Inhoud
Zorgverlener...........................................................................................................................................1
Zorgverlener
Ten aanzien van de eerste competentie die zich richt op het klinisch redeneren (bijlage) heb ik samen
met twee medestudenten de zes stappen van Marc Bakker gevolgd om voornamelijk te redeneren
over de psychische gesteldheid van een patiënt met een myelum contusie na val met racefiets. Wij
hebben bij stap twee onder andere gekeken naar risico op eenzaamheid, risico op depressie en
angst. Bij stap drie willen wij de psycholoog in consult vragen en bij stap vier veel rekening houden
met shared-decision zo behoudt de patiënt zo veel mogelijk zijn eigen regie. Bij iedere stap zijn wij
hiernaast verder gaan redeneren over zijn ziektebeeld, maar de aanleiding was zijn psychische
gesteldheid. Op dit moment bevonden wij ons in fase twee en drie van het vpk proces;
verpleegkundige problemen vaststellen en het vaststellen van gewenste resultaten. Het klinisch
redeneren vind ik zelf erg lastig. Ik merk dat dit op de vloer goed gaat, maar dit verwerken in een
verslag als bewijslast vond ik erg moeilijk. Vandaar dat ik samen met studenten deze zes stappen heb
gevolgd. Klinisch redeneren is voor mij een aandachtspunt om mee te nemen naar mijn volgende
stages.
Als zorgverlener ben ik gericht op het bevorderen van het zelfmanagement (bijlage 2) van de
patiënten, dit valt onder de tweede competentie. Hierbij is een juiste benadering belangrijk en
hiervoor is het belangrijk dat ik het ziektebeeld van de patiënt goed ken en informatie verzamel over
de sociale context. Ik ben met een patiënt in gesprek gegaan over haar thuissituatie en hoe zij het
voor zich ziet als zij naar huis mag (bijlage 3).
Naast het klinisch reden volgens het verpleegkundig proces en het bevorderen van het
zelfmanagement van een patiënt is het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen ook een
competentie voor mij als verpleegkundige. Als voorbereiding op een verpleegtechnische handeling
doe ik eerst de handeling observeren, hierna bestudeer ik het bijbehorende protocol en daarna voer
ik de handeling onder toezicht uit tot het moment dat ik mij zelfstandig bekwaam voel. Ik heb in mijn
stage sondevoeding (bijlage 4) toegediend, gewerkt met een passieve tillift en heb ik een eenmalige
katheter en verblijfskatheter ingebracht (bijlage 5 + 6).
Voor het uitvoeren van verpleegtechnische handelingen heb ik in mijn stagewerkplan (bijlage 7) een
leerdoel gemaakt.
Communicator
, Communiceren is een erg belangrijke competentie in het ziekenhuis. Als zorgverlener moet ik goed
communiceren op een persoonsgerichte en professionele wijze. In mijn stagewerkplan (bijlage 8)
heb ik hiervoor dan ook een leerdoel opgesteld.
In het ziekenhuis speelt communicatie zich niet alleen af tussen de patiënt en mij als zorgverlener.
Het communiceren met collega’s en met het sociale netwerk van de patiënt kan net zo belangrijk
zijn.
De eerste gedragscriteria richt zich op het toepassen van persoonsgerichte gesprekstechnieken. De
tweede gedragscriteria richt zich op een open en respectvolle houding. In mijn reflectieverslag
(bijlage 9) lees je onder andere dat ik bezig ben geweest met de gesprekstechnieken op ooghoogte
zitten, aandachtig luisteren en open vragen stellen. In mijn situatiebeschrijving (bijlage 10) heb ik
beschreven welke gesprekstechnieken ik heb gebruikt bij een anamnese gesprek, de drie typen
informatie en waar ik mij bevond in het verpleegkundig proces.
Gedragscriteria drie houdt zich bezig met het bewust zijn van de effecten van eigen verbale en non-
verbale uitingen. Dit zie je ook terug in mijn reflectieverslag (bijlage 9), ik was mij ervan bewust dat ik
mijn tranen in moest houden en dat ik niet te ver door moest vragen.
De vierde gedragscriteria richt zich op het adequaat gebruik maken van ICT-hulpmiddelen, EHealth
en/of sociale media. In mijn dagevaluatie (bijlage 11) lees je dat ik contact op heb genomen met de
zoon van mw, dit nummer heb ik gezocht via het elektronisch patiëntendossier.