Samenvatting bestuurlijke informatievoorziening 1.2
BIV betekent bestuurlijke informatievoorziening en houdt informatieverstrekking aan alle niveaus in de organisaties in.
Onderdeel 1:
Introductie bedrijfsprocessen en organisaties
Typologie
PBI-model
Primaire en secundaire processen
Hoofdstuk 1
Je kan verschillende vragen stellen die te maken hebben met de betrouwbaarheid en volledigheid van de
registratie van de inkomsten en de integriteit van medewerkers en klanten.
Een organogram (blz. 15) is een weergave van verantwoordelijkheden in een organisatie. Het wordt ook
wel een hiërarchisch organisatieschema genoemd, omdat je kunt terugvinden wie leidinggeeft aan wie.
Een primair proces kan je weergeven in een logistieke basisstructuur (blz. 16). Hierin zijn de activiteiten
weergegeven met een rechthoek en de voorraad met een driehoek. Een primair proces van een organisatie
beschrijft altijd de kernactiviteiten van een organisatie.
Er zijn een aantal ontwikkelingen waar bijna elke organisatie mee te maken heeft omdat deze hun markt
beïnvloeden. Het gaat om de volgende ontwikkelingen:
1. Globalisering: landsgrenzen worden voor markten open gemaakt of zijn open.
2. IT-ontwikkelingen:
3. Samenwerking in de keten: strategische allianties ontstaan
4. Organisatieontwikkelingen:
Een typologie is een indelingsmethode waarbij bedrijven vanuit een bepaald gezichtspunt worden
onderverdeeld in vergelijkbare bedrijven of organisaties.
Figuur 1 - Typologie
Wat is de typologie van Starreveld?
Het is een indeling van organisaties op basis van bepaalde kenmerken op welke wijze ze hun omzet
verkrijgen. Soorten (typen) binnen deze typologie:
Handel
Productie
Dienstverlening
Waarom gebruiken wij deze typologie?
1. Je hebt om een organisatie te laten functioneren informatie nodig.
2. De informatie moet afgestemd zijn op de soort onderneming en het primaire proces.
3. De primaire processen hebben direct verband met het realiseren van de uiteindelijke doelstelligen en
bijbehorende risico’s van de organisatie.
4. Je kunt een relatie leggen naar de balans. Bijv. wel of geen voorraad en wel of geen debiteuren.
Je denkt vanuit het bedrijf. Niet wat de klant betaalt. Je denkt aan de opbrengstenkant van het bedrijf.
De typologie bepaal je aan de hand van 5 vragen:
, 1. Is het werkend voor de markt?
Ja, dan is het een commercieel bedrijf: handel/productie/dienstverlening.
Nee, dan is het een overheidsinstelling
2. Is er een doorstroom van goederen?
Ja, dan is het handel of productie
Nee dan is het een dienstverlening (verhuren van capaciteit)
3. Is er een technisch omzettingsproces?
Ja, dan is het een productie.
Nee, dan is het een handel.
Handelsbedrijven kunnen ingedeeld worden in 2 subtypologieen:
1. Verkoop op rekening
2. Contante betaling
Dit maakt een duidelijk verschil. Bij de administratie (kijk in de waardekringloop) zie je dergelijk
verschil. Bij een contante betaling mist het gedeelte ‘debiteuren’.
4. Bij productie op voorraad of is het een wens van de klant?
Bij sprake van een voorraad is er sprake van een massaproductie.
Bij sprake van de wens van de klant is er sprake van een stukproductie.
5. Is er bij handel sprake van contante betaling of op rekening.
Het PBI-model is het Proces-beheersing-Informatie-model.
Het PBI-MODEL
1. Het inrichten van Processen Een keten van activiteiten. Deze activiteiten zijn logisch geordend
en gericht op het bereiken van een resultaat.
Voorbeelden zijn inkoopproces, verkoopproces, Research &
Development proces, productieproces en personeelsproces.
Hierbij zijn twee soorten processen: Primaire bedrijfsprocessen Secundaire bedrijfsprocessen
Geven invulling aan het Ondersteunen de primaire
bestaansrecht van een processen. Bijv. administratief,
organisatie. personeels, logistiek proces.
2. Het Beheersen van die ‘Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt’
processen Fouten kunnen worden gemaakt d.m.v. stress, fraude, onkunde,
moeilijke procedures en systemen etc.
3. Verkrijgen van betrouwbare
Informatie
Het PBI-model wordt uitgewerkt in een stappenplan van 5 stappen:
1. Bepaal de typologie van het bedrijf.
Gebruik hierbij de beslisboom.
2. Bepalen primaire en secundaire processen.
Primair: inkoopproces, verkoopproces, opslagproces etc.
Secundair: administratief proces, personeelsproces en logistiek proces.
3. Bepalen AO-risico/s/attentiepunten per proces.
Hoe kunnen fouten voorkomen worden?
Bedrijfsrisico: risico dat iets gebeurt dat nadelig is voor de doelstelling/resultaten van een bedrijf.
AO-risico (attentiepunt): Risico dat de registratie van data/gegevens niet volledig, niet juist of niet
tijdig is, waardoor foutieve informatie wordt verstrekt, waardoor foutieve beslissingen genomen
worden. De organisatie moet zich zodanig inrichten dat alle gegevens op een systematische wijze
worden vastgelegd en vertrouwd
4. Bepalen interne beheersingsmaatregelen.
5. Bepalen van de benodigde informatie: Strategisch/Tactisch/Operationeel niveau.
Onderdeel 2:
Verkoopproces
BIV betekent bestuurlijke informatievoorziening en houdt informatieverstrekking aan alle niveaus in de organisaties in.
Onderdeel 1:
Introductie bedrijfsprocessen en organisaties
Typologie
PBI-model
Primaire en secundaire processen
Hoofdstuk 1
Je kan verschillende vragen stellen die te maken hebben met de betrouwbaarheid en volledigheid van de
registratie van de inkomsten en de integriteit van medewerkers en klanten.
Een organogram (blz. 15) is een weergave van verantwoordelijkheden in een organisatie. Het wordt ook
wel een hiërarchisch organisatieschema genoemd, omdat je kunt terugvinden wie leidinggeeft aan wie.
Een primair proces kan je weergeven in een logistieke basisstructuur (blz. 16). Hierin zijn de activiteiten
weergegeven met een rechthoek en de voorraad met een driehoek. Een primair proces van een organisatie
beschrijft altijd de kernactiviteiten van een organisatie.
Er zijn een aantal ontwikkelingen waar bijna elke organisatie mee te maken heeft omdat deze hun markt
beïnvloeden. Het gaat om de volgende ontwikkelingen:
1. Globalisering: landsgrenzen worden voor markten open gemaakt of zijn open.
2. IT-ontwikkelingen:
3. Samenwerking in de keten: strategische allianties ontstaan
4. Organisatieontwikkelingen:
Een typologie is een indelingsmethode waarbij bedrijven vanuit een bepaald gezichtspunt worden
onderverdeeld in vergelijkbare bedrijven of organisaties.
Figuur 1 - Typologie
Wat is de typologie van Starreveld?
Het is een indeling van organisaties op basis van bepaalde kenmerken op welke wijze ze hun omzet
verkrijgen. Soorten (typen) binnen deze typologie:
Handel
Productie
Dienstverlening
Waarom gebruiken wij deze typologie?
1. Je hebt om een organisatie te laten functioneren informatie nodig.
2. De informatie moet afgestemd zijn op de soort onderneming en het primaire proces.
3. De primaire processen hebben direct verband met het realiseren van de uiteindelijke doelstelligen en
bijbehorende risico’s van de organisatie.
4. Je kunt een relatie leggen naar de balans. Bijv. wel of geen voorraad en wel of geen debiteuren.
Je denkt vanuit het bedrijf. Niet wat de klant betaalt. Je denkt aan de opbrengstenkant van het bedrijf.
De typologie bepaal je aan de hand van 5 vragen:
, 1. Is het werkend voor de markt?
Ja, dan is het een commercieel bedrijf: handel/productie/dienstverlening.
Nee, dan is het een overheidsinstelling
2. Is er een doorstroom van goederen?
Ja, dan is het handel of productie
Nee dan is het een dienstverlening (verhuren van capaciteit)
3. Is er een technisch omzettingsproces?
Ja, dan is het een productie.
Nee, dan is het een handel.
Handelsbedrijven kunnen ingedeeld worden in 2 subtypologieen:
1. Verkoop op rekening
2. Contante betaling
Dit maakt een duidelijk verschil. Bij de administratie (kijk in de waardekringloop) zie je dergelijk
verschil. Bij een contante betaling mist het gedeelte ‘debiteuren’.
4. Bij productie op voorraad of is het een wens van de klant?
Bij sprake van een voorraad is er sprake van een massaproductie.
Bij sprake van de wens van de klant is er sprake van een stukproductie.
5. Is er bij handel sprake van contante betaling of op rekening.
Het PBI-model is het Proces-beheersing-Informatie-model.
Het PBI-MODEL
1. Het inrichten van Processen Een keten van activiteiten. Deze activiteiten zijn logisch geordend
en gericht op het bereiken van een resultaat.
Voorbeelden zijn inkoopproces, verkoopproces, Research &
Development proces, productieproces en personeelsproces.
Hierbij zijn twee soorten processen: Primaire bedrijfsprocessen Secundaire bedrijfsprocessen
Geven invulling aan het Ondersteunen de primaire
bestaansrecht van een processen. Bijv. administratief,
organisatie. personeels, logistiek proces.
2. Het Beheersen van die ‘Waar gewerkt wordt, worden fouten gemaakt’
processen Fouten kunnen worden gemaakt d.m.v. stress, fraude, onkunde,
moeilijke procedures en systemen etc.
3. Verkrijgen van betrouwbare
Informatie
Het PBI-model wordt uitgewerkt in een stappenplan van 5 stappen:
1. Bepaal de typologie van het bedrijf.
Gebruik hierbij de beslisboom.
2. Bepalen primaire en secundaire processen.
Primair: inkoopproces, verkoopproces, opslagproces etc.
Secundair: administratief proces, personeelsproces en logistiek proces.
3. Bepalen AO-risico/s/attentiepunten per proces.
Hoe kunnen fouten voorkomen worden?
Bedrijfsrisico: risico dat iets gebeurt dat nadelig is voor de doelstelling/resultaten van een bedrijf.
AO-risico (attentiepunt): Risico dat de registratie van data/gegevens niet volledig, niet juist of niet
tijdig is, waardoor foutieve informatie wordt verstrekt, waardoor foutieve beslissingen genomen
worden. De organisatie moet zich zodanig inrichten dat alle gegevens op een systematische wijze
worden vastgelegd en vertrouwd
4. Bepalen interne beheersingsmaatregelen.
5. Bepalen van de benodigde informatie: Strategisch/Tactisch/Operationeel niveau.
Onderdeel 2:
Verkoopproces