Klinische pathologie
H7.1 Ademhaling
Ademprikkel
Ademcentrum in hersenstam reguleert ademhaling. Opdrachten hiervandaan bereiken
ademhalingsspieren via nervus frenicus en nervi intercostales.
Nervus frenicus = zenuw die middenrif doet samenwerken.
Nervi intercostales sturen activiteit van tussenribspieren.
In hersenen, aortaboog en halsslagaders wordt kooldioxidespanning en pH van bloed gemeten.
Ademarbeid (thoraxwand)
Bij inademing (inspiratie) wordt diafragma (middenrif) plat gedrukt en gaan ribben omhoog. Dit
gebeurt door aanspannen van middenrifspieren en tussenribspieren.
Bij uitademing (expiratie) is dankzij elasticiteit van longen en zakken van ribben door zwaartekracht.
Het gaat vanzelf.
Thoraxwand is van binnen bedekt met borstvlies (pleura pariëtalis).
Long is van binnen bedekt met longvlies (pleura visceralis).
Tussen deze twee vliezen zit een soort vacuüm en dun laagje slijm. Hierdoor blijven ze tegen elkaar
geplakt, maar kunnen ze wel verschuiven van elkaar. Bij uitademen neemt de thoraxwand dus de long
mee, waardoor longinhoud toeneemt.
Luchtwegen
Wanden van luchtwegen zijn bedekt met slijm, waarin bacteriën komen. Trilharen zorgen dat slijm
richting pharynx (keel) gaat.
Pharynx = verbinding van neus/mond naar larynx/slokdarm.
Bovenste luchtwegen: mond, neus, pharynx, larynx.
Functies bovenste luchtwegen:
- Verwarmen van lucht.
- Bevochtigen van lucht.
- Reinigen.
- Waarschuwen voor gevaar.
Bij slikken bedekt uvula (huig) de neusholte en larynx wordt afgesloten met epiglottis (een
strotklepje). Epiglottis voorkomt verslikken.
Onderste luchtwegen: trachea, bronchi, bronchioli.
Trachea = stevige, flexibele buis, omringd door kraakbeenringen. Deze houden luchtpijp open. Aan de
achterkant zijn de ringen open. Hierdoor kan slokdarm makkelijk uitzetten bij grote brok voedsel.
- Trachea splitst zich in linker- en rechterhoofdbronchus. Rechterhoofdbronchus heeft grotere
diameter en loopt steiler naar beneden. Na verslikken komt voedsel daarom vaker in rechterlong
terecht.
- Bronchi hebben ook kraakbeenringen. Ze vertakken veel in long. De dunste bronchi gaan over in
bronchioli, de kleinste luchtpijpvertakkingen.
- Bronchioli zijn niet meer omgeven door kraakbeenringen. Wand bevat alleen losse
kraakbeenstukjes. Het gladde spierweefsel zorgt voor bronchoconstrictie (vernauwing) of
bronchodilatatie (verwijding). Bronchioli eindigen in longblaasjes (alveoli).
Leerjaar 2