Klinische pathologie
Hoofdstuk 13.1 en 13.2
Hoofdstuk 13.1 Spijsvertering/digestief
Speeksel: bevat water en slijm als glijmiddel voor passeren.
Slikken en pharynx
Pharynx is de ruimte vanaf neusholte en mond tot aan slokdarm.
Bij slikken wordt luchtweg afgesloten door strotklepje. Stemspleet is afgesloten en spreken kan niet.
Praten of lachen tijdens eten veroorzaakt verslikken.
Oesophagus
De oesophagus transporteert voedsel naar de maag d.m.v. peristaltiek.
Maag
Krachtige spieren die zorgen voor goede vermenging van maaginhoud.
Delen:
- Cardia: deel bij slokdarm.
- Fundus: links tegen diafragma.
- Corpus: grote middenstuk.
- Antrum: smalle deel bij eerste deel van dunne darm.
Maagsap bestaat uit:
- Water
- Pepsine (= enzym)
- Zoutzuur
- Intrinsic factor (= nodig voor opname B12 door darmwand)
- Slijm (= bescherming van maagwand)
Pylorys is spier tussen maagantrum en duodenum. Deze kringspier laat steeds kleine porties
maaginhoud door naar dunne darm.
Dunne darm
Hier vindt eindvertering plaats en worden voedingsstoffen opgenomen.
In duodenum wordt pancreassap en gal toegevoegd.
Pancreassap zetmeel-, vet- en eitwitsplitser. En neutraliseert maagsap.
Gal bevat galzuren, mengt stoffen samen die moeilijk samen gaan.
Jejunum en ileum nemen veel voedingsstoffen op. Op het dunne darmslijmvlies zitten veel vlokken.
De opgenomen voedingsstoffen worden doorgegeven aan die vlokken. Daar stromen ze de poortader
in om in de leven bewerkt of opgeslagen te worden.
Colon
Hier komen onverteerbare resten met overgebleven water en elektrolyten terecht.
Het neemt het vocht opnieuw op. Hierdoor verdikt de spijsbrij en verandert het in poep.
In de dikke darm leven bacteriën die vitamine K maken.
, AFP OP5 blok 2
Rectum
Heeft 2 kringspieren: musculus sphincter ani internus en externus.
Bij een vol rectum ontspant de internus automatisch en ontstaat aandrang. Dit reflex ontstaat ook
door een volle maag.
Continent = de willekeurige externe kringspier kunnen aanspannen tot de juiste plaats bereikt is.
De signalen van een vol rectum gaan via perifere zenuwen en ruggenmerg naar de hersenen en
worden daar herkend.
Hepar
Bloed met voedingsstoffen uit buikholte stroomt via vena porta naar lever. Zuurstofrijk bloed wordt
aangevoerd via arteria hepatica.
In de lever stroomt bloed door haarvaten, waar levercellen voedingsstoffen opslaan en omzetten. Via
de vena hepatica verlaat het bloed de lever.
Leverfuncties: opslag, ontgifting, omzetting en productie.
- Opslag: glucose in vorm van glycogeen en ferritine. Ook reserves van vitamines zitten hier.
- Ontgifting: lever zet ammoniak om in ureum en koppelt bilirubine aan gal wat weer wordt omgezet
in een bruin stofje (= ontlasting).
- Omzetting: lever schakelt hormonen en medicatie uit.
- Productie: vitamine K-stollingsfactoren en fibrinogeen.
Peritoneum
Buikvlies bestaat uit 2 lagen:
1. Peritoneum pariëtale: buitenste vlies tegen de buikwand.
2. Peritoneum viscerale: binnenste vlies op organen.
Intraperitoneale organen: bedekt met peritoneum viscerale, liggen in buikholte.
Maag, ileum, jejunum, lever, milt, ovaria, etc.
Experitoneale organen: zitten achter of onder het peritoneum pariëtale.
Hoofdstuk 13.2 peritonitis/ileus
13.2.1 Peritonitis
Peritonitis = buikvliesontsteking.
Oorzaken
- Perforatie van buikorganen: buikletsel, maagzuur dat wand aanvreet of ontstekingen verzwakken
darmwand. Darmletsel zoals messteek of ingreep kan ook perforatie veroorzaken.
- Ontstekingen: geven eerst doffe pijn rond navel door prikkeling van peritoneum viscerale.
- Bloedingen: komen door verwijding van lichaamsslagader, buitenbaarmoederlijke zwangerschap of
buikletsel.
- Necrose: plaatselijk afsterven van weefsel.
- Strangulatie: afknelling van darmvaten door draaiing, nauwe breukpoort, littekens of omkering van
orgaan.
- Mesenteriaal infarct: afsluiting van slagader in darmen. Hierdoor sterft hele dunne darm en
rechterhelft van colon af.