Hoorcollege 1 Inleiding bloed en bloedvormende organen
4 onderdelen:
- Erytrocyten afwijkingen
- Hemorragische diathese
- Leukocyten afwijkingen
- Lymfadenopathie
Anemie: klinisch syndroom waarbij het lichaam over onvoldoende zuurstoftransportcapaciteit
beschikt als gevolg van een absoluut tekort aan erytrocyten.
Aanvullend onderzoek -> percentage rode bloedcellen (hematocriet) bepalen.
Hemorragische diathese: verhoogde bloedingsneiging is de klinische situatie waarin relatief gering
trauma leidt tot overmatig bloedverlies.
Leukocytose met linksverschuiving is een verhoging van het aantal witte bloedcellen met veel jonge
witte bloedcellen in het perifere bloed.
Lymfadenopathie is een afwijking aan de lymfeknopen.
Hoorcollege 2 Anemie
Anemie (bloedarmoede): onvoldoende erytrocyten om adequate oxygenatie van de weefsels te
verzorgen.
Verschijnselen van zuurstofgebrek zijn: snel ‘buiten adem’ oftewel verminderd
uithoudingsvermogen, vermoeidheid, compensatoir verhoogde adem- en hartfrequentie en bleke
slijmvliezen.
Bleke slijmvliezen:
- Verminderde circulatie
• Snelle, zwakke, slecht gevulde pols, hypotherm, koude extremiteiten, matige tot
slechte turgor, lage veneuze druk, verlengde CRT
, - Anemie
• Adem- en polsfrequentie gestegen, echter steile pols, goede CRT (onder 1/2 sec),
extremiteiten warm, systolische souffle: verschil tussen diastole (hart ontspant,
stroomt vol met bloed) en systole (kamers van het hart contraheren) wordt groter.
Het bloed is dun geworden -> systolisch bijgeruis.
• Ernst symptomen afhankelijk van (ernst en) snelheid ontstaan anemie (namelijk hoe
goed is het lichaam in de tussentijd eraan aangepast
Anemie is geen ziekte, maar een symptoom. Van belang is de oorzaak op te sporen. Anemie is altijd
het gevolg van ziekten die leiden tot:
- Een verminderde aanmaak van erytrocyten in het beenmerg
- Een verhoogde afbraak van eytrocyten
- Verlies van erytrocyten (bloedverlies)
Of een combinatie van één of meer van bovenstaande mogelijkheden.
Differentiële diagnose: lijstje met mogelijke oorzaken
Anemie, diagnostisch pad:
- Waarneming (anemie)
- Interpretatie (aanmaak, verlies, afbraak)
- Plan (anamnese, lichamelijk onderzoek, aanvullend onderzoek (bijv. bloedonderzoek))
Anemie door onvoldoende aanmaak (hierdoor ontstaat langzamerhand anemie):
- Erytropoëse vindt continu plaats in het beenmerg
- Onvoldoende erytropoëse leidt tot een chronische niet-regeneratieve anemie
Percentage rode bloedcellen verschilt per diersoort, net als hoe snel het beenmerg nieuwe rode
bloedcellen maakt, dit is afhankelijk van de levensduur van de erytrocyten (verschilt ook erg).
Anemie als gevolg van bloedverlies:
- Anamnese: bloedingen zichtbaar in de huid of slijmvliezen. Melena (bloedverlies voorste deel
maagdarmkanaal, wat resulteert in zwarte ontlasting), hematochezia (bloedverlies in het
laatste deel van het maagdarmkanaal -> rood bloed bij de ontlasting), hematurie (bloed in de
urine)
- Lichamelijk onderzoek: shock door bloedverlies, bloed aan thermometer, bloedingen huid en
slijmvliezen, hemoabdomen (bloed in de buik -> bolle buik), hemothorax (thorax percuteren
(kloppen dorsaal naar ventraal) -> holle longtoon wordt vervangen door doffe toon door
vloeistof)
Anemie door afbraak rode bloedcellen (= hemolyse):
- In de patiënt
- Hemoglobine wat vrijkomt uit rode bloedcellen wordt in de lever/milt
opgeruimd/afgebroken of het zit als vrije hemoglobine in de bloedbaan -> patiënt plast het
uit (hemoglobinurie)
- Gele ontlasting doordat hemoglobine door de lever is afgebroken en is omgezet in bilirubine,
dan gaat geconjugeerde bilirubine naar maagdarmkanaal toe, daar wordt het met bacteriën
omgezet in kleurstoffen, als het zo veel wordt aangeboden, wordt het geel
- Te veel bilirubine opgehoopt in de patiënt -> wit van sclera geel, slijmvliezen geel (= icterus)
,De bevestiging en ernst van anemie kan worden aangetoond door de hoeveelheid erytrocyten te
bepalen in een bloedmonster. Dit kan direct door erytrocyten te tellen (n x 1012/l), of indirect door de
hoeveelheid hemoglobine te bepalen (mmol/l), of indirect door het hematocriet (l/l) te meten.
Andere veelgebruikte testen zijn de bepaling van de osmotische fragiliteit van de erytrocyten, het
aantonen van sferocyten en de Coombstest.
Bepalen hematocriet (ht):
- Volumepercentage erytrocyten
- Eenheid is l/l of %
- Microhematocriet centrifuge -> je splitst bloed in plasma, rode bloedcellen en witte
bloedcellen die er als buffy coat tussen zitten
- Benodigdheden: microhematocriet capillairen, klei, microhematocriet centrifuge en
afleesapparaat
Gezonde patiënt/uitgangssituatie -> 50%
Bij anemie is het hematocriet te laag.
Dehydratie -> deel van plasma kwijtgeraakt -> hematocriet is valselijk verhoogd
Acuut bloedverlies -> hematocriet normaal want zowel plasma als erytrocyten zijn verloren gegaan,
dus de hematocriet waarde is niet representatief voor de werkelijke waarde.
Erytropoëse in het beenmerg: erytroblast -> basofiele erytroblast -> polychromatofiele erytroblast ->
ortochromatische normoblast (laatste stadium in het beenmerg waar nog een kern in zit) ->
polychromasie (wat groter dan een uitgerijpte erytrocyt, iets blauwere kleur omdat er nog RNA in zit
-> macrocytose (grotere cel) en polychromasie (door RNA en wel al hemoglobine).
Anemie als gevolg van onvoldoende aanmaak testen:
- Reticulocyten: jonge nog RNA bevattende erytrocyten
- In MGG kleuring (May Grunwald Giemsa) -> polychromatofiele macrocyten
- Aantal vergelijken met referentiewaarden om te testen of aanmaak voldoende is
- Briljant cresylblauw -> reticulocyten
, Hemolyse: afbraak rode bloedcellen waarbij hemoglobine vrijkomt.
Osmotische fragiliteit van erytrocyten testen:
Suspensie van erytrocyten in NaCl oplossing (verschillende concentraties) wordt na 5 minuten
incubatie gecentrifugeerd. Verhoogde fragiliteit wordt zichtbaar door vrij hemoglobine in de
zoutoplossing.
Er is sprake van anemie met als oorzaak afbraak van erytrocyten (hemolyse) wanneer de oplossing al
bij een hogere NaCl concentratie rood kleurt dan normaal, wat duidt op aanwezigheid van vrij
hemoglobine. Bij lage zoutconcentratie gaan de erytrocyten sowieso kapot, omdat door osmotische
druk de cellen opzwellen en barsten.
Immuun gemedieerde hemolytische anemie: erytrocyt afbraak als gevolg van antilichaambinding.
Fagocytose door macrofagen, maar ook complementbinding waarbij het complement membrane
attack complex wordt gevormd (-> letterlijk gaatje in erytrocyten).
Complement of antilichaam gemedieerde erytrofagocytose leidt tot sferocyt vorming. De macrofaag
zuigt het membraan met antilichamen/complement naar binnen = partiële fagocytose. Hierdoor
heeft de erytrocyt minder membraan en gaat het van een platte vorm naar een bolletje, deze
bolletjes heten sferocyten. Dus zie je sferocyten? -> hemolyse (bij GD vaak immuun gemedieerd).
Sferocyten zijn dus het resultaat van partiële fagocytose van de erytrocytaire membraan. De
erytrocyt verliest zijn biconcave vorm en wordt bolvormig.
Normale erytrocyten hebben (bij MGG kleuring) een witte opheldering in het midden, welke je ziet
omdat de cel plat is. In het midden kijk je dus door een dun laagje hemoglobine heen. Sferocyten
hebben dit niet omdat het kleine bolletjes zijn.
Coombs test: bepaalt de aanwezigheid van erytrocyt-gebonden antilichamen. Aan het monster van
de patiënt voeg je de antilichamen (anti-IgG, anti-IgM, anti-complement) toe gericht op de
antilichamen op de erytrocyten. Hierdoor worden de cellen aan elkaar gebonden, ze agglutineren ->
ze zakken uit in het buisje tijdens het onderzoek. Test positief? -> immuun gemedieerde
hemolytische anemie.
Plan na waarneming anemie: hematocriet, reticulocyten, osmotische resistentie erytrocyten, Coombs
test, sferocyten.
Rode urine -> plast de patiënt bloed of zit er alleen hemoglobine (klein eiwit) in de urine, dus is er
sprake van hematurie of hemoglobinurie? Centrifugeren of urine stick -> onderscheid makkelijk te
maken.
Leverschade als gevolg van ernstige hemolyse (en dus hypoxie) -> icterus ontstaat.
Verhoogde osmotische fragiliteit = verminderde resistentie tegen zoutoplossing.
Voor oorzaken van hemolyse heb je nog verschillende differentieel diagnostische groepen ->
infectieuze aandoeningen (bv. Babesia), immuun gemedieerde afbraak, chemische afbraak,
mechanische of fysische afbraak, metabole aandoeningen, congenitale (aangeboren) aandoeningen,
etc.
Babesia is een protozo. Een preventie methode voor Babesiose is tekenbestrijding (die brengt de
protozo namelijk over).