FYSIOTHERAPIE
Blok 1.1 – Keep on Moving
,INHOUDSOPGAVE
College 1 .................................................................................................................................................. 2
College 2 .................................................................................................................................................. 4
College 3 .................................................................................................................................................. 5
College 4 .................................................................................................................................................. 6
College 5 .................................................................................................................................................. 8
College 6 .................................................................................................................................................. 9
College 7 ................................................................................................................................................ 11
1
, COLLEGE 1
Inspectie: waar let je op?
Kwalitatieve aspecten en algemene indruk;
Typologie;
Spontane sensomotorische activiteiten;
Huid;
Houding;
Lichaamsvormen.
Spontane Op eigen initiatief en/of ongevraagd aannemen van houdingen
sensorische en uitvoeren van bewegingen. Bijvoorbeeld: spontane
activiteiten bewegingen of gestoorde evenwichtsreacties.
De huid Toestand van de circulatie:
- Verkleuringen (rood, blauw);
- Vaattekeningen (varices);
- Wonden.
Vegetatieve reacties:
- Hyperhidrosis (transpiratie);
- Hypertrichose (haargroei).
Huidveranderingen:
- Littekens;
- Acne/eczeem;
- Eelt/necrose.
De houding Stand van de romp: scheefstand (‘luchtfiguur’);
Kyfose, lordose of scoliose;
Antepositie van het hoofd;
Lijn van Appleton.
Lichaamsvormen Vergelijk (indien mogelijk) links en rechts op contourverschillen
als gevolg van:
Zwelling(en);
Hypertrofie of hypotrofie.
Van totaal naar lokaal.
Verschillende manieren om spierkracht te meten zijn:
De MRC-schaal;
Het bepalen van de 1RM;
De handheld dynamometer;
Fitness apparatuur.
Medical Research Council (MRC)-schaal
Graad 0 Geen zichtbare of palpabele contractie.
Graad 1 Wel zichtbare of palpabele contractie, maar geen beweging(uitslag).
Graad 2 Volledige bewegingsuitslag in het horizontale vlak.
Graad 3 Volledige bewegingsuitslag tegen de zwaartekracht in.
Graad 4 Beweging tegen weerstand is mogelijk.
Graad 5 Beweging tegen maximale weerstand is mogelijk.
Voor het afnemen van de MRC-schaal:
Moet je de ligging en functie van de spier goed kennen;
Begin je met het testen van spierkracht 3;
Moet je altijd links en rechts vergelijken (anders interpreteer je het misschien
verkeerd);
Moet je compensatoire bewegingen voorkomen (anders test je andere spieren mee);
2