H12 Gedrag in organisaties
Organisatiegedrag = de waarneembare handelingen die mensen op het werk uitvoeren
Organisatie gedrag heeft een klein zichtbaar deel en een
groot verborgen deel, aandacht voor individuele drijfveren
van werknemers en hun persoonlijkheid is belangrijk om
organisatiedoelen te bereiken
Organisatiegedrag 2 gebieden:
1. Individueel gedrag
2. Groepsgedrag
6 gedragingen daadkracht organisatie:
- Arbeidsproductiviteit
- Verzuim
- Verloop (permanente vertrek medewerkers)
- Burgerschapsgedrag binnen organisaties (geen formele gedrag)
- Arbeidstevredenheid
- Wangedrag op werk
12.2
Attitudes = Evaluerende uitspraken, positieve of negatieve, over zaken, mensen of
gebeurtenissen. Weerspiegelen hoe iemand tegenover iets staat.
3 componenten:
Cognitieve component = Overtuigingen, meningen, kennis of informatie
A:ectieve component = Het emotionele of gevoelsgedeelte
Gedrags component = De intentie om op een bepaalde manier te handelen t.o.v. iets of iemand
3 interessantste attitudes voor organisatie
è Arbeidstevredenheid
è Betrokkenheid bij werk
è Inzet organisatie
Als er een verschil tussen houding en gedrag ontstaat dan krijg je à Cognitieve dissonantie =
Een onverenigbaarheid van verschillende attitudes onderling of tussen attitudes en gedrag
, 5 + 1 Persoonlijkheidskenmerken die gedrag in een organisatie kunnen voorspellen:
è Locus of control – mate waarin iemand denkt zijn of haar lot in eigen handen te hebben
è Machiavellisme – Mate waarin mensen nuttig zijn, emotionele afstand bewaren en
mensen dat het doel de middelen heiligt.
è Eigenwaarde – Mate waarin iemand waardering voor zichzelf heeft
è Zelfcontrole – Iemands mogelijkheden om zijn gedrag aan te passen
è Risicobereidheid – Bereidheid om risico’s te nemen
è Emotie: De intensiteit van gevoelens die op anderen worden gericht
Emotionele intelligentie – 5 aspecten:
1. Zelfbewustzijn (bewust zijn wat je voelt)
2. Zelfbeheersing
3. Zelfmotivatie
4. Empathie (inleven in ander)
5. Sociale vaardigheden (omgaan emoties anderen)
Waarneming = Proces waarbij mensen
betekenis geven aan hun omgeving door hun
zintuiglijke indrukken te organiseren en te
interpreteren.
Self-serving bias = De neiging van mensen om
de oorzaken van hun successen aan interne
factoren toe te schrijven en de oorzaken van
mislukkingen aan externe factoren
Fundamentele attributiefout = Bij beoordelen
gedrag van andere de neiging externe factoren te
onderschatten en interne overschatten
Versneld beoordelen:
- Halo-e:ect = Positieve indruk van iemand door karaktertrek
- Horn-e:ect = Negatieve indruk van iemand door karaktertrek
Operante conditionering = Vrijwillig of aangeleerd gedrag
H13 Groepen en teams
13.1 Groepsgedrag
Groep = 2 of meer communiceerde en van elkaar afhankelijke individuen die voor een bepaald
doel samenwerken
è Formele groepen = Werkgroepen die door de organisatie zijn samengesteld om aan
projecten te werken of bepaalde taken uit te voeren
è Informele groepen = Sociale groepen. Ontstaan vanzelf op de werkvloer in reactie op de
behoefte aan sociaal contact.