Casus: pap vrachtwagenchauffeur met overgewicht en druk op de borst door te veel langs
tankstations te gaan en ongezond te eten.
- De student benoemt één actueel en één potentieel gezondheidsprobleem
binnen een casus EN er wordt op basis van passende voorbeelden een
koppeling gemaakt met de kwaliteit van leven van de zorgvrager.
Actueel: Verhoogd cholesterolgehalte. ? niet te veel in verband met hart en
vaatziekten.
Potentieel: Hart en vaatziekten.
Voorbeelden: De zorgvrager zit de hele dag op de vrachtwagen en heeft weinig tot
geen beweging alleen tijdens het laden en het lossen. De zorgvrager neemt zelf bijna
geen boterhammen of ander eten mee naar het werk dus is genoodzaakt om bij het
tankstation te stoppen en daar een maaltijd te nuttigen die vrijwel altijd ongezond is.
- De student legt uit wat het gewenste gedrag is EN welke determinanten
(Attitude, Sociale invloed en Eigen effectiviteit) vanuit het ASE model van
invloed zijn op het gedrag en daarmee het potentiële gezondheidsprobleem.
EN Legt uit welke vaardigheden (of het ontbreken daarvan) en barrières van
invloed zijn op het gedrag. EN Gebruikt hierbij passende voorbeelden
gekoppeld aan de casus van de zorgvrager
Gewenste gedrag: gezonder gaan eten en gewicht verminderen.
ASE-model:
Attitude:
- Onze houding t.o.v. het gedrag: Meneer heeft vroeger altijd gerend als hobby en
vond dat altijd heel erg leuk dus heeft ook motivatie om daar weer aan te beginnen
om zijn gezondheid te verbeteren dus zijn attitude richting het gedrag is positief
gesteld.
- Meneer vindt zelf ook dat hij wat dikker geworden is vergeleken met afgelopen jaren
dus wil ook graag weer het lichaam van vroeger krijgen.
Sociale invloed:
- Subjectieve normen
Onze omgeving verwacht dat we niet te dik zijn en gezond leven en niet te
veel onnodig geld uitgeven.
- Sociale steun
Het hele gezin wil gezonder gaan leven en gezonder gaan eten dus zij willen
meneer dan ook steunen in dit proces.
- Sociale druk
Het is gezellig om met collega's onderweg bij een restaurant te stoppen en
samen te eten en te kletsen.
- Modelling
De meeste andere chauffeurs eten ook bij fastfoodketens en restaurants
langs de weg.
Eigen effectiviteit:
, We denken in staat te zijn het gedrag te kunnen uitvoeren
- Control beliefs
Meneer denkt dat hij wel zijn gedrag kan veranderen want hij is in staat om
voor zijn vertrek thuis een maaltijd te maken die hij kan meenemen voor
onderweg, want hij heeft daar de tijd voor en in zijn vrachtwagen zit een
koelkast waarin hij het eten kan bewaren en een magnetron waarin hij ook
eten kan opwarmen.
Vaardigheden: niet genoeg kennis over gezond en ongezonde voeden en de risico’s
Voorbeelden: De zorgvrager is zich niet zo bewust van de medische gevolgen
van ongezond eten, de zorgvrager vindt ongezond eten lekker en heeft nooit
klachten ervaren dus waarom zou het slecht zijn.
Barrières: Gezond eten is duurder en ongezond eten is sneller en makkelijker te
verkrijgen naast de weg bij tankstations en restaurants.
Voorbeelden: De zorgvrager moet tijdens het rijden pauze nemen en dat is
vaak op een parkeerplaats bij een tankstation. Het eten wat daar verkocht wordt is
vaak ongezond en voor de snelle honger denk je daarbij aan een saucijzenbroodje.
Op zo’n parkeerplaats zijn ook vaak naast tankstations veel fastfood ketens die ook
bijdragen aan een ongezonde leeftijd van de zorgvrager.
- De student legt uit welke twee verpleegkundige interventies ter ondersteuning
ingezet kunnen worden binnen de casus om een gezonde(re) leefstijl te
realiseren EN kan o.b.v. passende voorbeelden onderbouwen waarom hij/zij
voor deze interventies kiest. (interventie smart maken voor extra punten maar
hoeft niet)
Interventie 1: Gezondheidsvoorlichting en voedingstips aanbieden.
De verpleegkundige kan een gesprek voeren met de zorgvrager over
gezonde voeding en het belang van een uitgebalanceerd dieet.
Interventie 2: Gedragsondersteuning en motiveren van gedragsverandering
De verpleegkundige kan gedragsveranderingsstrategieën toepassen om de
zorgvrager te ondersteunen bij het maken van gezondere keuzes. Dit kan
onder andere het gebruik van het Motivational Interviewing (MI)-model zijn
Andere interventie mogelijkheid: Bevorderen van fysieke activiteit door kleine
beweegmomenten in te bouwen.
De verpleegkundige kan de zorgvrager adviseren om kleine
beweegmomenten in zijn dagelijkse routine in te bouwen, zelfs als hij veel in de
vrachtwagen zit.
Voorbeelden: Bij beter weten over de gezondheid van meneer weet meneer ook wat
de gevolgen kunnen zijn als hij zo doorgaat met zijn levensstijl en dat de obesitas
dan voor ergere gezondheidsproblemen kan zorgen en als meneer dat beter inziet
dan is de motivatie om zijn gedrag te veranderen ook groter. Daarnaast is het ook
beter voor de gezondheid om meer te bewegen. Bij meer beweging zal meneer ook
meer kcal verbranden en zal zijn gewicht en vetpercentage ook verminderd worden,
wat zijn gezondheid ook weer bevordert.
- De student legt uit wat de rol van de verpleegkundige EN de rol van de
zorgvrager is m.b.t. het realiseren van een gezonde(re) leefstijl EN de student
tankstations te gaan en ongezond te eten.
- De student benoemt één actueel en één potentieel gezondheidsprobleem
binnen een casus EN er wordt op basis van passende voorbeelden een
koppeling gemaakt met de kwaliteit van leven van de zorgvrager.
Actueel: Verhoogd cholesterolgehalte. ? niet te veel in verband met hart en
vaatziekten.
Potentieel: Hart en vaatziekten.
Voorbeelden: De zorgvrager zit de hele dag op de vrachtwagen en heeft weinig tot
geen beweging alleen tijdens het laden en het lossen. De zorgvrager neemt zelf bijna
geen boterhammen of ander eten mee naar het werk dus is genoodzaakt om bij het
tankstation te stoppen en daar een maaltijd te nuttigen die vrijwel altijd ongezond is.
- De student legt uit wat het gewenste gedrag is EN welke determinanten
(Attitude, Sociale invloed en Eigen effectiviteit) vanuit het ASE model van
invloed zijn op het gedrag en daarmee het potentiële gezondheidsprobleem.
EN Legt uit welke vaardigheden (of het ontbreken daarvan) en barrières van
invloed zijn op het gedrag. EN Gebruikt hierbij passende voorbeelden
gekoppeld aan de casus van de zorgvrager
Gewenste gedrag: gezonder gaan eten en gewicht verminderen.
ASE-model:
Attitude:
- Onze houding t.o.v. het gedrag: Meneer heeft vroeger altijd gerend als hobby en
vond dat altijd heel erg leuk dus heeft ook motivatie om daar weer aan te beginnen
om zijn gezondheid te verbeteren dus zijn attitude richting het gedrag is positief
gesteld.
- Meneer vindt zelf ook dat hij wat dikker geworden is vergeleken met afgelopen jaren
dus wil ook graag weer het lichaam van vroeger krijgen.
Sociale invloed:
- Subjectieve normen
Onze omgeving verwacht dat we niet te dik zijn en gezond leven en niet te
veel onnodig geld uitgeven.
- Sociale steun
Het hele gezin wil gezonder gaan leven en gezonder gaan eten dus zij willen
meneer dan ook steunen in dit proces.
- Sociale druk
Het is gezellig om met collega's onderweg bij een restaurant te stoppen en
samen te eten en te kletsen.
- Modelling
De meeste andere chauffeurs eten ook bij fastfoodketens en restaurants
langs de weg.
Eigen effectiviteit:
, We denken in staat te zijn het gedrag te kunnen uitvoeren
- Control beliefs
Meneer denkt dat hij wel zijn gedrag kan veranderen want hij is in staat om
voor zijn vertrek thuis een maaltijd te maken die hij kan meenemen voor
onderweg, want hij heeft daar de tijd voor en in zijn vrachtwagen zit een
koelkast waarin hij het eten kan bewaren en een magnetron waarin hij ook
eten kan opwarmen.
Vaardigheden: niet genoeg kennis over gezond en ongezonde voeden en de risico’s
Voorbeelden: De zorgvrager is zich niet zo bewust van de medische gevolgen
van ongezond eten, de zorgvrager vindt ongezond eten lekker en heeft nooit
klachten ervaren dus waarom zou het slecht zijn.
Barrières: Gezond eten is duurder en ongezond eten is sneller en makkelijker te
verkrijgen naast de weg bij tankstations en restaurants.
Voorbeelden: De zorgvrager moet tijdens het rijden pauze nemen en dat is
vaak op een parkeerplaats bij een tankstation. Het eten wat daar verkocht wordt is
vaak ongezond en voor de snelle honger denk je daarbij aan een saucijzenbroodje.
Op zo’n parkeerplaats zijn ook vaak naast tankstations veel fastfood ketens die ook
bijdragen aan een ongezonde leeftijd van de zorgvrager.
- De student legt uit welke twee verpleegkundige interventies ter ondersteuning
ingezet kunnen worden binnen de casus om een gezonde(re) leefstijl te
realiseren EN kan o.b.v. passende voorbeelden onderbouwen waarom hij/zij
voor deze interventies kiest. (interventie smart maken voor extra punten maar
hoeft niet)
Interventie 1: Gezondheidsvoorlichting en voedingstips aanbieden.
De verpleegkundige kan een gesprek voeren met de zorgvrager over
gezonde voeding en het belang van een uitgebalanceerd dieet.
Interventie 2: Gedragsondersteuning en motiveren van gedragsverandering
De verpleegkundige kan gedragsveranderingsstrategieën toepassen om de
zorgvrager te ondersteunen bij het maken van gezondere keuzes. Dit kan
onder andere het gebruik van het Motivational Interviewing (MI)-model zijn
Andere interventie mogelijkheid: Bevorderen van fysieke activiteit door kleine
beweegmomenten in te bouwen.
De verpleegkundige kan de zorgvrager adviseren om kleine
beweegmomenten in zijn dagelijkse routine in te bouwen, zelfs als hij veel in de
vrachtwagen zit.
Voorbeelden: Bij beter weten over de gezondheid van meneer weet meneer ook wat
de gevolgen kunnen zijn als hij zo doorgaat met zijn levensstijl en dat de obesitas
dan voor ergere gezondheidsproblemen kan zorgen en als meneer dat beter inziet
dan is de motivatie om zijn gedrag te veranderen ook groter. Daarnaast is het ook
beter voor de gezondheid om meer te bewegen. Bij meer beweging zal meneer ook
meer kcal verbranden en zal zijn gewicht en vetpercentage ook verminderd worden,
wat zijn gezondheid ook weer bevordert.
- De student legt uit wat de rol van de verpleegkundige EN de rol van de
zorgvrager is m.b.t. het realiseren van een gezonde(re) leefstijl EN de student