Examenmatrijs kennisexamen
- Kwalificatie: Dierenartsassistent paraveterinair
- Crebo: 25577
- Leerjaar: 2024-2025
- Leerling: Liza Doedens
- Stamnummer: 220522
, Inhoudsopgave
KD: heeft kennis van branche specifieke wet en regelgeving .............................................. 2
KD: heeft kennis van de voortplanting van dieren ................................................................. 18
KD: heeft kennis van algemene biologie van dieren ............................................................. 26
KD: heeft kennis van diergezondheid ........................................................................................ 40
KD: heeft kennis van geboorteproces/ omstandigheden: basiskenmerken ................. 143
KD: heeft kennis van het geboorteproces/ omstandigheden: afwijkingen .................... 160
KD: heeft kennis van EHBO van dieren .................................................................................. 169
KD: heeft kennis van dierziektes en aandoeningen ............................................................ 189
KD: heeft kennis over microbiologische hygiëne ................................................................. 192
KD: heeft kennis van branche specifieke wet en regelgeving .......................................... 294
KD: heeft kennis van anesthesie, werking en toepassing ................................................. 297
KD: heeft brede kennis van dierziektes en aandoeningen................................................ 314
KD: Kan EHBO toepassen .......................................................................................................... 341
Pagina | 1
, KD: heeft kennis van branche specifieke wet en
regelgeving
Inleiding: Wet en regelgeving in het vak Paraveterinair is er belangrijk.
Hierbij wordt gekeken naar de diergezondheid maar ook met de
volksgezondheid. Hier zijn regels en wetten voor bedacht. De twee
belangrijkste wetten voor het Paraveterinair beroep zijn:
▪ WUD: Wet op de uitoefening van de Diergeneeskunde
▪ DGW: Diergeneeskundemiddelen Wet
De DGW: De diergeneesmiddelen Wet:
De DGW is de belangrijkste wet wat betreft het gebruik van, en het
omgaan met diergeneesmiddelen.
Het doel van de diergeneesmiddelen wet is het waarborgen van de
gezondheid van mens en dier.
Hieronder een lijst wat een diergeneesmiddel is:
Een diergeneesmiddel is een substantie die bestemd is voor:
▪ Het genezen, voorkomen en verlichten van een ziekte of
verschijnsel van een ziekte
▪ Verbeteren of herstellen van het functioneren van een orgaan
▪ Het vaststellen van een afwijking of ziekte bij een dier
Pagina | 2
, Deel A: inzicht in Wet Dieren:
▪ Opiumwet
▪ Kanalisatie
▪ Registratie
▪ Bestrijdingsmiddelenwet
Opiumwet:
Er worden op de praktijk verschillende geneesmiddelen gebruikt.
Waaronder ook zogenaamde bewustzijns beïnvloedende middelen. Er
zijn voor deze geneesmiddelen regels en beperkingen voor het gebruik
en opslag ervan.
Deze regels zijn ingesteld om misbruik tegen te gaan. Dit omdat deze
groep geneesmiddelen vaak verslavend zijn.
De geneesmiddelen die onder de opium wet vallen zijn ingedeeld in twee
lijsten:
Lijst I: zogenaamde harddrugs: Hieronder vallen de opiaten en andere
sterk werkzame en verslavende middelen. In deze lijst gelden strenge
regels over het gebruik en de opslag ervan.
Voorbeelden van geneesmiddelen in lijst I:
▪ Methadon: Opioïde Analgeticum
▪ Sufentanil: Opioïde Anesthetica
Lijst II: zogenaamde softdrugs. Hier staan de hennepproducten,
barbituraten en benzodiazepines op.
Lijst II is ingedeeld in:
▪ Lijst IIa1
▪ Lijst IIa2
▪ Lijst IIb
Voor lijst IIa2 en IIb gelden minder strenge regels
Pagina | 3