De telefoniemarkt
Er zijn twee soorten goederen: homogene
goederen en heterogene goederen. Homogene producten zijn
identiek aan elkaar. Bij heterogene goederen zijn er kleine
verschillen.
Er zijn vier marktvormen:
• Volkomen concurrentie
• Monopolie
• Oligopolie
• Monopolistische concurrentie
Bij volkomen concurrentie horen de volgende kenmerken:
• een groot aantal aanbieders: een individuele producent is
klein en heeft geen invloed op de prijs.
• een homogeen product: voor de consument zijn alle
exemplaren van het product precies hetzelfde.
• transparante (=doorzichtige) markt: vragers naar en
aanbieders van het product zijn op de hoogte van het totale
aanbod. Op een transparante markt is slechts één prijs mogelijk,
namelijk de laagste.
• vrije toe- en uittreding: er zijn geen belemmeringen om tot
een markt toe te treden of eruit te stappen.
Een individuele aanbieder heeft geen enkele invloed op de prijs.
De prijs is voor de individuele aanbieder een gegeven. Omdat hij
streeft naar maximale winst, zal hij net zoveel producten
aanbieden dat zijn winst maximaal is. Hij past dus zijn hoeveelheid
aan. Daarom heet een aanbieder op een markt van volkomen
concurrentie een hoeveelheidsaanpasser.
Marginale kosten (MK) zijn de kosten van een extra
geproduceerde eenheid. Marginale opbrengsten (MO) zijn de
opbrengsten van een extra geproduceerde en verkochte eenheid.
Als de marginale opbrengsten groter zijn dan de marginale kosten
(MO>MK) dan stijgt de winst!
Constante kosten zijn kosten die niet veranderen bij een
verandering van de productie. Variabele kosten zijn kosten die wel
veranderen bij een verandering van de productie.
, HOOFDSTUK 2
Van volledige mededinging naar monopolie
Een monopolist is alleenheerser op een markt omdat hij de enige aanbieder
is. Daarom kan hij in theorie zelf bepalen welke prijs hij vraagt voor zijn
product. Toch is de macht van een monopolist beperkt. Als de monopolist
de prijs te hoog vaststelt, zien sommige consumenten af van aankoop,
waardoor de afzet van de monopolist terugloopt. De betalingsbereidheid
van de consument is af te leiden uit de collectieve vraaglijn, dat is de
vraaglijn van alle consumenten samen. De collectieve vraaglijn is tevens de
prijsafzetlijn van de monopolist want hij geeft weer hoeveel de monopolist
verkoopt bij verschillende prijzen.
Een bedrijf kan met behulp van de gemiddelde opbrengst (GO = P) en het
aantal te verkopen producten de totale opbrengst (TO) berekenen (TO =
GO × q). De marginale opbrengst (MO) geeft aan welke invloed een
verandering van de afzet met één product heeft op de omzet van het bedrijf.
Als een monopolist verschillende prijzen in rekening brengt aan
verschillende groepen consumenten voor hetzelfde product dan is
er sprake van prijsdiscriminatie.
Een monopolist is alleenheerser op een markt omdat hij de enige
aanbieder is. Daarom kan hij in theorie zelf bepalen welke prijs hij
vraagt voor zijn product. Toch is de macht van een monopolist
beperkt. Als de monopolist de prijs te hoog vaststelt, zien sommige
consumenten af van aankoop, waardoor de afzet van de
monopolist terugloopt. De betalingsbereidheid van de consument
is af te leiden uit de collectieve vraaglijn, dat is de vraaglijn van
alle consumenten samen. De collectieve vraaglijn is tevens de
prijsafzetlijn van de monopolist want hij geeft weer hoeveel de
monopolist verkoopt bij verschillende prijzen.
Een bedrijf kan met behulp van de gemiddelde opbrengst (GO = P)
en het aantal te verkopen producten de totale opbrengst (TO)
berekenen (TO = GO × q). De marginale opbrengst (MO) geeft aan
welke invloed een verandering van de afzet met één product heeft
op de omzet van het bedrijf.
HOOFDSTUK 3
Oligopolie en monopolistische concurrentie