Klinische pathologie H12
12.1 Huid en thermobalans
Huid bestaat uit:
1. Epidermis (opperhuid): ontstaan nieuwe cellen door mitose.
2. Dermis (lederhuid): sterke vezels en bevat ook vaatjes, zenuwen en haarwortels.
3. Subcutis (onderhuids bindweefsel): vetreserve. Maakt huid beweeglijk ten opzichte van
ondergrond. Subcutaan vet geeft ook rondingen aan
vrouwenlichaam.
Thermobalans
Hypothalamus reguleert lichaamstemperatuur door
vaatvernauwing (vasoconstrictie) of vaatverwijding
(vasodilatatie).
Dit beperkt of verhoogt warmteafgifte via:
- Straling: in rust bij kamertemperatuur.
- Stroming: wind/tocht.
- Geleiding: water/metaal/steen.
- Verdamping: zweten en natte kleren.
Hypothalamus zorgt voor meer spieractiviteit (rillen) om meer warmte te produceren.
Fysiologische reactie op koude omgeving is vasoconstrictie. Zo neemt oppervlakkige doorbloeding af
en wordt minder warmte afgegeven. Daarom mensen vaak bleek in koude omgeving.
Hypothalamus kan ook zorgen voor verhoogde warmteproductie door extra inspanning of extra
schildklierhormoon. Als lichaamstemperatuur nog daalt gaat persoon rillen, levert veel warmte ten
koste glucose reserves.
Fysiologische reactie op warme omgeving is vasodilatatie. Oppervlakkige doorbloeding neemt toe en
wordt extra warmte afgegeven. Zo zie je rood. Zweetproductie wordt gestimuleerd en voordeel
hiervan is dat het ook helpt bij hoge omgevingstemperatuur. Wel gaat er water en zout verloren.
Tegelijkertijd is er neiging tot verminderde warmteproductie. Daarom worden mensen in zomer vaak
lui, spieractiviteit zou teveel warmte produceren. Eetlust neemt ook af.
Hypothermie = onderkoeling
- Lichte hypothermie: kerntemperatuur is 32 à 33-36 graden.
Ademhaling en hartslag zijn snel, patiënt klaagt over kou, rilt en ziet bleek of blauw.
Dekens, droge kleren en afscherming tegen wind/tocht en nattigheid helpen.
- Matige hypothermie: 28-32 à 33 graden.
Ademhaling langzaam, trage pols, reageert amper, rilt niet meer.
Warmtedeken of warmtematras zijn nodig. Nadeel hiervan is dat koude bloed naar vitale organen
stroomt en bloeddrukdaling.
- Ernstige hypothermie: <28 graden.
Bradycardie of ventrikelfibrilleren, respiratoir insufficiënt, EMV-score is <12.
Beademing, forse infusie, continue ecg-bewaking essentieel. Indien nodig opwarmen met hart-
longmachine of spoelen met warme vloeistoffen.