psychologie bestudeert menselijk gedrag, vorm van natuurwetenschappen
- doel is voorspellen en controleren van gedrag (john watson, behaviorisme)
gebonden aan strikte wetenschappelijke methodologie, paradigma’s, logica/redeneren
- argumentatie, logica, kritisch denken is cruciaal voor psychologen
wetenschap = systematisch verkregen kennis + het bijbehorende proces van
kennisverwerving + gemeenschap waarin deze kennis wordt verzameld
empirische cyclus (hypothetico-deductive model van wetenschappelijke methode):
empirische cyclus is echter niet altijd even circulair
taken van wetenschap:
1. validatie
2. verificatie / falsificatie
3. reproduceerbaarheid
4. in kaart brengen van onzekerheid
in wetenschap proberen we feiten te benaderen, maar er is altijd een onzekerheidsmarge
- er zijn veel factoren waar je geen rekening mee kan houden -> grijs gebied
- ergens in die onzekerheidsmarge ligt waarschijnlijk de waarheid
,wetenschappelijke consensus kan bereikt worden door peer review &
reproduceerbaarheid
consensus is niet perfect:
- schattingen veranderen over de tijd (verandering in omgeving/ nieuwe inzichten)
- methodes veranderen over de tijd -> waardoor we betere voorspellingen kunnen
doen
- MAAR: we kunnen consensus benaderen met wetenschappelijke modellen
wetenschappelijk systeem bouwt op kritische zelf-correctie om nieuwe inzichten aan te
passen
maatschappelijk (politiek) vertrouwen in wetenschap is afgelopen jaren gedaald
- maar is in NL nog wel hoog
doel van wetenschap = proberen uit te vinden wat waarschijnlijk waar is
- onderzoek dat we doen moet hoge informatieve waarde bevatten, we willen in staat
zijn om valide conclusies te trekken
- gebruik van methodologie & logica, om te argumenteren gebaseerd op data, feiten
van subjectieve meningen scheiden
factoren die objectiviteit en reproduceerbaarheid beïnvloeden:
1. biases
2. onderzoekers’ ‘vrijheidsgraden’ (punten waarbij iets mis kan gaan binnen
onderzoeker die keuzes maakt)
3. foute/misleidende intuïtie. intuïtie over getallen en probabiliteit is vaak fout
- let op: psychologische wetenschap gaat vaak over berekenen van
kansen/probabiliteiten
- in statistiek bereken je de p waarde
intuïtie versus redeneren
onze intuïtie heeft het vaak fout:
- we zijn mensen met onbewuste biases
- prikkels en beloningen kleuren onze overtuigingen
- we worden beïnvloed door retoriek
kritisch denken is nodig om juiste conclusies te trekken
- doel kritisch denken: correcte conclusies maken, wijze beslissingen nemen
- helpt scams en nepnieuws te detecteren
kritisch denken = skill die getraind moet worden
LOGICA
geschiedenis
onderwerp van psychologie is verandert door de jaren
- eerst: descartes en hobbes -> bewustzijn
- later: watson, skinner, wundt -> wetenschappelijker, behaviorisme
verandering in methoden, beweging richting empirische wetenschap
,verlichting
francis bacon & methode van inductie.
wetenschap is feiten gebaseerd op logica
- maar de relatie tussen logica en wetenschap is moeilijk
inductie = theorie vormen gebaseerd op observaties
- beginnen met observaties
- van wereld naar ideeën
deductie = gevolgen afleiden vanuit een theorie
- beginnen met ideeën
- aan de hand daarvan doe je uitspraken
moeilijkheid: je wil een algemene wet opstellen op basis van individuele observaties
categorische logica = logica die zich bezig houdt met categorieën die vol/leeg kunnen zijn,
kunnen overlappen etc
syllogisme = bestaat uit 2 of meer premissen en een conclusie
- premissen en conclusie zijn beweringen
- bewering is een declaratieve zin die waar of onwaar kan zijn
verschillende beweringen (!)
- objectieve bewering: kan worden bewezen/weerlegd door een algemeen aanvaard
criterium
- subjectieve bewering: kan niet worden bewezen/weerlegd door een algemeen
aanvaard criterium (mening)
- psychologen gebruiken objectieve methoden om iets over subjectieve zaken te
zeggen
wat voor soort bewijs is nodig om de bewering te staven?
- objectief: bewijs dat publiekelijk kan zijn. 2 individuen kunnen tot dezelfde conclusie
komen. hoeft niet in praktijk mogelijk te zijn, het gaat om het principe.
- subjectief: bewijs dat persoonlijk is, en niet kan worden weerlegd door publiekelijke
feiten
waar = in overeenstemming met de wereld (van beweringen). kan je controleren door naar
de wereld te kijken
geldig (valide) = intern/logisch correcte afleiding (van syllogismen).
, correct (sound) = geldige deductie gebaseerd op ware premissen (van syllogismen).
hogere vorm van waarheid.
- is het correct? als het niet valide is, is het sws niet correct.
argument herkennen
(premisse = argument)
argument versus verklaring
- argument overtuigt dat de conclusie waar is (het is koud buiten, want de
thermometer wijst -5 graden)
- verklaring legt uit waarom zij waar is (het is koud buiten, want de wind komt uit het
noordoosten)
A, I, E, O (soorten premissen)
positief:
A: alle MDD zijn SD
I: sommige MDD zijn SD
negatief:
E: geen MDD is SD
O: sommige MDD zijn niet SD
voorbeeld syllogisme