ONZAKELIJKE LENING.................................................................................................................................. 2
Geldlening ....................................................................................................................................................... 2
Waardering lening .......................................................................................................................................... 2
Onzakelijke rente............................................................................................................................................. 2
Onzakelijk debiteurenrisico ............................................................................................................................. 3
CASUS ODR-LENING ................................................................................................................................................. 7
Grensoverschrijdende ODR-lening .................................................................................................................. 7
ODR-lening tussen zusjes ................................................................................................................................ 7
Liquidatieverlies en ODR-lening ...................................................................................................................... 7
ODR-lening en COVID-19 ................................................................................................................................. 8
ONZAKELIJKE GARANTIES............................................................................................................................ 9
Garantstelling.................................................................................................................................................. 9
Gevolgen van onzakelijke garantstelling ........................................................................................................ 9
Onzakelijke lening vs. onzakelijke garantstelling.......................................................................................... 10
AFGEWAARDEERDE VORDERING ............................................................................................................... 11
Waarom omzetting of kwijtschelding? ......................................................................................................... 11
ART. 13B WET VPB................................................................................................................................................ 12
Gevolgen toepassing art. 13b Wet VPB ........................................................................................................ 12
ART. 13BA WET VPB .............................................................................................................................................. 12
Omzetting schuld in eigen vermogen............................................................................................................ 12
(Zakelijke) kwijtschelding .............................................................................................................................. 13
Gevolgen (zakelijke) kwijtschelding .............................................................................................................. 13
, Onzakelijke lening
Geldlening
Wat civielrechtelijk wordt verstaan onder een geldlening is opgenomen in art. 7:129 lid 1 BW: ‘De
overeenkomst van een geldlening is de kredietovereenkomst waarbij de ene partij, de uitlener, zich
verbindt aan de andere partij, de lener, een som geld te verstrekken en de lener zich verbindt aan de
uitlener een overeenkomstige som geld terug te betalen.’
Het meest kenmerkende van een lening is de terugbetalingsverplichting. De Hoge Raad gebruikt de
terugbetalingsverplichting zowel in het civiele recht als in het fiscale recht, als kantelpunt voor
wanneer er sprake is van eigen vermogen of vreemd vermogen.
Waardering lening
Stel dat in 2017 een vennootschap een lening heeft uitgegeven met een looptijd van acht jaar. In 2017
kon die vennootschap € 1.000 lenen tegen 4% rente. Wat is deze lening waard in 2020? Als de rente
daalt, stijgt de waarde van de lening. Dit geldt ook andersom. Bij de bepaling van de waarde van de
lening is ook van belang hoe groot het risico is dat je je geld niet terugkrijgt. Als het risico op niet
terugbetalen groter wordt, stijgt de rente. Hierdoor daalt de waarde van de lening.
Onzakelijke rente
BV M verstrekt een lening van € 1.000 tegen 0% aan BV D. Voor de fiscaliteit volgen
we niet deze 0%. De winst moet ‘at arm’s length’ worden bepaald Zweedse
grootmoederarrest en art. 8b Wet VPB. De onzakelijke rente moet worden
gecorrigeerd naar een zakelijke rente. De zakelijke rente is gesteld op 6%. Dit
betekent dat de dochter een aftrekpost krijgt en de moeder een bijtelling. De
moeder geniet fictief rente.
De moeder bevoordeelt haar dochter door maar 0% te vragen. Dat zou zij niet jegens derden doen. Er
is dus sprake van een informele kapitaalstorting. Het vaststellen dat er sprake is van een informele
kapitaalstorting, is voor verschillende zaken van belang:
• De moeder en de dochter zouden niet dezelfde fiscale positie kunnen hebben. Zo kan
bijvoorbeeld de moeder recht hebben op verrekenbare verliezen en de dochter niet, of vice
versa.
• Een informele kapitaalstorting beïnvloedt de deelnemingsvrijstelling, want het opgeofferde
bedrag gaat omhoog.
• Bij grensoverschrijdende situaties. Wanneer de moeder in het buitenland zit, en de dochter in
Nederland, kan de dochter in Nederland een aftrekpost krijgen. Of de moeder in het
buitenland belast wordt, is nog maar de vraag.
Journaalposten:
M BV:
Deelneming 60
Aan Rentebaten 60
D BV:
Rentelasten 60
Aan Kapitaal 60
2