Antwoorden extra vragen
Thema 5: Planten
Antwoorden bij groei planten
1. Met de milieuomstandigheden, vooral het weer.
2. In het midden van de stam.
3. Op plaats 2. Op deze plaats zijn jaarringen vanaf het eerste jaar aanwezig.
4. De omtrek van de cambiumring is op plaats 2 groter. Hier bevinden zich meer jaaringen.
5. Bij de nummers 1 en 5.
6. Bij de nummers 2 en 6.
7. Bij nummer 6
8. Het midden van de stam bevindt zich in richting Q en het cambium in richting P.
Antwoorden Horizontaal transport
1. Wortelharen, behoren tot de epidermis, een dekweefsel
2. Oppervlaktevergroting: er kan meer water worden opgenomen
3. Daar ze de celwanden nog niet verhout
4. Wortelhaar- opperhuid- schors- endodermis – houtvaten
6 Celmembraan
7. Cellulose
8. De apoplast-route. De opname door het celmembraan heen kost energie
9. Endodermis
10. De bandjes van Caspari voorkomen dat er water van de ene celwand naar de andere gaat.
De bandjes zorgen voor een isolatie.
11. A De mineralen worden gecontroleerd opgenomen
B De osmotische waarde in het houtvat neemt toe: zuigt water aan. Er ontstaat een positieve
druk: worteldruk
12. te lage temperatuur
te weinig zuurstof in de grond
geen wortelharen
te weinig zouten in de bodem
13. “Koude voeten”: door lage temperatuur ook een lage enzymactiviteit. Hierdoor maar een lage worteldruk
“Warm hoofd”: door een hoge buitentemperatuur is er een grote verdamping waardoor de zuigkracht heel
hoog is (en er dus voldoende water aanwezig moet zijn in de bodem)
14. I d
II a
III e
IV c
V b
14. Endodermiscellen zorgen voor actief transport van zouten naar de centrale cylinder. De energie
die hiervoor nodig is wordt in de mitochondriën vrijgemaakt.
, Antwoorden Verticaal transport
1. Cohesie: aantrekkingskracht tussen moleculen van dezelfde stof
Adhesie: aantrekkingskracht tussen moleculen van verschillende stoffen
2. In spinthout aan de buitenkant
3. De houtvaten worden dichtgedrukt/ bevatten lucht
4. Houtvaten kunnen hierdoor sterke negatieve druk weerstaan
5. Door de verdamping is er een grote negatieve druk: de houtvaten worden nauwer: de omvang van de boom
wordt iets kleiner
6. Verdamping neemt toe bij lage luchtvochtigheid, hoge temperatuur en hoge windsnelheid
7. In de winter kan een boom nauwelijks water opnemen vanwege de lage bodemtemperatuur .
Omdat er geen blad aan de boom zit is er geen verdamping en dus ook geen waterverlies.
8. Door actieve opname van zouten door de wortels ontstaat er een hogere osmotische waarde in de
houtvaten van de wortel. Hierdoor kan meer water via osmose worden opgenomen.
Dit levert een positieve druk op.
9. Overdag is er veel verdamping en wordt water aan de houtvaten onttrokken dit is de negatieve druk: vooral
overdag. Er is ook positieve druk, maar netto overheerst de negatieve druk
`s Nachts is er geen verdamping, maar wel opname van zouten en dus ook van water: positieve druk in de
houtvaten.
10. In de zomer zijn er bladeren en dus verdamping en dus ook negatieve druk
In het voorjaar worden veel stoffen uit bodem opgenomen en komen er reservestoffen uit de wortel vrij.
Dit levert een hoge osmotische waarde in de wortel: er wordt veel water opgenomen en dit geeft een
positieve druk.
11. b – a – e – d – f – c
12. a onjuist: bij vochtig, koel weer
g onjuist: door een hogere temperatuur is er meer enzymactiviteit en dus meer zoutopname.
Veel zout betekent een hoge wateropname mbv osmotische waarde.
b t/m f: juist
13. Tot – 14.5 kPa Kleine diameter van een houtvat levert een grotere druk op.
14. Ringvaten en spiraalvaten kunnen meerekken met de groei. De secundaire celkwand van netvaten
en stippelvaten bedekt vrijwel de hele primaire wand en kan niet meerekken.
15. Hierdoor is zijwaarts transport mogelijk.
16. Bastvaten bevatten zeefplaten ( dwarswanden met openingen)
17. Bij houtvaten: Celmembranen en celinhoud verdwenen, geen zeefplaten, afzetting van houtstof
18. Het transport in bastvaten vindt ook plaats tegen de zwaartekracht in bijv. van een blad naar een
vrucht die hoger aan een takje zit.
19. Zonder zuurstof kan geen energie worden vrijgemaakt, dus niet hetzelfde resultaat.
20. Niet hetzelfde resultaat. Worteldruk ontstaat door actief transport van zouten naar de centrale
cilinder. In aarde zonder zouten zal de worteldruk snel ophouden.
21. Het is verdampt.
22. Fotosynthese, transport van stoffen, gebruikt als bouwstof voor cytoplasma, gebruikt bij chemische
reacties.
23. ’s Nachts is er bijna geen verdamping van water. De worteldruk zorgt dan voor watertransport.
24. Een snede tot in de houtvaten.. In het voorjaar is er transport van water en sacharose van de wortels
naar de uitlopende knoppen via de houtvaten.
25. Bij een hoge bodemtemperatuur. De enzymen die nodig zijn voor actief transport werken beter bij
een hogere bodemtemperatuur.
26. Door een hoge luchtvochtigheid. Er is dan weinig verdamping. Door de worteldruk gaat de plant
druppelen.
2
Thema 5: Planten
Antwoorden bij groei planten
1. Met de milieuomstandigheden, vooral het weer.
2. In het midden van de stam.
3. Op plaats 2. Op deze plaats zijn jaarringen vanaf het eerste jaar aanwezig.
4. De omtrek van de cambiumring is op plaats 2 groter. Hier bevinden zich meer jaaringen.
5. Bij de nummers 1 en 5.
6. Bij de nummers 2 en 6.
7. Bij nummer 6
8. Het midden van de stam bevindt zich in richting Q en het cambium in richting P.
Antwoorden Horizontaal transport
1. Wortelharen, behoren tot de epidermis, een dekweefsel
2. Oppervlaktevergroting: er kan meer water worden opgenomen
3. Daar ze de celwanden nog niet verhout
4. Wortelhaar- opperhuid- schors- endodermis – houtvaten
6 Celmembraan
7. Cellulose
8. De apoplast-route. De opname door het celmembraan heen kost energie
9. Endodermis
10. De bandjes van Caspari voorkomen dat er water van de ene celwand naar de andere gaat.
De bandjes zorgen voor een isolatie.
11. A De mineralen worden gecontroleerd opgenomen
B De osmotische waarde in het houtvat neemt toe: zuigt water aan. Er ontstaat een positieve
druk: worteldruk
12. te lage temperatuur
te weinig zuurstof in de grond
geen wortelharen
te weinig zouten in de bodem
13. “Koude voeten”: door lage temperatuur ook een lage enzymactiviteit. Hierdoor maar een lage worteldruk
“Warm hoofd”: door een hoge buitentemperatuur is er een grote verdamping waardoor de zuigkracht heel
hoog is (en er dus voldoende water aanwezig moet zijn in de bodem)
14. I d
II a
III e
IV c
V b
14. Endodermiscellen zorgen voor actief transport van zouten naar de centrale cylinder. De energie
die hiervoor nodig is wordt in de mitochondriën vrijgemaakt.
, Antwoorden Verticaal transport
1. Cohesie: aantrekkingskracht tussen moleculen van dezelfde stof
Adhesie: aantrekkingskracht tussen moleculen van verschillende stoffen
2. In spinthout aan de buitenkant
3. De houtvaten worden dichtgedrukt/ bevatten lucht
4. Houtvaten kunnen hierdoor sterke negatieve druk weerstaan
5. Door de verdamping is er een grote negatieve druk: de houtvaten worden nauwer: de omvang van de boom
wordt iets kleiner
6. Verdamping neemt toe bij lage luchtvochtigheid, hoge temperatuur en hoge windsnelheid
7. In de winter kan een boom nauwelijks water opnemen vanwege de lage bodemtemperatuur .
Omdat er geen blad aan de boom zit is er geen verdamping en dus ook geen waterverlies.
8. Door actieve opname van zouten door de wortels ontstaat er een hogere osmotische waarde in de
houtvaten van de wortel. Hierdoor kan meer water via osmose worden opgenomen.
Dit levert een positieve druk op.
9. Overdag is er veel verdamping en wordt water aan de houtvaten onttrokken dit is de negatieve druk: vooral
overdag. Er is ook positieve druk, maar netto overheerst de negatieve druk
`s Nachts is er geen verdamping, maar wel opname van zouten en dus ook van water: positieve druk in de
houtvaten.
10. In de zomer zijn er bladeren en dus verdamping en dus ook negatieve druk
In het voorjaar worden veel stoffen uit bodem opgenomen en komen er reservestoffen uit de wortel vrij.
Dit levert een hoge osmotische waarde in de wortel: er wordt veel water opgenomen en dit geeft een
positieve druk.
11. b – a – e – d – f – c
12. a onjuist: bij vochtig, koel weer
g onjuist: door een hogere temperatuur is er meer enzymactiviteit en dus meer zoutopname.
Veel zout betekent een hoge wateropname mbv osmotische waarde.
b t/m f: juist
13. Tot – 14.5 kPa Kleine diameter van een houtvat levert een grotere druk op.
14. Ringvaten en spiraalvaten kunnen meerekken met de groei. De secundaire celkwand van netvaten
en stippelvaten bedekt vrijwel de hele primaire wand en kan niet meerekken.
15. Hierdoor is zijwaarts transport mogelijk.
16. Bastvaten bevatten zeefplaten ( dwarswanden met openingen)
17. Bij houtvaten: Celmembranen en celinhoud verdwenen, geen zeefplaten, afzetting van houtstof
18. Het transport in bastvaten vindt ook plaats tegen de zwaartekracht in bijv. van een blad naar een
vrucht die hoger aan een takje zit.
19. Zonder zuurstof kan geen energie worden vrijgemaakt, dus niet hetzelfde resultaat.
20. Niet hetzelfde resultaat. Worteldruk ontstaat door actief transport van zouten naar de centrale
cilinder. In aarde zonder zouten zal de worteldruk snel ophouden.
21. Het is verdampt.
22. Fotosynthese, transport van stoffen, gebruikt als bouwstof voor cytoplasma, gebruikt bij chemische
reacties.
23. ’s Nachts is er bijna geen verdamping van water. De worteldruk zorgt dan voor watertransport.
24. Een snede tot in de houtvaten.. In het voorjaar is er transport van water en sacharose van de wortels
naar de uitlopende knoppen via de houtvaten.
25. Bij een hoge bodemtemperatuur. De enzymen die nodig zijn voor actief transport werken beter bij
een hogere bodemtemperatuur.
26. Door een hoge luchtvochtigheid. Er is dan weinig verdamping. Door de worteldruk gaat de plant
druppelen.
2