Weblecture 1 - Veerkracht
De adolescentie en daarmee de puberteit is de periode waarin jongeren,
in de weg naar volwassenheid, op zoek zijn naar hun eigen autonomie. Dit
proces gaat tegelijk met het losmaken van je ouders.
Experimenteren is een belangrijk onderdeel van de identiteitsvorming bij
adolescenten.
Veerkracht is het vermogen om na tegenslagen terug te veren. Dit wordt
beïnvloed door:
Sociaal-ecologische veerkracht beschrijft hoe individuen en
gemeenschappen kunnen omgaan met en herstellen van uitdagingen,
zoals armoede, natuurrampen, trauma of sociale ongelijkheid. Dit hangt af
van zowel persoonlijke veerkracht (Doorzettingsvermogen bij
tegenslagen, het vermogen om hulp te vragen en oplossingen te zoeken)
als omgevingsfactoren (Ondersteuning van familie, vrienden of een
mentor, toegang tot onderwijs en werkgelegenheid, een veilige en
stabiele woonomgeving). Ungar benadrukt dat veerkracht niet alleen een
individuele eigenschap is, maar sterk beïnvloed wordt door sociale en
ecologische contexten.
Drie bronnen / verschillende niveaus van veerkracht die Ungar
onderscheidt:
- Individuele bronnen; geloofsovertuiging, doorzettingsvermogen
en temperament
- Relationele bronnen; familie, ouders , partner en vrienden
- Contextuele bronnen; school, hulpverlening en hobby’s en werk
Als pedagoog draag je bij aan de veerkracht van jongeren door:
- Met jongeren in gesprek te gaan over hun unieke steunsysteem en
de bronnen uit de verschillende leefwerelden.
- Niet ervanuit gaan dat er een gewenste uitkomst voor de jongere is,
maar aansluiten bij hun verhaal. Ga krachtgericht te werk.
- Vanuit een veerkracht perspectief te kijken.
De praatplaat kan een hulpmiddel vormen, die je ondersteunt bij de
bovenstaande punten.
Wat opgroeiende kinderen nodig hebben
Kinderen en jongeren hebben behoefte aan negen essentiële aspecten:
1. Structuur – Zorgt voor voorspelbaarheid.
2. Consequenties – Gevolgen van gedrag begrijpen.
1
, 3. Ouder-kindrelatie – Een sterke verbinding met ouders.
4. Sterke banden met volwassenen – Ondersteunende relaties.
5. Krachtige identiteit – Ontdekken wie ze kunnen worden.
6. Gevoel van agency – Uitdagingen aangaan en leren van
ervaringen.
7. Erbij horen – Gevoel dat ze nodig zijn.
8. Eerlijke en rechtvaardige behandeling – Bescherming tegen
discriminatie.
9. Fysieke en mentale veiligheid – Goede huisvesting en een
veilige omgeving.
Deze factoren dragen bij aan een veerkrachtige ontwikkeling van
jongeren.
Weblecture 2 – ontwikkelingspsychologie
Identiteit, de adolescentie en de mede pubertijd is de periode waarin
jongeren in de weg naar volwassenheid op zoek zijn naar hun eigen
autonomie. Dit proces gaat samen met het losmaken van hun ouders het
idee dat zij het allemaal zelf wel kunnen. Pubers zijn opzoek naar die ze
zijn waar ze voor ze voor staan en wat hun plekje bij leeftijdsgenoten en in
de wereld is. Zij ontdekken dit door te experimenteren waar eigen
grenzen en wensen liggen. Het puberbrein is nog volop in ontwikkeling en
faciliteert dit experimenteren ook.
Het vinden van een eigen identiteit is een belangrijke opgave tijdens de
adolescentie. Identiteit houdt in: wie ben ik, wat kan ik en wat wil ik zijn.
Identiteit kun je op twee niveaus bepalen:
- Persoonlijk niveau, dat wat ons uniek en eigen maakt (ons
persoonlijkheid).
- Groepsniveau, datgene wat ons bint aan anderen.
In de weg naar volwassenheid worden andere eisen aan adolescentie
gesteld door de maatschappij. Bijvoorbeeld op school waar je al moet
kiezen voor een richting die dan weer bepaald wat je gaat studeren en
wat ook weer van invloed is op je toekomstige beroep.
Zelfbeeld is de beschrijving van het ik, hoe beschrijf jij jezelf.
Adolescenten leren gedurende die hele periode steeds abstracter te
denken en dat gaat gepaard met een toenemend besef van wie ze zijn en
ze gaan zichzelf ook zien op een meer samenhangende en
gestructureerde manier. Waarbij ze onderscheid kunnen maken tussen
verschillende aspecten tussen ik tegelijkertijd.
- Fysiek zelfbeeld: mooie ogen
- Sociaal zelfbeeld: ik heb veel vrienden
2
, - School gebonden zelfbeeld: ik ben geen held in wiskunde
Eigenwaarde gaat over het beoordelen van het ik, het geeft inzicht of de
adolescente tevreden is met zichzelf. Als adolescenten gaan we steeds
beter begrijpen wie we zijn en krijgen we ons zelfbeeld steeds meer
helder. Dat betekent niet dat we ook tevredener worden met onszelf en
dat we een hoge eigenwaarde hebben. Hoe meer inzichten we krijgen
over onszelf hoe meer ook gebreken duidelijker naar voren komen. En
voor adolescente kan dat betekenen in de overgang naar volwassenheid
dat ze juist hier onzeker over raken.
Erikson heeft de psychosociale theorie ontwikkeld waarin de nadruk
vooral ligt op de interactie met anderen. Volgens Ericson ontwikkelen
mensen zich gedurende hun hele leven door acht verschillende stadia. In
elk stadium is er spraken van crisis of conflict wat mensen voor zichzelf
moeten oplossen. Dit conflict is een levenstaak die een persoon moet
volbrengen om door te kunnen naar de volgende fase.
identiteitsvorming: Tijdens de adolescentie zit de jongeren in het
stadion identiteit vs identiteitsverwarring. In dit stadium moet een jongere
belangrijke keuzes maken die belangrijk zijn voor de identiteitsvorming.
identiteitsverwarring; Als een jongeren in dit stadium er niet in slaagt
om in dit stadium keuzes te maken die voor hem verwacht worden,
ontstaat er een identiteitsverwarring. Het succes waarbij eerdere
levensfases zijn doorlopen zijn voor een deel bepalend voor het succes
waarmee de jongeren de identiteitsvorming goed doorkomt. Het draait om
je plekje vinden in de maatschappij en uitzoeken wie ben ik zelf, als je dit
niet goed weet zul je hier op latere stadia last van hebben.
Marcia heeft in navolging van Erikson de identiteitscrisis verdeelt in 4
verschillende stadia. Hij stelt dat het geen fases zijn, maar processen die
de jongeren doormaken. Elke adolescent maakt 1 of meer van deze
processen tijdelijk door. De stadia zijn:
1. Identity Achievement
Adolescenten hebben geëxperimenteerd met verschillende
identiteiten en keuzes.
Ze hebben uiteindelijk een specifieke identiteit gekozen die
bij hen past.
Ze zijn gemotiveerd en hebben een sterk ethisch besef.
Ze weten wie ze zijn en waar ze voor staan.
2. Identity Foreclosure
Adolescenten hebben zich verbonden aan een specifieke
identiteit zonder een crisis of experimentatie.
3