Medisch wetenschappelijk onderzoek 1
Samenvatting
SA H.1= Inleiding in MWO1
Geen aantekeningen
SA H.2= Introductie in de klinische epidemiologie
Uitkomsten (5D’s):
- Death= zeer slechte uitkomst
- Disease= ziekte
- Discomfort= oncomfortabele symptomen zoals overgeven en pijn
- Disability= verminderd vermogen om normale activiteiten te ondernemen
- Dissatisfaction= emotionele reactie op een ziekte
Klinische epidemiologie= de wetenschap van het maken van voorspellingen over patiënten
door klinische gebeurtenissen (de vijf D’s) in groepen van vergelijkbare patiënten op te tellen
- Doel= observeren en interpreteren
Variabelen:
- Onafhankelijke variabele= oorzaak, voorspeller
- Afhankelijke variabele= mogelijke effect op de uitkomst
- Uitwendige variabele= kan de relatie tussen de onafhankelijke en afhankelijke
variabele beïnvloeden
Bias=systemische fout, leidt tot resultaten die systematisch anders zijn dan de waarheid
kan worden voorkomen of gecorrigeerd tijdens de data-analyse
- Selectie bias= twee te onderzoeken groepen verschillen van elkaar (geslacht, leeftijd)
- Informatie bias= methode van meten is systemisch ongelijk tussen de groepen
- Confounding bias= er is ook een andere factor die effect heeft op de uitkomst (=
effect modificerende factor niet voorkomen, maar analyseren)
- Publicatie bias= grote, positieve onderzoeken worden eerder gepubliceerd dan
kleinschalige onderzoeken met een negatief resultaat
Chance= toevalsfout kan niet worden uitgeschakeld, maar wel worden verkleind
Validiteit:
- Interne validiteit= mate waarin resultaten van de studie kloppen met de
werkelijkheid, wordt bedreigd door bias en chance
- Externe validiteit= mate waarin resultaten van de steekproef representatief zijn voor
de gehele populatie (generaliseerbaarheid)
SA H.3= Frequentie
Prevalentie= deel van een groep mensen die op een bepaalde medische conditie hebben op
een bepaald moment
- Alle ziekte gevallen/zowel zieke als niet-zieke mensen
- Punt of periode meting
- Welk deel van een groep mensen heeft een bepaalde conditie?
, Incidentie= de verhouding van een groep mensen die eerst geen klachten of symptomen
hadden, maar gedurende een bepaalde periode deze klachten of symptomen hebben
ontwikkeld
- Nieuwe ziektegevallen die optreden/mensen die nog ziek kunnen worden
- Gedurende een periode
- Incidentiedichtheid= aantal nieuwe gevallen per jaar
- Met welke snelheid treden nieuwe gevallen op?
Prevalentie= incidentie x gemiddelde duur van de ziekte
Cohort= een gelijke groep mensen wordt gevolgd over de tijd om te zien of een bepaalde
uitkomst optreedt
Verkrijgen van steekproeven:
- Random= ieder individu heeft evenveel kans om geselecteerd te worden
- Niet random= er moet niet te snel gegeneraliseerd worden
SA H.4= Afwijkingen
Verschillende typen data:
- Nominale data= niet in een logische volgorde (kleur)
Dichotome= er is sprake van twee categorieën (geslacht)
Categoriaal= meer dan twee groepen
- Ordinale data= wel in een logische volgorde (onvoldoende-voldoende-goed)
- Interval data= gelijk interval tussen de geordende data
Continue= kan elke waarde aannemen
Discreet= kan alleen specifieke waardes aannemen (hele aantallen)
Variabele Toets Weergave
Interval interval Correlatiecoëfficiënt Scatterplot
Nominaal interval Dichotomiseren, t-toetsen Boxplot
Dichotoom interval T-toets Boxplot
Categoriaal categoriaal Chi-kwadraat toets Tabel
Categoriaal dichotoom Chi-kwadraat toets Tabel
Dichotoom dichotoom Chi-kwadraat toets Tabel
Uitvoeren metingen:
- Validiteit= mate waarin de gemeten data werkelijk weergeven wat er gemeten moest
worden
Inhoudsvaliditeit= de mate waarin alle aspecten die je wilt meten gemeten
worden en niets meer
Criteriumvaliditeit= voorspellende waarde weergeeft
Begripsvaliditeit= rekening is gehouden met andere variabelen
- Betrouwbaarheid= herhaalde meting heeft dezelfde uitkomst
Mean= het gemiddelde
Mediaan= punt waar aantal observaties aan de ene en aan de andere kant gelijk zijn
Modus= de meest voorkomende waarde
Samenvatting
SA H.1= Inleiding in MWO1
Geen aantekeningen
SA H.2= Introductie in de klinische epidemiologie
Uitkomsten (5D’s):
- Death= zeer slechte uitkomst
- Disease= ziekte
- Discomfort= oncomfortabele symptomen zoals overgeven en pijn
- Disability= verminderd vermogen om normale activiteiten te ondernemen
- Dissatisfaction= emotionele reactie op een ziekte
Klinische epidemiologie= de wetenschap van het maken van voorspellingen over patiënten
door klinische gebeurtenissen (de vijf D’s) in groepen van vergelijkbare patiënten op te tellen
- Doel= observeren en interpreteren
Variabelen:
- Onafhankelijke variabele= oorzaak, voorspeller
- Afhankelijke variabele= mogelijke effect op de uitkomst
- Uitwendige variabele= kan de relatie tussen de onafhankelijke en afhankelijke
variabele beïnvloeden
Bias=systemische fout, leidt tot resultaten die systematisch anders zijn dan de waarheid
kan worden voorkomen of gecorrigeerd tijdens de data-analyse
- Selectie bias= twee te onderzoeken groepen verschillen van elkaar (geslacht, leeftijd)
- Informatie bias= methode van meten is systemisch ongelijk tussen de groepen
- Confounding bias= er is ook een andere factor die effect heeft op de uitkomst (=
effect modificerende factor niet voorkomen, maar analyseren)
- Publicatie bias= grote, positieve onderzoeken worden eerder gepubliceerd dan
kleinschalige onderzoeken met een negatief resultaat
Chance= toevalsfout kan niet worden uitgeschakeld, maar wel worden verkleind
Validiteit:
- Interne validiteit= mate waarin resultaten van de studie kloppen met de
werkelijkheid, wordt bedreigd door bias en chance
- Externe validiteit= mate waarin resultaten van de steekproef representatief zijn voor
de gehele populatie (generaliseerbaarheid)
SA H.3= Frequentie
Prevalentie= deel van een groep mensen die op een bepaalde medische conditie hebben op
een bepaald moment
- Alle ziekte gevallen/zowel zieke als niet-zieke mensen
- Punt of periode meting
- Welk deel van een groep mensen heeft een bepaalde conditie?
, Incidentie= de verhouding van een groep mensen die eerst geen klachten of symptomen
hadden, maar gedurende een bepaalde periode deze klachten of symptomen hebben
ontwikkeld
- Nieuwe ziektegevallen die optreden/mensen die nog ziek kunnen worden
- Gedurende een periode
- Incidentiedichtheid= aantal nieuwe gevallen per jaar
- Met welke snelheid treden nieuwe gevallen op?
Prevalentie= incidentie x gemiddelde duur van de ziekte
Cohort= een gelijke groep mensen wordt gevolgd over de tijd om te zien of een bepaalde
uitkomst optreedt
Verkrijgen van steekproeven:
- Random= ieder individu heeft evenveel kans om geselecteerd te worden
- Niet random= er moet niet te snel gegeneraliseerd worden
SA H.4= Afwijkingen
Verschillende typen data:
- Nominale data= niet in een logische volgorde (kleur)
Dichotome= er is sprake van twee categorieën (geslacht)
Categoriaal= meer dan twee groepen
- Ordinale data= wel in een logische volgorde (onvoldoende-voldoende-goed)
- Interval data= gelijk interval tussen de geordende data
Continue= kan elke waarde aannemen
Discreet= kan alleen specifieke waardes aannemen (hele aantallen)
Variabele Toets Weergave
Interval interval Correlatiecoëfficiënt Scatterplot
Nominaal interval Dichotomiseren, t-toetsen Boxplot
Dichotoom interval T-toets Boxplot
Categoriaal categoriaal Chi-kwadraat toets Tabel
Categoriaal dichotoom Chi-kwadraat toets Tabel
Dichotoom dichotoom Chi-kwadraat toets Tabel
Uitvoeren metingen:
- Validiteit= mate waarin de gemeten data werkelijk weergeven wat er gemeten moest
worden
Inhoudsvaliditeit= de mate waarin alle aspecten die je wilt meten gemeten
worden en niets meer
Criteriumvaliditeit= voorspellende waarde weergeeft
Begripsvaliditeit= rekening is gehouden met andere variabelen
- Betrouwbaarheid= herhaalde meting heeft dezelfde uitkomst
Mean= het gemiddelde
Mediaan= punt waar aantal observaties aan de ene en aan de andere kant gelijk zijn
Modus= de meest voorkomende waarde