Motoriek en beweging
Hoe komen doelgerichte bewegingen tot stand?
Door goede werking van:
- Hersenen voelen en sturen van bewegingen
- Ruggenmerg signalen tussen hersenen en zenuwen
- Perifere zenuwen geleiding tussen ruggenmerg en bewegende delen
- Spiervezels en pezen ontspanning/spanning spieren
- Botten hefboom
- Gewrichten beweging mogelijk
- Sensoren in spieren en gewrichten informatie over beweging/houding
Proprioceptie = voelen van eigen houding en beweging.
Skelet heeft >200 botten.
Functies skelet:
- Ondersteuning lichaam
- Aanhechting skeletspieren
- Beweging botten
- Bescherming kwetsbare organen
- Opslagplaats calcium en kalkzouten
Botten:
- bestaan uit beenweefsel.
- omringd door periost (beenvlies) gevoelszenuw + bloedvaten. Belangrijk voor botvorming en -
genezing. Bij breuk gerekt of beklemd hevige pijn.
Botweefsel:
- intense stofwisseling
- goed doorbloed
- opgebouwd door: osteoblasten groei + herstel mogelijk
- afgebroken door: osteoclasten groei + herstel mogelijk
Gevormd uit voorstadium van kraakbeen later in bot. Bot van schedel ontstaat door verkalking van
bindweefsel.
Beenweefsel: collageen + kalkzouten (calcium(fosfaat)verbindingen).
Collagene vezels: vangen trekkrachten op.
Kalkzouten: maken botweefsel stijf.
Soorten botten:
- Platte beenderen schouderbladen, ribben, borstbeen.
- Pijpbeenderen ellepijp, dijbeen, scheenbeen, kuitbeen.
- Onregelmatige beenderen wervels, voetwortel- e handwortelbeentjes.
Botverbindingen:
- Synoviaal gewrichten: beweeglijk, onstabiel, kwetsbaar > snel luxatie of distorsie schouder,
, elleboog, pols, knie.
- Kraakbeenverbindingen: minder beweging, stabieler, elastisch, veert terug naar beginstand
verbinding ribben met borstbeen.
- Vezelige verbindingen: stabiel, stijf schedelnaden.
Wanneer gewrichtskraakbeen beschadigd raakt door een ongeval of herhaaldelijke blessure, ontstaat
artrose.
Spierfuncties:
- Beweging.
- Handhaven lichaamshouding.
- Bij inspanning wordt warmte geproduceerd, lichaamstemperatuur handhaven.
Spierwerking:
Alleen actief samentrekken. Bij contractie schuiven spiereiwitten in elkaar ten koste van energie. Bij
ontspanning schuiven ze weer uit elkaar.
Spieren hebben tegengestelde functies, antagonisten.
Flexoren (buigers) en extensoren (strekkers) zijn antagonisten van elkaar.
Slijmbeurs (bursa) is holte met dunne wanden en gevuld met synovia (gewrichtsvocht).
Bewegingsrichtingen
Terminologia Nederlands Terminologia anatomica Nederlands
anatomica
Flexie Buigen Extensie Strekken
Anteflexie Buigen van hele Retroflexie Achterwaarts
romp/hele been of bewegen van hele
hele arm romp/hele been of
hele arm
Dorsaalflexie Beweging van Palmairflexie/plantairflexie Beweging van
hand/voet in hand/voet in richting
richting van van
hand-/voetrug handpalm/voetzool
Abductie Beweging van Adductie Beweging naar
lichaam af lichaam toe
Exorotatie Naar buiten draaien Endorotatie Naar binnen draaien
Supinatie Handpalm naar Pronatie Handpalm naar
boven draaien beneden draaien
Wervels
Halswervels Cervicaal C1 – C7
Borstwervels Thoracaal Th1 – Th12
Lendenwervels Lumbaal L1 – L5
Heiligbeenwervels Sacraal S1 – S5
Stuitbeen Coccygeaal Cc1 – Cc3/4