Inleiding
De endocrinologie houdt zich bezig met klieren die hormonen produceren. Deze
hormonen regelen allerlei lichaamsprocessen zoals groei, voortplanting,
stofwisseling, gedrag en homeostase. In dit lesdocument worden de belangrijkste
hormoonproducerende organen bij dieren besproken.
1. Testikels (zaadballen)
Ligging: In de balzak (scrotum), buiten het
lichaam.
Opbouw:
Zaadblaasjes: productie van
spermacellen.
Bijbal: rijping en opslag van sperma.
Zaadleider: transport van zaadcellen.
Zaadstreng: bevat bloedvaten en zenuwen.
Functie:
Zaadproductie: voortplantingscellen.
Hormoonproductie: testosteron → mannelijke kenmerken, gedrag,
spierontwikkeling.
Inhibine B → remt FSH, regelt spermaproductie.
AMH → voorkomt vrouwelijke geslachtsontwikkeling.
Kleine hoeveelheden oestradiol → spermarijping en botgezondheid.
Samenwerking:
Hypothalamus → GnRH
Hypofyse → LH en FSH
LH → stimuleert testosteronproductie
FSH → stimuleert spermaproductie
2. Schildklier
Ligging: Links en rechts van de luchtpijp,
onder het strottenhoofd.
Opbouw:
Bestaat uit twee kwabben,
vlindervormig.
Functie:
, Regelt stofwisseling (celactiviteit).
Hormonen:
T3 (trijoodthyronine) & T4 (thyroxine): stimuleren metabolisme.
Calcitonine: verlaagt calcium in bloed.
Samenwerking:
Hypothalamus → TRH
Hypofyse → TSH → schildklierhormonen
3. Pancreas (alvleesklier)
Ligging: Eerste bocht van de dunne darm.
Opbouw:
Exocrien deel → verteringsenzymen
Endocrien deel → eilandjes van Langerhans
o A-cellen: glucagon
o B-cellen: insuline
Functie hormonen:
Glucagon → verhoogt bloedglucose (lever
activeert glycogeenafbraak).
Insuline → verlaagt bloedglucose (opslag in
lever en spieren).
Samenwerking:
Directe reactie op bloedsuikerspiegel.
Hypothalamus en hypofyse sturen via
signalen bij afwijkingen.