele gal: boze instelling, Flegma: relaxte benadering van het
leven.
Middeleeuwen: ziekte wordt beschouwd als een straf van God. Behandeling: Het
verdrijven van kwade krachten door het lichaam te martelen. Later werd het
vervangen door gebed en goed doen.
Renaissance tot heden: betere wetenschappelijke kennis en beoordeling. De praktijk
is afhankelijk van laboratorium resultaten en gerapporteerde of waargenomen
lichamelijke factoren. Diagnose en behandeling zijn gebaseerd op organische en
cellulaire pathologie. Het resultaat: er ontstond een biomedisch model.
Biomedische model:
- Alle ziekten kunnen worden verklaard door afwijkende somatische
lichaamsprocessen, zoals biochemische onevenwichtigheden of
neurofysiologische afwijkingen.
- Gezondheid wordt gezien als biochemisch of fysiek van aard.
- Psychologische en sociale processen zijn grotendeels irrelevant voor het
ziekteproces.
Het biomedische model is ongeschikt om ziekte te begrijpen omdat het ziekten
vermindert tot processen op een laag niveau. Het erkent sociale en psychologische
processen niet als krachtige invloeden, het gaat uit van een geest-lichaam dualisme.
Het legt de nadruk op ziekte in plaats va nop gedrag dat de gezondheid bevordert.
Kan niet ingaan op complexiteit waarmee beroepsbeoefenaars worden
geconfronteerd (bijvoorbeeld: 6 mensen worden blootgesteld aan covid-19 en slechts
3 krijgen het).
Bekeringshysterie:
- Het biomedische standpunt begon te veranderen met de opkomst van de
moderne psychologie.
- Specifieke onbewuste conflicten veroorzaken lichamelijke storingen die
verdrongen psychologische conflicten symboliseren.
- Dit was bedacht door Sigmund Freud.
- Het gaf aanleiding tot het veld van de psychosomatische geneeskunde.
Psychosomatische geneeskunde: het idee dat specifieke ziekten voortkomen uit
interne conflicten van mensen. Dunbar en Alexander brachten
persoonlijkheidspatronen in verband met specifieke ziekten.
- Ulcer-prone personality: iemand met een buitensporige behoefte aan
afhankelijkheid en liefde.
- Afscheiding van zuur in de maag die het slijmvlies van de maag aantast
- Conflict veroorzaakt angst die een fysiologische tol eist
Kritiek: conflict of persoonlijkheidstype is niet voldoende om ziekte te veroorzaken.
,Het biopsychosociaal model stelt dat gezondheid en ziekte het gevolg zijn van een
samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren.
Voordelen:
- Handhaaft dat processen op macroniveau en microniveau voortdurend op
elkaar inwerken om gezondheid en ziekte te beïnvloeden.
- Benadrukt zowel gezondheid als ziekte.
Nadelen:
- Sociaal aspect niet goed vastgelegd in onderzoek
- In de tijd bestuderen, complexe interactiesystemen verkennen.
Klinische implicaties van het biopsychosociale model:
Inzicht in de interacterende rol van biologische, psychologische en sociale factoren
draagt bij aan het stellen van de diagnose.
Nadruk ligt op de relatie tussen patiënt en behandelaar, die verbetert namelijk;
- Het gebruik van (zorg) diensten door de patiënt
- Doeltreffendheid van de behandeling
- Snelheid waarmee ziekte wordt opgelost
,Epidemiologie in Nederland:
- 10,3 miljoen mensen (59%) hebben één of meer chronische ziekten
- Meerderheid hiervan is vrouw
- Ongeveer 32% van de bevolking heeft twee of meer ziekten
(multimorbiditeit)
- Meer dan 95% van de personen ouder dan 75 heeft minstens één
chronische ziekte
- 87% van de personen ouder dan 75 heeft twee of meer chronische ziekten
Disease vs illness
- Disease is iets wat een orgaan heeft, illness is iets wat een mens heeft.
- Disease is iets dat genezen moet worden. Illness is iets dat beheerst moet
worden.
- Ze sluiten elkaar niet uit en komen vaak samen voor.
Illness: wat de patiënt voelt als hij naar de dokter gaat. De ervaring dat men zich niet
goed voelt in vergelijking met de normale toestand. Ziektegedrag en de subjectieve
ervaring.
Disease: wat de patiënt heeft op weg naar huis van de dokterspraktijk. Het is iets van
het orgaan, de cel of het weefsel. Duidelijke tekenen en symptomen die wijzen op
een fysieke aandoening of pathologie.
Psychiatrie:
Focus ligt op geestelijke gezondheidsproblemen. Behandeling van abnormale
emoties en gedrag. Wordt grotendeels gestuurd door DSM-classificatie. Psychiater is
arts. Gebruik van medicijnen om psychische aandoeningen te behandelen.
Klinische psychologie:
Diagnostiek van mentale problemen, bijv. angststoornis, klinische depressie, fobie.
Verstrekking van psychotherapeutische behandeling. Psychologen schrijven geen
medicijnen voor!
Gezondheidspsychologie:
Deel van de psychologie dat voornamelijk betrekking heeft op preventie van ziekte
en bevordering van gezondheid. Bevordering van bepaald gezondheidsgedrag om
ziekten te voorkomen. Gezondheidscompromitterend gedrag: roken,
alcoholmisbruik, snoepen, onveilige seks etc. Gezondheidsbevorderend gedrag:
lichaamsbeweging, fruit- en groenteconsumptie etc.
Medische psychologie:
Focus op patiënten in medische situaties en hun psychologische problemen.
Psychologen werken (voornamelijk) in ziekenhuizen of revalidatiecentra. Patiënten
kunnen alleen een medisch specialist raadplegen na verwijzing door de huisarts. Een
huisarts kan patiënten NIET rechtstreeks doorverwijzen naar een medisch
psycholoog!
Herkenning van symptomen
Herkenning van symptomen hangt van verschillende componenten af.
Individuele verschillen: hypochonders geloven dat normale lichamelijke symptomen
indicatoren van ziekte zijn. Neurotische mensen overdrijven vaak hun symptomen.
Verschillen in aandacht: mensen die op zichzelf gericht zijn, merken sneller
symptomen op. Mensen met meer afleiding en minder aandacht voor zichzelf ervaren
minder symptomen.
, Situationele factoren: saaie situaties maken mensen attenter op symptomen.
Studenten denken dat ze dezelfde ziekte hebben als waarover ze studeren.
Stress: stressgerelateerde fysiologische veranderingen worden geïnterpreteerd als
ziektesymptomen.
Stemming en emoties: beïnvloedt de perceptie van symptomen en de waargenomen
kwetsbaarheid voor ziekte.
Interpretatie van symptomen:
Eerdere ervaring: gemeenschappelijke aandoeningen worden als minder ernstig
beschouwd dan zeldzame aandoeningen.
Verwachtingen: onverwachte symptomen worden genegeerd en verwachte
symptomen worden versterkt.
Ernst van de symptomen: behandeling wordt alleen gezocht wanneer het symptoom
(1) een zeer belangrijk orgaan aantast en/of (2) de mobiliteit beperkt.
Common sense Model of Illness (Leventhal)
Mensen hebben impliciete meningen over hun symptomen en ziekten. Dit resulteert
in ziekte percepties.
Ziekte percepties bevatten basisinformatie over een ziekte;
- Identiteit: naam van de ziekte
- Oorzaken: factoren die vermoedelijk tot de ziekte hebben geleid
- Gevolgen: symptomen, behandelingen en hun gevolgen voor de kwaliteit
van leven
- Tijdslijn: duur van de ziekte die naar verwachting zal duren
- Beheersing of genezing: geloof dat de ziekte kan worden beheerst of
genezen
- Samenhang: hoe goed deze overtuigingen de stoornis weergeven