In deze casuïstiek kunnen deze stoornissen voorkomen:
depressieve stoornis
disruptieve stemmingsregulatiestoornis
persisterende depressieve stoornis
premenstruele stemmingsstoornis
depressieve stemmingsstoornis door middel/medicatie
depressieve stemmingsstoornis door somatische aandoening
bipolaire stoornis type 1
bipolaire stoornis type 2
cyclothyme stoornis
bipolaire stemmingsstoornis door middel/medicatie
bipolaire stemmingsstoornis door somatische aandoening
gegeneraliseerde angststoornis
separatieangststoornis
selectief mutisme
specifieke fobie
sociale angststoornis
paniekstoornis
agorafobie
OCS/OCD
Verzamelstoornis
Morfodysfore stoornis
Trichotillo-manie/excoriatiestoornis
middelgebonden verslaving stoornis: alcohol, tabak, cannabis, drugs
niet-middelgebonden verslaving :gambling disorder
somatisch-symptoomstoornis
conversiestoornis
nagebootste stoornis
psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden
ziekteangst/hypochrondrie
anorexia nervosa
boulimia nervosa
eetbuistoornis
Pica
ruminatiestoornis
Vermijdende/restrictieve voedingsstoornis (ARFID)
transseksualiteit - genderdysforie
transgenderisme - genderdysforie
voyeurisme
exhibitionisme
frotteurisme
seksueel-masochisme
seksueel-sadisme
pedofiele stoornis
fetisjismestoornis
transvestiestoornis
seksuele interesse/opwindingsstoornis
hypoactief-seksueel verlangen stoornis
erectiestoornis
orgasmestoornis bij de vrouw
vertraagde ejaculatie
voortijdige ejaculatie
genitopelvienepijn/penetratiestoornis
schizofreniespectrumstoornis
schizoaffectieve stoornis
post-partum psychose
waanstoornis
kortdurende psychotische stoornis
schizofreniforme stoornis
PTSS
acute-stressstoornis
aanpassingsstoornis
depersonalisatie/derealisatiestoornis
dissociatieve-identiteitsstoornis
dissociatieve amnesie
(PS = persoonlijkheidsstoornis)
Paranoïde PS
schizoïde PS
schizotypische PS
antisociale PS
borderline PS
histrionische PS
,narcistische PS
vermijdende PS
afhankelijke PS
dwangmatige PS
persoonlijkheidsverandering als gevolg van medische conditie
anderzins gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis
ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis
,Langere Casussen:
Casus 1
Jan is 27 jaar en werkt als softwareontwikkelaar. De laatste maanden voelt hij
zich steeds somberder. Hij heeft weinig energie, slaapt slecht en ervaart een
gevoel van leegte. Hij merkt dat hij zijn hobby’s, zoals hardlopen en gitaarspelen,
niet meer leuk vindt. Ook sociale contacten vermijdt hij, omdat hij denkt dat hij
toch niet interessant is voor anderen. Jan heeft last van een negatief zelfbeeld en
twijfelt of hij ooit weer gelukkig kan worden.
Op het werk maakt hij fouten die hij normaal gesproken niet zou maken, wat hem
nog somberder maakt. Hij voelt zich schuldig en heeft een schuldgevoel dat hij
dit niet onder controle krijgt. Soms denkt hij dat het beter zou zijn als hij er niet
meer was. Jan heeft moeite met beslissingen nemen en ervaart een zwaar gevoel
op zijn borst. Hij eet minder dan normaal, is afgevallen en heeft weinig zin in
seks.
Jan heeft geen eerdere psychische klachten gehad, maar kan zich niet herinneren
wanneer hij zich voor het laatst zo ellendig voelde. Hij heeft het gevoel dat hij
vastzit in een dal waar hij zelf niet uit kan klimmen. Hij heeft geen duidelijke
oorzaak kunnen aanwijzen voor deze veranderingen, behalve dat hij de laatste
tijd veel stress ervaart door een ruzie met zijn ouders en een mogelijke
relatiebreuk.
Zijn huisarts stelde voor om eerst te wachten en zijn klachten te monitoren, maar
Jan wil graag hulp. Hij voelt zich zo neerslachtig dat hij moeite heeft met
functioneren in het dagelijks leven.
Casus 2
Lotte is 12 jaar en zit in de brugklas. Haar ouders en school maken zich zorgen
om haar gedrag. Ze is vaak boos en driftig, vooral thuis. Ze heeft regelmatig
heftige woede-uitbarstingen waarbij ze schreeuwt, dingen kapotmaakt en weigert
te luisteren. Deze woede is vaker aanwezig dan passend zou zijn bij haar leeftijd
en ze heeft moeite haar emoties te reguleren.
Lotte voelt zich vaak gefrustreerd, maar ook verdrietig. Haar stemming is
wisselend en ze is erg prikkelbaar. Soms is ze wekenlang somber en
teruggetrokken, terwijl ze op andere momenten hyperactief en rusteloos is. Ze
heeft moeite om haar concentratie vast te houden op school, wat leidt tot
achterstanden en conflicten met leraren.
Haar ouders zeggen dat ze thuis vaak moeilijk te benaderen is en dat ze zich
terugtrekt in haar kamer als ze het moeilijk heeft. Sociale contacten zijn lastig
voor haar, omdat ze snel ruzie krijgt met vriendinnen. Haar ouders hebben
meerdere keren geprobeerd professionele hulp te zoeken, maar Lotte weigert
mee te werken aan gesprekken.
Ze slaapt slecht en klaagt vaak over vermoeidheid, wat haar stemming en
gedrag verder beïnvloedt. Het is onduidelijk of haar problemen voortkomen uit
een trauma, problemen op school of een stemmingsstoornis.
, Casus 3
Peter is 34 jaar en worstelt al jaren met een sombere stemming die nooit
helemaal weggaat. Hij noemt het zelf ‘een zware wolk die altijd boven hem
hangt’. Hij voelt zich regelmatig futloos en heeft weinig energie, maar
functioneert meestal wel op zijn werk. Toch zijn er periodes waarin zijn stemming
nog slechter is dan normaal en hij zich helemaal terugtrekt.
Peter ervaart weinig plezier in activiteiten die hij vroeger leuk vond. Hij heeft een
laag zelfbeeld en voelt zich vaak waardeloos. Sociale contacten onderhoudt hij
sporadisch, uit angst dat anderen hem negatief beoordelen. Soms heeft hij last
van slapeloosheid, andere keren slaapt hij juist te veel.
Hij is niet suïcidaal, maar voelt zich wel vaak hopeloos over de toekomst. Al jaren
houdt hij dit vol, maar de laatste tijd zijn zijn klachten iets erger geworden. Hij
heeft moeite met beslissingen nemen en voelt zich emotioneel vlak.
Peter heeft geen recente gebeurtenissen die deze klachten verklaren, maar weet
dat zijn somberheid al langer speelt. Hij zoekt nu hulp omdat hij wil voorkomen
dat het erger wordt.
Casus 4
Kim is 31 jaar en werkt als lerares in het voortgezet onderwijs. Ze geniet over het
algemeen van haar werk, maar sinds een paar jaar merkt ze dat ze in de week
voorafgaand aan haar menstruatie erg prikkelbaar en somber wordt. Deze
periode duurt ongeveer vijf tot zeven dagen, waarin ze last heeft van
stemmingswisselingen die haar dagelijks functioneren bemoeilijken. Ze merkt dat
ze vaker geïrriteerd raakt door kleine dingen, wat vroeger nooit het geval was.
Haar energie daalt aanzienlijk en ze voelt zich snel uitgeput, ook al slaapt ze
normaal.
Naast haar prikkelbaarheid ervaart Kim in deze periode huilbuien die soms
plotseling opkomen, ook bij situaties die anders geen emotie zouden oproepen.
Ze is zich bewust van deze veranderingen, maar voelt zich er machteloos
tegenover. Haar concentratie neemt in deze dagen af, waardoor ze haar lessen
minder goed kan voorbereiden en soms vergeetachtiger is. Ook haar eetlust
wisselt sterk: sommige dagen heeft ze veel trek in zoetigheid, terwijl ze op
andere dagen nauwelijks eet.
Kim’s partner merkt dat zij in deze week vaker conflicten begint en soms ruzie
zoekt zonder duidelijke reden. Dit zorgt voor spanning in hun relatie. Ook haar
collega’s zien dat Kim in die week minder aanspreekbaar is en zich vaker
terugtrekt tijdens pauzes. Ze durft minder sociale activiteiten te ondernemen en
vindt het moeilijk om afspraken na te komen.
Kim heeft geen psychiatrische voorgeschiedenis en heeft altijd een stabiele
stemming gehad. Ze is gezond, rookt niet, en drinkt slechts af en toe alcohol. Ze
heeft geen grote stressfactoren in haar leven, maar vindt het erg frustrerend dat
ze zich elk maand voelt alsof ze de controle kwijt is over haar emoties.