Hoofdstuk 17.1.1 en 17.2
Hoofdstuk 17.1.1 mannelijke geslachtsorganen
Testes: teelbal.
- Bevat buisjes met voorstadia van spermatozoa.
- Hangen gescheiden door septum in scrotum.
Epididymis: bijballen.
- Bevinden zich achter elke testis.
- Hier rijpen zaadcellen. Bovenin de minst rijpe en onderin de meest rijpe.
Ductus deferens: zaadleider.
- Via dit gaan zaadcellen omhoog en zijwaarts door lieskanaal naar buikholte.
- Is onderdeel van zaadstreng.
Vesiculae seminales
- Produceren zaadvocht. Dit bevat fructose en is basisch om zure milieu van vagina te neutraliseren.
Prostaat: klier.
- Klier dat beetje zaadvocht produceert.
Oude mannen krijgen plasproblemen, doordat vergrote prostaat de afvoer belemmert. De
prostaat groeit namelijk je hele leven, onder invloed van testosteron.
Penis
- Hier komt urine of sperma naar buiten.
Bestaat uit:
1. Corpus spongiosum: zwellichaam onder penis. Hier loopt urinebuis doorheen.
2. Glanspenis (eikel): is bedekt door preputium (voorhuid). Kan worden afgeschoven.
Vernauwde voorhuid kan zorgen voor besnijdenis. Kan ook vanwege religie.
Hormonen
- Tijdens puberteit: FSH en ICSH.
FSH stimuleert vorming zaadcellen.
ICSH zorgt voor productie van testosteron. Dit is verantwoordelijk voor mannelijke
geslachtskenmerken en libido.