HBS – Oefentoetsvragen en Antwoorden – 100% Examengerichte
Voorbereiding – LATEST UPDATE MEI 2025 – Hoger
Beroepsonderwijs Studiehulp
• Welke zijn de “echte” leverparasieten en waarom?
• Noem tenminste drie helminthen die in Nederland voor leverschade kunnen zorgen in een larvaal
stadium?
• Wat is het typische leverbeeld bij een ernstige infectie met Histomonas meleagridis?
• Wat is cysticercosa hepatitis?
• Leg uit wat de zgn. ‘milk spots’ zijn en door welke parasiet bij welke gastheer ze worden veroorzaakt?
• Indien een parasiet ook bij mensen tot infectie kan leiden, is het contact met een lever besmet met die
parasiet bij sectie dan gevaarlijk voor de mens?
• Welk sectiebeeld komt u tegen bij galgangcoccidiose bij het konijn?
• Wat wordt aangegeven met de letter: (2 pt)
• Omcirkel in de figuur een portale acinus (1 pt).
• Waarop berust deze (functionele) opbouw in portale acini? (1 pt)
• Geef in de figuur duidelijk aan waar het leverweefsel het gevoeligst reageert op zuurstoftekort. Geef aan
waarom juist op die plek. (2 pt)
• Waar gaat het bloed naar toe direct na het verlaten van de lever? (1 pt)
• Noem 3 structuren die zich bevinden in de hilus van de lever.(2 pt)
• De lever is wel/niet * te palperen caudaal van de ribboog bij de kat.(1 pt)
• Beschrijf de wijze waarop de lever is verbonden met de buikwand (5 pt)
• Beschrijf de embryonale ontwikkeling van de lever. Betrek in uw antwoord de verschillende
weefselcomponenten (kapsel, capillairen en weefseltabekels) (10 pt).
• Beschrijf de plek van de productie van gal en de route die de gal aflegt naar de darm bij de hond. Onder
invloed van welke prikkel wordt gal afgegeven aan de darm? (5 pt)
• Hoe zou u een leverlijden bevestigen bij een paard verdacht van hepatopathie?
• Wat is de rationale voor het toepassen van lactulose als therapie van HE bij het paard?
• Noem 3 van de meest voorkomende verschijnselen van levercirrose bij het paard.
• Hoe kan de diagnose leverfibrose op basis van een senecio intoxicatie bij het paard bevestigd worden?
,2|Page
• Welke invloed hebben fibrosering en galgangproliferatie in een leverbiopt op de prognose (bij het paard)
De lever is met behulp van enkele ligamenten aan verschillende structuren en organen bevestigd. Geef aan op
welke wijze/door welk ligament de lever bevestigd is aan:
1. het diafragma:
ligamenta coronaria
De lever is met behulp van enkele ligamenten aan verschillende structuren en organen bevestigd. Geef aan op
welke wijze/door welk ligament de lever bevestigd is aan:
1. de linker en rechter laterale lichaamswand:
ligamenta triangulare
De lever is met behulp van enkele ligamenten aan verschillende structuren en organen bevestigd. Geef aan op
welke wijze/door welk ligament de lever bevestigd is aan:
1. de maag:
Omentum minus
De lever is met behulp van enkele ligamenten aan verschillende structuren en organen bevestigd. Geef aan op
welke wijze/door welk ligament de lever bevestigd is aan:
1. de ventrale lichaamswand:
ligamentum falciforme
Waar bevindt zich de hilus (leverpoort)? Benoem tevens drie (3) structuren die men bij/in de hilus aantreft.
Aan de viscerale zijde van de lever. Op deze plaats komen twee vaten de lever in (arteria hepatica en vena
portae) en komt de ductus hepaticus de lever uit.
Beschrijf de arteriële bloedaanvoer van de lever vanaf de aorta.
Aorta - a. coeliaca – a. hepatica
Beschrijf globaal de weg die het bloed vanuit het maagdarmkanaal aflegt tot in de vena cava caudalis.
V. porta – vv hepaticae – v. cava caudalis
Waarom is shunting van bloedvaten rond de lever van klinisch belang?
HE, het bloed wordt niet ontdaan van schadelijke stoffen (NH3) alvorens in de systemische circulatie
terechtkomt.
Tijdens een bedrijfsbezoek bij een zeer gemotiveerde melkveehouder wordt u gevraagd om te kijken naar een
aantal HF runderen. De belangrijkste klachten zijn sloomheid, slecht eten, gele slijmvliezen en een verminderde
melkgift.
,3|Page
Je collega heeft reeds bloedonderzoek laten verrichten waaruit bleek dat er sprake was van een leverprobleem.
Om de definitieve diagnose te stellen heeft u in overleg met de veehouder besloten om een leverbiopt te nemen.
a. Beredeneer waar je dit biopt zou willen nemen.
11e ICR rechts (hoog)
Benoem de lagen waardoor men prikt voordat men in de lever uitkomt.
Huid - subcutis – m. obliquus abdominis externus - m. intercostalis externus – m intercostalis internus – (fascie
endothoracica – pleura costalis – pleura diafragmatica - diafragma – ) fascia transversalis – peritoneum
parietalis – peritoneum visceralis - lever
c. De kinderen van de melkveehouder rijden paard en ook de pony van deze kinderen vertoont klachten die
zouden kunnen wijzen op een leverprobleem.
Beredeneer of onderstaande onderzoeksmogelijkheden op basis van de anatomie van het paard gebruikt kunnen
worden om na te gaan of de pony een leverprobleem heeft.
1. Palpatie
2. Percussie
3. Rectaal onderzoek
1. palpatie: niet mogelijk (lever ligt volledig binnen ribboog)
2. percussie: niet mogelijk
3. rectaal onderzoek:
lever is niet bereikbaar bij rectaal onderzoek
Benoem de onderdelen van de functionele histologie van de lever
A: galgang
B: tak van vena porta
C: arteria hepatica
D: centrale vene
Geef d.m.v. een duidelijke pijl de stroomrichtingen van de vloeistoffen in onderdeel A, B en C aan.
De lever kan op basis van anatomische en fysiologische criteria worden onderverdeeld in twee (2) verschillende
typen functionele eenheden. Geef in twee (2) tekeningen de bouw van beide typen weer en geef van ieder type
de relevantie aan.
• Type één: Anatomisch: anatomische lobulus,
, 4|Page
o Relevantie: morfologische indeling op basis van anatomische opbouw met centrale vene als
middelpunt en portale drietallen als hoekpunten
• Type twee: Portale acinus
o Relevantie:Deels indeling op basis van de bloedvoorziening, definiëring op basis van metabole
radienten rondom portale bloedvaten die het middelpunt vormen
Wat zijn Kupffercellen en wat is hun functie in de lever?
_ Kupffercellen zijn gespecialiseerde monocyten die als functie hebben het fagocyteren van oude bloedcellen en
deeltjes
Beschrijf de route, in een paard, die gal moet afleggen om van de hepatocyten in het duodenum te komen.
Paard geen galblaas: route galcanaliculi, ductus intralobularis (ductus van Hering)- ductus interlobularis –
ductus hepatici sinistra dextra-ductus hepaticus communis-ductus choledochus
Geef een beschrijving van de macroscopische afwijkingen op de foto
Verspreid multipele in grootte variërende (1) nodulaire gebieden (knobbels)
Welke morfologische diagnose hoort bij het macroscopische beeld op de foto?
Macronodulaire (1) cirrhose (1) of chronische hepatitis (1) met ombouw van de architectuur en
hyperplasie/regeneratie (1)
Tijdens de sectie blijkt de lever van de hond op sneevlakte een toegenomen consistentie (stevigheid) te
vertonen. Geef kort aan hoe deze toegenomen consistentie tot stand is gekomen en welke voor de lever
kenmerkende cellen daar een belangrijke rol bij spelen
Afzetting van collageen (fibrosering) (1) door de stellaat cellen
Degeneratie en necrose laten in de lever vaak specifieke patronen zien. Noem 2 patronen en geef een korte
beschrijving van de karakteristieke kenmerken
• Willekeurige verspreiding (1), waarbij de degeneratie/necrose zich op willekeurige plaatsen in de
leveracinus bevinden(1)
• Zonale distributie (elke vorm) (1), juiste beschrijving van de localisatie (1)
Noem 2 aspecten waarin het histopathologisch beeld van een niet specifieke reactieve hepatitis zich
onderscheidt van een acute hepatitis.
Milde ontsteking en geen noemenswaardig levercelverval
U wordt begin oktober geroepen bij een schapenhouder van wie enkele lammeren plotseling zijn gestorven. Er
zijn tot op dat moment geen duidelijke klinische symptomen of afwijkingen gezien. U vermoedt een infectie
met Fasciola hepatica.
Om welke vorm van leverbotziekte gaat het hier?