Toepassingsvragen Fysiotherapie blok 1
●
Eigen Regie en Gedragsverandering:
1.
Een patiënt met chronische rugpijn heeft moeite om zijn dagelijkse activiteiten vol te
houden en vermijdt beweging uit angst voor verergering van de pijn. Hoe kun je als
fysiotherapeut deze patiënt stimuleren om meer te nemen over zijn aandoening en
gedragsverandering te bevorderen?
2.
Hoe kun je met behulp van het Stages of Change-model de fase van gedragsverandering
bepalen bij een patiënt die wil beginnen met fitnessen na een periode van inactiviteit?
Welke interventies zijn geschikt voor de verschillende fasen?
●
Ademhaling en Inspanningsfysiologie:
3.
Je behandelt een patiënt met COPD die kortademig is bij geringe inspanning. Leg uit hoe de
longfunctie (alveolaire ventilatie, dode ruimte, diffusiecapaciteit) is aangedaan bij deze
patiënt en hoe dit de inspanningscapaciteit beïnvloedt.
4.
Beschrijf hoe de zuurstofdissociatiecurve8 verschuift tijdens intensieve inspanning. Wat is
het fysiologische belang van deze verschuiving voor de zuurstofafgifte aan de spieren?
5.
Een atleet wil zijn duurprestatie verbeteren. Leg uit hoe de verschillende energiesystemen
bijdragen aan de energielevering tijdens langdurige inspanning en wat het belang is van de
lactaatdrempel.
●
Stofwisseling en Fysiologische Regelprincipes:
6.
Leg uit hoe het lichaam de pH-waarde reguleert tijdens inspanning. Welke rol spelen de
ademhaling en de buffersystemen hierbij?
7.
Wat zijn de gevolgen van een te hoge lactaatspiegel in het bloed? Hoe kan dit worden
vastgesteld en wat zijn mogelijke oorzaken in een fysiotherapeutische context?
8.
Beschrijf het principe van negatieve terugkoppeling aan de hand van een voorbeeld in het
lichaam, bijvoorbeeld de regulatie van de lichaamstemperatuur.
●
Eigen Regie en Gedragsverandering:
1.
Een patiënt met chronische rugpijn heeft moeite om zijn dagelijkse activiteiten vol te
houden en vermijdt beweging uit angst voor verergering van de pijn. Hoe kun je als
fysiotherapeut deze patiënt stimuleren om meer te nemen over zijn aandoening en
gedragsverandering te bevorderen?
2.
Hoe kun je met behulp van het Stages of Change-model de fase van gedragsverandering
bepalen bij een patiënt die wil beginnen met fitnessen na een periode van inactiviteit?
Welke interventies zijn geschikt voor de verschillende fasen?
●
Ademhaling en Inspanningsfysiologie:
3.
Je behandelt een patiënt met COPD die kortademig is bij geringe inspanning. Leg uit hoe de
longfunctie (alveolaire ventilatie, dode ruimte, diffusiecapaciteit) is aangedaan bij deze
patiënt en hoe dit de inspanningscapaciteit beïnvloedt.
4.
Beschrijf hoe de zuurstofdissociatiecurve8 verschuift tijdens intensieve inspanning. Wat is
het fysiologische belang van deze verschuiving voor de zuurstofafgifte aan de spieren?
5.
Een atleet wil zijn duurprestatie verbeteren. Leg uit hoe de verschillende energiesystemen
bijdragen aan de energielevering tijdens langdurige inspanning en wat het belang is van de
lactaatdrempel.
●
Stofwisseling en Fysiologische Regelprincipes:
6.
Leg uit hoe het lichaam de pH-waarde reguleert tijdens inspanning. Welke rol spelen de
ademhaling en de buffersystemen hierbij?
7.
Wat zijn de gevolgen van een te hoge lactaatspiegel in het bloed? Hoe kan dit worden
vastgesteld en wat zijn mogelijke oorzaken in een fysiotherapeutische context?
8.
Beschrijf het principe van negatieve terugkoppeling aan de hand van een voorbeeld in het
lichaam, bijvoorbeeld de regulatie van de lichaamstemperatuur.