Ontstaan Waar andere verlichte denkers meteen aan Ontstond in de 17e eeuw, heeft met de Smith was tegen het Mercantilisme Sommige vorsten waren wel enthousiast ove rverlichte
de bourgeoisie dachten wanneer het ging economie te maken ideeën en namen initiantief tot de verspreiding ervan.
om meer vrijheid en inspraak, dacht
Rousseau aan het hele volk.
Kerngedachte Elk mens wordt vrij geboren. Niemand heeft De hoeveelheid goederen in de werld ligt Door zijn eigen belangen na te jagen, dient de mens Een verlichte vorst zette zich in voor het algemeen belang
het recht een ander met geweld tot vast en ieder volk moet daar proberen een het algemeen belang. en het volk, maar stond geen inspraak toe.
gehoorzaamheud te dwingen. zo groot mogelijk deel van te bemachtigen.
Kernconcepten Tegen slavernij, wil gericht op het Smith gaat uit ven een rationeel eigenbelang. De Vorsten leggen minder nadruk op droit divin, en meer op
gemeenschappelijk belang. Het enige mens heeft een aangeboren neiging om vooral op het algemeen belang. Het absolutisme stond niet ter
legitieme gezag was gebaseerd op een zijn eigen belangem te letten en daarbij gaat hij discussie, maar de vorsten probeerden het welzijn van hun
overeenkomst tussen mensen verstandelijk te werk. Ondernemers willen meer geld onderdanen en de welvaart in hun land te vergroten. Dit
verdienen, waardoor ze meer zullen focussen op de deden ze door middel van het verbeteren van onderwijs,
vraag van de kopers. Hierdoor ontstaan er betere het afschaffen van lijstraffen en horigheid, streven naar
goederen en diensten, wat leidt tot meer religieuze verdraagzaamheid en ze stimuleerden nieuwe
economische groei en welvaart voor iedereen. ontwikkelingen in de handel, landbouw en nijverheid.
Staatsinmenging Geen absoluut koningschap, de enige Overheden namen maatregelen op productie De overheid moet zich niet bemoeien met de Vorsten hielden de macht sterk in handen
manier om een staat te stichten en door een en handel te beschermen, bijv. door economie, prijzen moeten bepaald worden door
verdrag waarin men zich vrijwillig aansloot, invoerrechten en staatsmonopolies. Veel vraag en aanbod en er moet een vrije
een sociaal contract. staatsinmenging. markteconomie zijn.
Stromingen
Hoofddenkers Jean-Jacques Rousseau Adam Smith