Klinische pathologie H8
Hart en vaten
Systole = samentrekken
> Aortaklep en pulmonalisklep gaan open als druk in kamers hoger is dan in aders.
> Linkerkamer pompt naar aorta, rechterkamer pompt naar arteria pulmonalis.
Diastole = ontspannen, vullen met bloed.
> AV-kleppen staan open.
Leerjaar 2
, AFP OP6 blok 2
Shock = verspreid zuurstoftekort door acuut probleem in circulatie. Als er versnelde hartslag en
vasoconstrictie plaatsvinden, komt er ook in vitale organen te weinig zuurstof.
Er zijn 4 soorten shock:
1. Hypovolemische shock: gevolg van bloedverlies en/of vochtverlies. Verminderde hoeveelheid,
extra snel rondgepompt.
Bloedverlies, plasmaverlies, dehydratie.
2. Cardiogene shock: gevolg van slechte hartwerking. Bloed wordt niet/onvoldoende rondgepompt.
Hartritmestoornis, hartinfarct, hartklepinsufficiëntie.
3. Distributieve shock: gevolg van algehele vaatverwijding. Verdeling van bloed klopt niet meer.
Sepsis, anafylaxie, epiduraal/spinaal anestese.
4. Obstructieve shock: gevolg van afsluiting in circulatie.
Grote longembolie, spanningspneumothorax, harttamponnade.
Verschijnselen gecompenseerde shock: Verschijnselen niet gecompenseerde shock:
- Snelle ademhaling - Bloeddrukdaling
- Snelle, zwakke pols - Bewustzijnsverlies
- Bleke, koude huid - Anurie (diurise <10 ml/uur)
- Zweten en trillen
- Ingevallen gezicht
- Dorst
- Onrust
Je kan al mogelijke oorzaken in kaart brengen door:
- Anamnese: bloedverlies, buikgriep, drukkende pijn borst, infecties, plotselinge pijn bij ademhalen.
- Lichamelijk onderzoek: vlakke halsvenen, rode warme huid, koude huid, asymmetrische ademhaling.
- Bloedonderzoek: hemoglobinegehalte, hematocriet.
- Bloedgasanalyse: zuur-base-evenwicht, zuurstofspanning, nieren.
- Elektrocardiografie: hartritmestoornis.
- Beeldvormend onderzoek: oorzaak van shock. Echografie, röntgen.
Complicaties:
- Organen krijgen te weinig zuurstof.
- Hersenen, nieren, lever en longen kunnen onherstelbaar beschadigd raken.
- Bij diepe shock kan stoornissen in meerdere organen optreden.
Leerjaar 2