Inhoudsopgave
College 1: strafrecht ............................................................................................... 1
College 2: psychopathie ......................................................................................... 4
College 3: femme fatale en filicide ......................................................................... 8
College 4: Münchausen by proxy ...........................................................................10
College 5: antisociaal gedrag .................................................................................12
College 6: ooggetuigen ..........................................................................................13
College 1: strafrecht
Forensische psychologie voorziet de justitie van inzichten over de mentale toestand
van een dader en de behandeling van crimineelgedrag op dader- en slachtofferniveau.
Moord en doodslag zijn voorbeelden van levensdelicten: een misdrijf dat de dood van
een ander tot gevolg heeft.
Moord Doodslag
Telt het zwaarst Vaker een uit de hand gelopen situatie
Plannen om iemand te vermoorden zijn Je kon bedenken dat iemand kon
gemaakt/ er was nog bedenktijd om het overlijden, maar je was er niet op uit
niet te doen
Dood door schuld: iemand die op sterven ligt wordt genegeerd, of wanneer er
veiligheidsmaatregelen ontbreken (en dit genegeerd wordt)
→ Er zit een element van verwijten in
Verschil doodslag en (zware) mishandeling met dood als gevolg zit hem in de manier/
soort van handelen en de overtuiging wat je als gevolg kan hebben.
Het begrip opzet binnen het strafrecht = je aanvaardt de aanmerkelijke kans dat iets kan
gebeuren (in dit geval is iets de dood)
Straffen
Moord Doodslag Dood door schuld (Zware)
mishandeling met
dood als gevolg
Levenslang of Maximaal 15 jaar Maximaal 2 jaar Maximaal 8 jaar
maximaal 30 jaar Bij dood maximaal
10 jaar
, Boete van de 5e Boete van de 5e Boete van de 4e Boete van de 5e
categorie categorie categorie categorie
4 categorie: €25.750 | 5 categorie €103.000
e e
Misdaad = schending van een rechtsnorm
→ Creëert schuld → moet worden bestraft door overheid voor rechtvaardigheid
Verwijtbaarheid = verwijt maken van hetgeen iemand deed
→ Als iemand redelijkerwijs een andere mogelijkheid had dan het overtreden van de wet
Doel van strafrecht: het door middel van sancties handhaven van normen die uit
strafrechtelijke bepalingen voortvloeien
→ Handhaven is gericht op het afdwingen van normconform gedrag.
Het strafrecht wijst enkel het gedrag aan dat strafbaar is
(Dus i.p.v. ‘jij mag niet stelen’ is het ‘boete van 4 jaar door stelen’)
Commuun strafrecht:
o Het wetboek van strafrecht (wat is strafbaar en welke sancties kunnen worden
opgelegd)
o Het wetboek van strafvordering (het strafrechtproces)
Actus Reus: het fysieke element
→ Voor schuld moet niet alleen de daad strafbaar zijn, ook moet de mens een schuldige
geest hebben
Mens Rea: het mentale element
→ Kan de dader toegerekend worden aan de daad?
Schulduitsluitingsgrond (= wel gedaan, niet schuldig):
o Psychische overmacht
o Noodweerexces (=vorm van zelfbescherming)
o Onbevoegd gegeven ambtelijk bevel
o Toerekeningsvatbaarheid
Wanneer ontoerekeningsvatbaar?
1) Het ontbreken bij de verdachte van het besef van de wederrechtelijkheid van zijn
gedrag
→ Hij weet niet dat hij een bepaalde wet-/regelgeving overtreedt
2) En/of het ontbreken van het besef van wat hij doet
3) En/of het onvermogen om in overeenstemming met dat besef zijn gedrag te
bepalen
→ Je weet dat iets niet mag, maar je kan jezelf hier niet in sturen
Component 1 & 2 vallen onder het inschattingsvermogen
Component 3 valt onder het sturingsvermogen
, Er moet aangetoond kunnen worden dat het delict een gevolg is van de (specifieke)
stoornis (= vereiste voor ontoerekeningsvatbaarheid)
Gelijktijdigheidsverband
Stoornis
Als gevolg van het delict
Stoornis Causale kracht Delict
Functioneren betrokkene Retrospectief karakter Ten tijde van het
voorafgaand aan het delict tenlastegelegde
Het hebben van een stoornis is niet genoeg voor ontoerekeningsvatbaarheid, de stoornis
moet ook echt invloed hebben gehad op wat die persoon deed.
Dus: stoornis + tijdstip van aanwezigheid = nodig
Maar: stoornis moet ook relevant zijn
Voorbeeld: iemand aanvallen naar aanleiding van trigger van PTSS versus een televisie
stelen door iemand met PTSS (stoornis is niet relevant voor het delict)
Bij een cognitief betekenisverband zijn de psychische functies verstoord (component 1
& 2)
Bij een volitief betekenisverband is het vermogen tot gedragsregulatie aangetast
(component 3)
Culpa in Causa: schuld in de oorzaak
→ Iemand heeft zelf schuld aan de situatie die hem later een beroep op strafuitsluiting
onmogelijk maakt (bijvoorbeeld door inname van drank of drugs)
Uitzondering: wanneer iemand het niet weet (zoals bij drogering) of wanneer iemand
verslaafd is, omdat deze mensen geen controle hebben over het wel of niet gebruiken
van de middelen.
Symptomen psychose
Hallucinaties Wanen Verward denken
Positief Positief Negatief
Zintuigelijk Paranoïde, beïnvloedings-, Cognitieve desorganisatie
somatisch,
schuld/zonde/armoede-
/wereldondergangswanen
Psychose kan aangeboren zijn en hangt samen met een hoog gehalte van dopamine in
mesolimbisch gebied van de hersenen.
THC (wiet) en cocaïne zorgen ook voor een verhoogd gehalte van dopamine.
Casus Grietje S.
→ Psychose zou veroorzaakt zijn door antidepressivum Exefor (venlafaxine
hydrochloride (= SSRI))
Bij SSRI’s blijft serotonine beter hangen, hierdoor kan dopamine ook langer aanwezig
blijven, wat een langere psychose tot gevolg kan hebben.