Inhoudsopgave
Week 1 onrechtmatige daad ................................................................................................. 3
Informatie ........................................................................................................................ 3
Onrechtmatige daad.................................................................................................... 3
Aansprakelijkheid ....................................................................................................... 4
Week 2 Overeenkomsten en rechtshandelingen ..................................................................... 6
Informatie ........................................................................................................................ 6
Overeenkomst:............................................................................................................ 6
Herroepen: .................................................................................................................. 6
Rechtsfeiten: .............................................................................................................. 7
Rechtshandelingen: .................................................................................................... 7
Geestelijke stoornis: ................................................................................................... 9
Handelingsonbekwaamheid: ......................................................................................10
Overeenkomsten: .......................................................................................................11
Inhoud overeenkomst:................................................................................................12
Week 3 Dwaling en ontbinding .............................................................................................14
Informatie .......................................................................................................................14
Wilsgebreken .............................................................................................................14
Ontbinding .................................................................................................................16
Week 4 wanprestatie en eigendomsoverdracht .....................................................................17
Informatie .......................................................................................................................17
Nakoming: ..................................................................................................................17
Tekortkoming in de nakoming .....................................................................................17
Niet toerekenbare tekortkoming in de nakoming (overmacht): ....................................18
Nakoming blijvend onmogelijk: ..................................................................................18
Wanprestatie art.6:74 BW ...........................................................................................19
Verzuim ......................................................................................................................19
Verkrijging ..................................................................................................................21
Derdenbescherming...................................................................................................22
Week 5 Beperkte rechten ....................................................................................................25
Informatie .......................................................................................................................25
Stappenplannen .................................................................................................................29
1
,Extra Informatie
/ Goederenrecht
Vermogensrecht
\ Verbintenissenrecht
Rechterlijke machten:
- Hoge Raad
- Gerechtshoven
- Rechtbanken
Publiekrecht: regelt de verhouding tussen de overheid en burgers
Privaatrecht: regelt de rechtsverhouding tussen burgers onderling
- Objectiefrecht: bestaat uitgeschreven en ongeschreven regels
Subjectief recht: een bevoegdheid die een persoon heeft ten opzichte van een ander.
Natuurlijke personen: mensen van vlees en bloed.
Rechtspersonen: een organisatievorm die voor veel handelingen net als natuurlijke personen
aan het rechtsverkeer mag deelnemen.
Materieel recht: bevat regels die rechten verlenen en verplichtingen opleggen tussen burgers
onderling en tussen burgers en overheid.
Formeel recht: regels omtrent de wijze waarop het materieel recht kan worden afgedwongen.
Een sanctie is een middel om naleving van bv een voorschrift af te dwingen, of is een straf voor
een overtreding.
Nietig (art. 3:39 en art. 3:40 lid 1 BW): Bepaling waaruit voortvloeit dat het beoogde rechtsgevolg
niet intreedt.
Schakelbepaling: bepalingen die bepaalde wetsartikelen van overeenkomstige toepassing
verklaren op situaties waarvoor zij anders niet zouden hebben gegolden.
2
, Week 1 onrechtmatige daad
Informatie
Onrechtmatige daad
Onrechtmatige daad (art 6:162 BW): het doen of nalaten in strijd met het geschreven of het
ongeschreven recht.
Voorwaarden schadevergoeding:
• Is er sprake van een onrechtmatige daad? Art 6:162 lid 2 BW
- In breuk op een recht (lichamelijke integriteit) of
- Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, of
- Met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
• Rechtvaardigingsgrond: er is geen rechtvaardigingsgrond.
o Noodweer (art.41 lid 1 Sr)
o Noodtoestand
o Toestemming benadeelde
o Bevoegd gegeven ambtelijk bevel (art. 43 lid 1 Sr)
o Wettelijk voorschrift (art. 42 Sr)
• Toerekenbaarheid: de daad kan de dader worden toegerekend. (Te verwijten aan schuld)
lid 1 en lid 3
o Schuld
o Een oorzaak die krachtens de wet voor zijn rekening komt
o Een oorzaak die krachtens de verkeersopvattingen voor zijn rekening komt
• Is er schade? Art 6:96 BW Art 6:162 BW Art 6:95 BW
• Causaal verband: is er een logisch gevolg tussen de daad en de schade. Art 6:162 BW
Art. 6:98 BW (dient te gevolgen)
• Relativiteitseis: de overtreden rechtsregel heeft tot doel de belangen van het slachtoffer
te behartigen. Art. 6:163 BW
(Strekt de geschonden norm tot vergoeding van de gelden schade.)
4 criteria gevaar zetting:
1. Hoe waarschijnlijk is het dat iemand onvoldoende oplet
2. Hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan.
3. Wat kan de ernst van de gevolgen zijn
4. Hoe bezwaarlijk is het om veiligheidsmaatregelen te treffen
Ongelukkige samenloop van omstandigheden (OSVO): iemand dient zich te onthouden van
bepaald gedrag indien de kans erg groot is dat een ongeval plaatsvindt en een ander dus een
letsel oploopt.
3
, Aansprakelijkheid
Risicoaansprakelijkheid: aansprakelijkheid op grond van de wet, ongeacht of er sprake is van
een verwijtbare gedraging.
Schuldaansprakelijkheid: aansprakelijkheid op grond van een verwijtbare onrechtmatige
gedraging.
Kinderen onder 14:
Op grond van art. 6:164 BW kunnen kinderen die de leeftijd van 14 jaar nog niet hebben bereikt,
niet aansprakelijk gesteld worden op grond van art. 6:162 BW.
Op grond van art. 6:169 lid 1 BW kunnen de ouders van kinderen die de leeftijd van 14 jaar nog
niet hebben bereikt aansprakelijk gesteld worden voor de schade. Risicoaansprakelijkheid
- Het moet gaan om een als een doen te beschouwen gedraging van het kind
- De gedraging zou het kind als onrechtmatige daad kunnen worden toegerekend als het
kind volwassen was geweest.
Ouders kunnen niet aansprakelijk gesteld worden op grond van art.6 :169 lid 1 BW als de
gedraging van het kind bestaat uit een zuiver nalaten.
Kinderen van 14 en 15 jaar:
Kinderen van 14 en 15 jaar kunnen aansprakelijk gesteld worden op grond van art. 6:162 BW. Op
grond van art. 6:169 lid 2 BW zijn de ouders aansprakelijk voor de geleden schade.
(Schuldaansprakelijkheid)
- Ouders zijn dan aansprakelijk tenzij ze bewijzen dat ze voldoende toezicht op het kind
hebben uitgeoefend.
Kinderen van 16 jaar of ouder:
Kinderen van 16 jaar of ouder zijn zelf aansprakelijk op grond van art. 6:162 BW. Er rust geen
kwalitatieve aansprakelijkheid meer op de ouders.
De bezitter van een opstal is aansprakelijk indien:
- De opstal een gebrek vertoont, dat wil zeggen dat de opsta; niet voldoet aan de eisen die
men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.
- De opstal daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert
- Dit gevaar zich verwezenlijkt.
4