Boudewijn Büch verliest zijn 6-jarige kindje Micky veelte vroeg. In dit boek vertelt hij zijn
verhaal, over zijn jeugd met een oorlog misvormde vader en over het korte leven van
Micky.
Personages
Boudewijn Büch: hoofdpersoon. Hij heeft 5 broers en woonde als klein kind in Wassenaar.
Zijn jeugd werd getiranniseerd en verwaarloost door zijn vader en hij was een erg stille
jongen. Toen hij 10 was, werd hij opgenomen in een kliniek, terwijl hij helemaal niet ziek
was. Als volwassene blijkt hij homo te zijn, al heeft hij dan al een kind met Mieke. Hij
houdt een dagboek bij en blijft na de scheiding van zijn ouders bij zijn moeder wonen,
waardoor hij zijn vader lang niet ziet. Hij is erg onzeker over het opvoeden van Micky.
Micky: zoontje van Boudewijn. Micky’s dood is de reden van het schrijven van het boek.
Hij overlijdt op 5-jarige leeftijd aan een geknapte hersentumor nadat hij van de trap was
gevallen toen hij bij Mieke was. Hij was erg speels, bijdehand en energiek. Hij hield van
frisdrank en (net als Boudewijn) Mick Jagger. Hij overlijdt slecht 6 maanden na de dood
van Rainer.
Mieke: ex van Boudewijn. Ze is de 14-jaar oudere Engels docent van Boudewijn en de
moeder van Micky. Door haar drankprobleem kan ze Micky niet opvoeden en moet
Boudewijn dat doen. Ze komt niet naar de crematie van Micky.
Rainer Büch: vader (‘Vati’) van Boudewijn. Hij is joods en heeft veel gedaan voor
Nederland tijdens de oorlog. Hierdoor heeft hij veel onderscheidingen. Echter heeft hij
ook een trauma opgelopen wat zijn gedrag verslechterd. Hij is erg anti-Duits, maar heeft
wel een strenge Duitse opvoeding. Hij leidt aan verstrooidheid en is erg vijandig naar zijn
omgeving, wat tot ruzie en een echtscheiding leidt. Hij leidde de vrijwillige politie.
Boudewijn kijkt (ondanks Rainers’ buien) erg naar hem op als vader.
Onkel Jobab: oom van Boudewijn. Tijdens de oorlog is hij slachtoffer van medische
experimenten geweest en hier erge trauma’s aan overgehouden. Hij is gek verklaard en
in een tehuis gestopt. Af en toe kwam hij langs bij de familie Büch. Boudewijn vond hem
zielig, maar ook interessant. Hij is doodgraver in een psychiatrisch ziekenhuis.
Moeder Montoua Büch: moeder van Boudewijn. Ze is van Italiaanse afkomst en heeft
ondergedoken gezeten tijdens de oorlog. Ze wil Micky niet zien. Moeder Büch was
zorgzaam en probeerde de buien van Rainer te sussen. Dit leidde echter tot een
echtscheiding. De relatie tussen Boudewijn en Rainer kan ze moeilijk begrijpen en is ze
best jaloers op. Ze snapt niet hoe de twee elkaar zo goed kunnen begrijpen.
Astrid Nisgren: vijfde vrouw van Rainer. Ze is Deens en 18 jaar oud. Als Rainer overlijdt
door zelfmoord blijkt ze zwanger te zijn van een meisje. Ze stuurt namens Rainer een
brief naar Boudewijn. Moeder Büch vindt haar verschrikkelijk, en ook Boudewijn heeft
geen goede relatie met haar.
Fleurette: jongensachtige vrouw, die geen bezwaar heeft tegen Boudewijns’ seksuele
voorkeur. Ze woont voor een tijdje met haar dochter bij Boudewijn en Micky, voordat zij
en haar dochter hun verlaten.
Gerda: beste vriendin van Mieke. Gerda geeft Micky mee aan Mieke, waarna Micky
overlijdt.