editie)
Hoofdstuk 1: What is morality?
1.1 je hebt moraal en ethiek nodig om goed te kunnen oordelen. Een moreel oordeel
heeft goede achtergrondredenen nodig. Morele uitspraken vertellen je wat te doen.
Ethiek/moraalfilosofie: de poging om een systematisch begrip te krijgen van de aard
van moraliteit en wat het van ons vraagt. Volgens Socrates: hoe we behoren te leven.
Subjectivisme/emotivisme: theorieën die zeggen dat je voorkeuren in ethiek
gebaseerd zijn op je gevoel/intuïtie. Ethiek heeft voor een groot deel te maken met je
eigen emoties. Rachels vindt het cruciale onderdeel van ethiek dat je redenen hebt. Hij
vindt dat er bij moraalfilosofie meer komt kijken dan alleen gevoel, je moet ook in staat
zijn om te redeneren.
1.2 voorbeeld baby Theresa: is het goed om de overlijdende baby te doden om haar
organen te gebruiken voor gezonde baby’s? Benefits argument: het idee dat andere
baby’s profiteren zonder dat Theresa pijn leidt, is een krachtige reden om de organen te
transplanteren. Argument dat het fout is om mensen te gebruiken: misleiding,
bedrog en dwang zijn verkeerd. Wanneer iemand zelf niet kan beslissen en iemand
anders doet dat voor diegene, dan zijn er 2 richtlijnen: wat is het beste voor diegene &
als diegene zelf zou kunnen beslissen, wat zou diegene dan beslissen. Argument dat
het fout is om te doden: sommige mensen vinden het altijd fout om te doden, maar de
situatie van Theresa kan een uitzondering zijn.
1.3 voorbeeld aan elkaar geboren tweeling: moet er geopereerd worden of niet?
Argument dat in ieder geval dan 1 van de 2 moet leven: het is beter om 1 baby te
redden dan ze beide dood te laten gaan. Argument heiligheid van menselijk leven:
mensen mogen niet vermoord worden.
1.4 voorbeeld Tracy Latimer (kind met CP werd vermoord door vader): deed de
vader iets fout door haar uit haar lijden te verlossen? Argument discrimineren van
gehandicapten: iemand anders heeft niet het recht om te bedenken dat het leven van
gehandicapten niks waard is. Vader zei dat hij haar niet om haar handicap vermoorde,
maar om haar pijn. Slippery slope argument: als we de daad van vader
rechtvaardigen, komen we terecht op een route waarin we sneller moorden
rechtvaardigen.
1.5 moraliteit vereist de onpartijdige afweging van de belangen van elk individu & heeft
goede redenen nodig. We kunnen niet op ons gevoel vertrouwen omdat gevoel
irrationeel kan zijn. Moraliteit is een kwestie van beredeneren, het juiste om te doen is
dat waar de beste redenen voor zijn om het te doen. Wat is het verschil tussen goede en
slechte argumenten? Kijk naar de feiten & principes. De eis van onpartijdigheid
(requirement of impartiality): het basisidee is dat elk mens gelijk is. Het is een
verbod op willekeur in de omgang met mensen, het verbied je om mensen anders te
behandelen zonder goede reden daarvoor. Legt ook uit waarom het soms niet erg is om
te discrimineren (bijv. om een witte acteur niet de rol van M.L. King te laten spelen, dat
is niet logisch).
1.6 minimale opvatting van moraliteit: de inspanning om iemands gedrag te leiden
door middel van beredenering, terwijl tegelijkertijd evenveel gewicht wordt toegekend
aan de belangen van elk individu dat zal worden beïnvloed door wat iemand doet.
Gewetensvolle morele vertegenwoordiger (conscientious moral agent): iemand
die onpartijdig de belangen behartigt van iedereen die betrokken is bij wat hij of zij doet,
die feiten zorgvuldig doorzoekt en hun implicaties onderzoekt, die gedragsprincipes pas
accepteert nadat hij ze nauwkeurig heeft onderzocht om er zeker van te zijn dat ze
gezond zijn, die bereid is te luisteren naar de rede, zelfs wanneer het betekent dat
, eerdere veroordelingen mogelijk moeten worden herzien en wie bereid is te handelen
naar aanleiding van de resultaten van dit overleg.
Hoofdstuk 6: Ethical Egoism
Ethical egoism is 1 van de 3 morele theorieën (ethical egoism/utilitarianism/deontology).
Deze theorieën proberen een antwoord te vinden op de vraag ‘wat is goed om te doen?’
en de redeneren daarvoor. De theorieën hebben allemaal hun eigen kijk op wat het is om
een mens te zijn.
6.1 Ethical Egoism: het idee dat elke persoon uitsluitend zijn eigen belang zou moeten
nastreven (dat is je enige plicht). De auteur zegt dat het mogelijk is dat al onze daden
voortkomen uit egoïsme, maar dat dat niet altijd de voornaamste reden is. De manier
van ‘gezond verstand’ moraal denken houdt een algemene veronderstelling in over
onze morele plichten: er wordt aangenomen dat we gedenkwaardige plichten hebben
jegens andere mensen, en niet alleen plichten die we creëren, zoals door te beloven dat
we een schuld zullen aangaan. We hebben natuurlijke plichten jegens anderen,
simpelweg omdat het mensen zijn die kunnen worden geholpen of geschaad door wat we
doen. De logische veronderstelling is dat de belangen van andere mensen tellen, vanuit
een moreel standpunt. Verschil met Psychological Egoism: dat gaat over hoe mensen
zich gedragen, en Ethical Egoism over hoe mensen zich zouden moeten gedragen (een
normatieve theorie). De theorie zegt niet: dat men zowel de eigen als andermans
belangen moet behartigen, dat je acties moet vermijden om een ander te helpen (soms
helpt het jezelf én anderen) & dat je bij het nastreven van je eigen belangen altijd moet
doen wat je wil doen en wat op korte termijn het meeste plezier geeft. De theorie zegt
wel: dat een persoon op de lange termijn moet doen wat echt in zijn eigen belang is.
Het onderschrijft egoïsme, maar het onderschrijft geen dwaasheid (bijv. als je veel drugs
wil gebruiken, betekent dat niet dat je dat ook moet doen). Het enige gedragsprincipe is
het principe van eigen belang.
6.2 argumenten die de theorie ondersteunen:
1. Altruïsme (onbaatzuchtigheid) is zelfvernietigend: we weten niet perfect
wat de ander wil, dus als we proberen te doen wat de ander wil, doen we vast
meer fout dan goed. Naar anderen omkijken is een inbreuk in iemands privacy (je
moet je niet met een ander bemoeien). Iemand anders helpen tast je waardigheid
en zelfrespect aan. Als we willen doen wat het beste is voor iemand, moeten we
geen zogenaamd altruïstisch gedragsbeleid voeren
2. Ayn Rand’s Argument: zij beschouwde de ethiek van altruïsme als een totaal
destructief idee, altruïsme leidt tot een ontkenning van de waarde van het
individu. Ze betreurt de enorme omvang van de mate waarin altruïsme het
vermogen van de mens om de waarde van een individueel leven te begrijpen,
aantast. EE is de enige theorie die het individu serieus neemt
3. EE kan gezond verstand (commonsense) aanvaarden: gezond verstand
bestaat uit allemaal basisregels. Misschien is het zo dat al deze regels voortkomen
uit 1 principe. EE zou dan de theorie kunnen zijn dat al deze plichten uiteindelijk
zijn afgeleid van het ene fundamentele principe van eigenbelang. De theorie legt
gezond verstand uit op een systematische manier. Probleem van dit argument:
het bewijst niet veel, niet al onze morele verplichtingen kunnen worden verklaard
uit eigenbelang & hoewel de theorie zegt dat eigenbelang de enige reden is
waarom je anderen zou helpen, ondersteunt dit argument dat niet echt.
6.3 argumenten tegen de theorie: weinig filosofen zijn het eens met de theorie, maar
iedereen legt wel uit waarom ze het er niet mee eens zijn:
1. EE kan niet omgaan met belangenconflicten: het biedt geen oplossingen, het
verergert het alleen maar
2. EE is logischerwijs inconsistent: de theorie leidt tot tegenstrijdigheden
3. EE is onaanvaardbaar willekeurig: volgens de auteur is dit het sterkste
argument omdat het een regelrechte weerlegging van de theorie is. Er bestaat