aandoeningen
Cursuscode: GOO-2DT.SYSTE-22_1_D
Jaar: 2024-2025
Periode: 2A
Student: Annefleur Boers
,Inhoudsopgave
Week 1 ..................................................................................................................................................... 4
HC1 Medisch: Inleiding pathologie en ziekteoorzaken ....................................................................... 4
HC1 Domeinkennis: Tonometrie en pachymetrie.............................................................................. 10
PL1: Tonometrie ................................................................................................................................ 17
LT1: Klinisch redeneren introductie ................................................................................................... 20
Week 2 ................................................................................................................................................... 21
HC2 Medisch: Infectieziekten en wondgenezing ............................................................................... 21
HC2 Domeinkennis: Gonioscopie ...................................................................................................... 32
PL2: Tonometrie en pachymetrie ...................................................................................................... 42
ZS1: Glaucoom 1: principes, Europese richtlijn ................................................................................. 43
Week 3 ................................................................................................................................................... 47
HC3 Domeinkennis: Uveitis anterior ................................................................................................. 47
HC1 Farmacologie: Gezondheid en medicatie................................................................................... 54
PL3: Gonioscopie ............................................................................................................................... 57
HC1 EBP: Interventiestudies .............................................................................................................. 60
WC1 EBP: Interventiestudies ............................................................................................................. 64
Week 4 ................................................................................................................................................... 67
HC3 Medisch: Regressieveranderingen en reumatologie ................................................................. 67
HC4 Domeinkennis: Uveitis posterior................................................................................................ 74
PL4: Gonioscopie + aftekenen. .......................................................................................................... 81
ZS2: Uveitis ........................................................................................................................................ 82
Week 5 ................................................................................................................................................... 88
HC5 Domeinkennis: Glaucoom .......................................................................................................... 88
WC1 Optica: Correctie sferische oogfouten ...................................................................................... 92
CBL1: Gezichtsvelden......................................................................................................................... 96
PL5: DO en Jones ............................................................................................................................. 102
Week 6 ................................................................................................................................................. 113
HC4 Medisch: Myasthenia Gravis en Tuberculose .......................................................................... 113
PL6: Conical beam en van Herick..................................................................................................... 121
HC2 EBP: Basisbegrippen statistiek ................................................................................................. 122
WC2 EBP: Basisbegrippen statistiek ................................................................................................ 123
ZS3: Glaucoom 2: Indeling: open kamerhoek, gesloten kamerhoek en secundair glaucoom ........ 125
Week 7 ................................................................................................................................................. 132
HC6 Domeinkennis: ONH (optic nerve head) imaging .................................................................... 132
HC2 Farmacologie: Oculaire farmacologie 1 ................................................................................... 136
Pagina 2 van 167
, CBL2: Glaucoom .............................................................................................................................. 142
PL7: Routine oefenen ...................................................................................................................... 143
Week 8 ................................................................................................................................................. 144
HC5 Medisch: Lokale groeistoornissen............................................................................................ 144
HC3 Farmacologie: Glaucoom en andere gtt ................................................................................... 151
ZS4: Tumoren en trauma ................................................................................................................. 157
Bijlage 1: Uitwerking journal club........................................................................................................ 165
Pagina 3 van 167
,Week 1
HC1 Medisch: Inleiding pathologie en ziekteoorzaken
Resultaat
Na het bestuderen van de stof kun je:
Pathologie en zijn Pathologie betekent ziekteleer; het is de brug tussen wetenschap
samenhangende begrippen en gezondheidszorg. Het vakgebied behelst de diagnostiek van
uitleggen. ziekten en het onderzoek naar oorzaken en mechanismen voor
het ontstaan ervan.
• Het ondersteunt elk aspect van de patiëntenzorg:
diagnostisch testen, behandeladvies, onderzoek naar
ziekte, onderzoek naar voorkomen van ziekte.
De begrippen gezondheid, Gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en
ziekte en dood uitleggen. een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en
sociale uitdagingen van het leven.
• Geef in de gezondheidszorg niet alleen aandacht aan de
klachten en gezondheidsproblemen van mensen en hoe
we die kunnen oplossen.
• Leg het accent niet op de ziekte, maar op de veerkracht
van mensen.
• Kijk naar wat het leven van iemand betekenisvol maakt.
Volgens de medisch-biologische visie is gezondheid een toestand
waarin alle vitale functies naar behoren werken. De
orgaansystemen in een gezond lichaam functioneren optimaal.
Gezondheid hangt samen met de handhaving van homeostase in
het lichaam.
Uitgaande van het concept homeostase kan ziekte worden
gedefinieerd als een afwijking van de normale lichaamsstructuren
en -functies die resulteert in verstoring van de vitale functies.
Dood is de toestand volgend op klinische dood t.g.v.
onherstelbaar verlies van orgaan(functies), m.n. van de hersenen.
Het begrip etiologie Etiologie is de leer van de oorzaken (= een onderdeel van
(endogeen en exogeen) pathologie).
uitleggen. • Etiologische factoren zijn dus factoren die het
gezondheidsprobleem veroorzaken.
• Veel gezondheidsproblemen worden niet door één
oorzaak veroorzaakt, maar door een aantal oorzaken die
tegelijk aanwezig zijn.
• Etiologie van een ziekte is de primaire oorzaak van een
ziekte. De primaire oorzaak van ziekte kan zijn een:
o Biologische factor (voornamelijk pathogene
organisme die leiden tot de oorzaak van ziekte).
o Chemische factor.
o Fysische factor.
o Psychologische factor.
Pagina 4 van 167
, o Genetische factor.
o Andere factoren.
Ziekteoorzaken kunnen endogeen of exogeen zijn.
Exogeen: uitwendige ziekteoorzaak/omgeving of leefstijl.
Endogeen: inwendige ziekteoorzaak/persoonsgebonden
Uitleggen wat onder een Differentiaaldiagnose is een proces van eliminatie en bestaat uit
differentiaaldiagnose wordt vijf stappen:
verstaan. 1) Wat zijn de symptomen? – Klachtgerichte anamnese.
2) Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?
Als de eerste diagnose niet klopt:
3) Geef alle mogelijke diagnosen die passen bij de
symptomen.
4) Zet de mogelijke diagnoses op volgorde van ernst.
5) Elimineer de mogelijke aandoeningen, te beginnen bij de
ernstigste.
Weergeven wat er onder De manifestatie van een ziekte bestaat uit de waarneembare
manifestatie van een ziekte gevolgen (symptomen/klinische tekenen/verschijnselen) van
wordt verstaan. ziekte in een lichaam.
Uitleggen wat er wordt Positieve gezondheid: “Gezondheid is het vermogen van mensen
bedoeld met het model van zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van
de positieve gezondheid van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.”
M. Huber.
De term positieve gezondheid ondersteunt een persoonsgerichte
werkwijze en wordt gevisuealiseerd met een scoringsinstrument
in een spinnenwebdiagram met zes assen voor zes dimensies.
• Iemand kan a.d.h.v. het diagram zelf bepalen of zij
eventueel iets willen verbeteren aan één van de punten.
Pagina 5 van 167
, Uitleggen wat risicofactoren Risicofactoren zijn omstandigheden, gedragingen of
en gezondheid bevorderende eigenschappen die de kans vergroten dat iemand een ziekte of
factoren zijn. gezondheidsprobleem ontwikkelt.
• Voorbeelden zijn leefstijl (roken, overmatig
alcoholgebruik, ongezonde voeding, weinig
lichaamsbeweging etc.), omgevingsfactoren, genetische
factoren en medische geschiedenis
Gezondheidsbevorderende factoren zijn gedragingen of
omstandigheden die bijdragen aan een betere gezondheid en het
risico op ziekte verminderen.
• Voorbeelden zijn gezonde voeding, regelmatige
lichaamsbeweging, gezond gewicht, goede slaap,
stressmanagement, sterke sociale banden.
Het Conceptueel model van
Volksgezondheid (RIVM,
2007) en zijn begrippen
toepassen.
Pagina 6 van 167