Verschillende perspectieven op de toekomstige bestuurder
Student: Judith van Veen
Studentnummer: 2575718
Datum: 2 februari 2020
Plaats: Vrije Universiteit Amsterdam
Studie: MSc Bestuurskunde
Vak: Goed bestuur
Aantal woorden: 4972
,Inhoudsopgave
INLEIDING................................................................................................................................................... 2
HOOFDSTUK 1: THEORETISCH KADER ................................................................................................ 3
1.1 DE GOEDE BESTUURDER EN VAKMANSCHAP ......................................................................... 3
1.1.1 Verschillende perspectieven in de wetenschap ...................................................................................... 3
1.1.2 Mijn visie ............................................................................................................................................... 4
1.2 (CONFLICTERENDE) PUBLIEKE WAARDEN ............................................................................. 5
1.2.1 Spanningsveld tussen publieke waarden ................................................................................................ 5
1.2.2 Mijn visie ............................................................................................................................................... 6
1.3 PUBLIC VALUE MANAGEMENT (PVM) ................................................................................. 7
1.3.1 Mijn visie ............................................................................................................................................... 9
1.4 CONCLUSIE ........................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 2: GOED BESTUUR IN DE PRAKTIJK ........................................................................... 11
2.1 DE VISIE VAN TER HEERDT ................................................................................................. 11
2.1.1 De ambtenaar als vakman .................................................................................................................... 11
2.1.2 Conflicterende waarden ....................................................................................................................... 12
2.1.3. Onpartijdigheid ................................................................................................................................... 13
2.2 VERBINDING TUSSEN VERSCHILLENDE VISIES ..................................................................... 13
LITERATUURLIJST…………………………………………………………………………………………...15
1
, Inleiding
In de huidige netwerksamenleving worden burgers steeds mondiger en individualistischer. De
bevolking raakt gefragmenteerd en de rol van bestuurders verandert (’t Hart, 2014, p. 19-24).
Burgers hebben steeds meer aandacht voor ethiek en integriteit in het openbaar bestuur.
Hierdoor is een grote druk ontstaan op bestuurders, die de lastige taak krijgen om goed te
besturen. Ook in de literatuur is een toename van aandacht voor goed bestuur zichtbaar, maar
een eenduidige opvatting over de definitie van goed bestuur bestaat niet. Verschillende
perspectieven hebben zich ontwikkeld over wat goed bestuur precies inhoud en hoe dit in de
praktijk vorm moet krijgen. Het is relevant deze verschillende perspectieven te bestuderen om
inzicht te creëren in wat verschillende auteurs onder goed bestuur verstaan, hoe deze
overeenkomen en verschillen, en hoe dit in de praktijk tot uiting komt.
De vraag wat goed bestuur precies inhoudt is dus sterk normatief. Het doel van dit paper
is dan ook om mijn eigen visie over goed bestuur uiteen te zetten. Het eerste hoofdstuk van het
paper schetst een theoretisch kader, waarin het perspectief van de goede bestuurder en
vakmanschap, het perspectief van (conflicterende) publieke waarden, en het perspectief van
Public Value Management worden besproken. Uit dit theoretisch kader zal een normatieve visie
van goed bestuur voortvloeien door een kritische stellingname ten aanzien van de drie
perspectieven. In de slotconclusie van het eerste deel zal mijn eigen visie op goed bestuur en
de goede bestuurder kernachtig worden herhaald. Het ontwikkelde theoretische kader uit het
eerste hoofdstuk zal in het tweede hoofdstuk van dit paper worden toegepast op gastspreker
Bart-Jan ter Heerdt, topambtenaar bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hierin zal de
visie van Ter Heerdt op goed bestuur worden afgezet tegen de literatuur en mijn eigen visie op
goed bestuur.
2