Algemeen
- Psychiatrie = behandeling psychiatrische ziekten, vindt plaats sinds tweede helft 18e
eeuw tijdens de verlichting
Middeleeuwen: Uiteenlopende visies over ‘gek’ gedrag, werd vaak gekoppeld aan lichamelijk
probleem of bezetenheid door de duivel/heks. Mensen werden in een dolhuis of zinneloos
huis geplaatst als ze thuis niet meer draagbaar waren. Ze werden hier niet behandeld, maar
gewoon opgesloten.
18e eeuw: Verandering richting het feit dat ‘gek’ gedrag een ziekte was, een persoon was
een patiënt en had behandeling nodig. Er kwam psychotherapie (humanitair). Later kwam er
een biomedisch accent aan deze therapieën. Dit houdt in dat er een samenstelling komt van
lichamelijk en geestelijk.
● Philippe Pinel: onderscheiden van gekken en delinquenten en scheiden deze door
de gekken op te nemen in psychiatrische ziekenhuizen en delinquenten in de
gevangenis.
19e en 20e eeuw: In het begin was er vooral inrichtingspsychiatrie (verpleegkundige en
artsen met behandeling) met de uitspraak: 'Geestesziekten zijn hersenziekten’. Hier
kwamen ze op, omdat ze tijdens de autopsies van overledenen gingen kijken naar de
hersenen en vonden hier neurologische oorzaken van gedragsstoornissen en vonden
infectieziekten door te weinig vitaminen. Ze kwamen er dus ook achter dat er verschillende
therapieën moesten worden bedacht voor verschillende ziekten.
● Infectieziektemodel: ook wel monocausaal model genoemd, oorzaak vinden en dan
een passende therapie zoeken. Oorzaak wordt gevonden in de hersenen door
autopsie. -> monocausaal biomedisch model
Er werden experimenten uitgevoerd op mensen om de hersenfunctie te beïnvloeden,
waarbij vaak blijvende schade werd veroorzaakt.
- Opkomst psychologische benaderingen
De biomedische benaderingen hadden beperkingen, waardoor er niet goed genoeg
werkende therapieën waren voor psychische stoornissen. Er kwamen twee nieuwe
benaderingen bij:
● Emil Kraepelin:
- Nauwkeurige beschrijving van het klinische beeld en kijken naar het verloop
op lange termijn. -> DSM-5/ICD-10
- Verschil in verloop van schizofrenie psychose en manisch-depressieve
psychose
- Relatie tussen hersenfunctie en gedragsstoornis, maar dit kan alleen als je
kijkt naar het ‘normale’ gedrag en de daarbij horende hersenfuncties. Er is
dus wel een relatie tussen een hersenafwijking en gedrag, maar het is niet
‘gewoon’ een neurologische ziekte.
- Mengelmoes van infectieziektemodel en zijn eigen theorieën om beschijving
en beloop duidelijk te observeren.
, ● Sigmund Freud:
- Freud liep vast bij problematiek wat niks te maken had met lichamelijke
afwijkingen -> ambulante, lichtere patiënten -> relatie hersenen en gedrag
- Psychoanalyse: onbewuste en innerlijke conflicten, weer bewust maken
d.m.v. associatie op een bank.
- Oftewel, psychotherapeutisch
● Veel humaner dan de experimenten, dus de moeite waard om te
proberen. Echter werd er nog weinig op een systematische manier
geëvalueerd, waardoor er nog geen resultaten uit te zien waren,
behalve individuele succesgevallen die mond op mond konden
worden doorverteld.
Voor de tweede wereldoorlog:
● Adolf Meyer: nazorg en resocialisatie + omgevingsfactoren + preventie
- Zowel psychisch, lichamelijk en sociaal belangrijk om een psychische stoornis
te begrijpen
- Biopsychosociale benadering
Na de tweede wereldoorlog:
Drie invalshoeken:
1. Biologisch: ontdekking van medicatie en verbetering van neurowetenschappen. Ook
werden er dieren gebruikt om inzicht te krijgen in de structuur van het gedrag van de
mens. Door Kraepelin zijn methode aan te houden, dus bestuderen en beschrijven,
werd zo veel mogelijk informatie naar boven gebracht over verschillende
ziektebeelden. Dit was doeltreffend en doelmatig.
2. Psychologisch: nieuwe soorten therapievormen zoals client-centerd-, groeps-,
gedrags- en systeemtherapie. Uit de gedragstherapie kwam ook cognitieve therapie.
Echter kwamen ze erachter dat psychotherapie een werkzame interventie is. Er
kwam een wetenschappelijk onderzoek naar de samenhang van de psychologische
functies, hersenfuncties en het sociaal functioneren. Dit was minder doeltreffend en
doelmatig dan de biologische en sociologische invalshoek.
3. Sociologisch: de antipsychiatrie -> verzet tegen inrichtingspsychiatrie, wat werd
gezien als een repressiemiddel. Er werd gestreden voor gelijke rechten en
autonomie. Er kwam meer wetenschappelijk onderzoek, waardoor er kon worden
gekeken naar herstel, i.p.v. opsluiten en laten gaan
● De-institutionalisering: re-integratie van opgenomen patiënten
Samenwerken van de drie invalshoeken: vroeger bleven deze invalshoeken sterk apart,
maar stonden wel eens haaks op elkaar. In deze tijd wordt het steeds meer gecombineerd,
omdat het belangrijk is om alle drie de perspectieven te bekijken om zo goed mogelijk
onderzoek en behandeling te kunnen laten plaatsvinden. Denk hierbij aan het
biopsychosociaal model.
, Biopsychosociaal model:
● Verzet tegen eenzijdig ziektemodel, eenzijdig psychologisch of eenzijdig sociologisch
model
● Drie invalshoeken moeten worden gecombineerd
● Classificeren (DSM-5, in een hokje plaatsen) vs diagnosticeren (aard, ernst,
geschiedenis, meer hypothetisch en kan worden bijgesteld)
● Integrale (algemeen) vs holistische (kijken naar alle invalshoeken) visie
Verklaring van ontstaan kan door twee redenen
1) Door de historische ontwikkeling, elk visie beeld kwam wel naar boven en drongen
zich op
2) Door de systeemtheorie
Gecombineerd met systeemtheorie
- Ludwig von Bertalanffy: hoe kan een levend wezen erin slagen niet dood te gaan
● Organisme is een systeem met chemische processen
● Organisme heeft interactie met zijn omgeving (open systeem)
Systeemniveaus van Engel
● Biosfeer
● Maatschappij
● Cultuur
● Subcultuur
● Gemeenschap
● Familie
● Twee personen
● Persoon met beleving en gedrag
● Zenuwstelsel
● Organen/orgaansysteem
● Weefsel
● Cellen
● Organellen
● Moleculen
● Atomen
● Subatomaire deeltjes
- Systeemhiërarchie van Engel: omdat er dus verschillende systemen
zijn, is er dus ook hiërarchie. Er zijn nieuwe eigenschappen per
niveau. Het belangrijkste eigenschap hierbij is dat zij zich aanpassen
aan omstandigheden.
● Biopsychosociaal model link met Engel: niveau van persoon,
beleving en gedrag. Vanaf de persoon naar boven is het
organismische hiërarchie en vanaf het zenuwstelsel naar
beneden is de biologische hiërarchie
Praktische betekenis van Engel in de praktijk en wetenschapsbeoefening
- Praktijk: inzicht in volledige geschiedenis van een ziekte en de toekomst